Close
Skip to content

Wat doet een verloskundige?

Je verloskundige begeleidt je tijdens en na je zwangerschap. Ze houdt jou en je kindje goed in de gaten en geeft advies. Maar wat doet een verloskundige precies allemaal? Wanneer moet je heen en wat kan je verwachten tijdens een controle?
Gesprek verloskundige

Bij de meeste vrouwen is het bekend dat je tijdens je zwangerschap wordt begeleidt door een verloskundige. Ze houdt jouw gezondheid en die van je kindje goed in de gaten gedurende de zwangerschap en na je bevalling. Tijdens je zwangerschap ga je ongeveer tien tot veertien keer langs de verloskundige voor een controle. In het begin zul je elke vier weken langs gaan voor een controle. Dit wordt gedurende je zwangerschap steeds vaker. Tijdens je zwangerschapsverlof heb je zelfs wekelijks een controle.

Maar wanneer neem je contact op met een verloskundige? Dit kan al zodra je zwangerschapstest positief is. Bel tussen de vier en zes weken een verloskundigenpraktijk bij jou in de buurt voor een intakegesprek. Je hoeft niet eerst naar de huisarts, de verloskundige stelt je huisarts op de hoogte van je zwangerschap. Het intakegesprek zal plaatsvinden tussen je 7e en 10e zwangerschapsweek.

Begeleiding tijdens de zwangerschap

Intakegesprek

Het intakegesprek duurt ongeveer 45 minuten. Je maakt kennis met elkaar en krijgt informatie over het verloop van je zwangerschap en de controles. Zo weet wat je ongeveer kunt verwachten in de komende negen maanden. Als je een partner hebt, is het daarom ook verstandig om met z’n tweeën te komen. Tijdens het intakegesprek maakt de verloskundige een dossier voor je aan. Hiervoor heeft ze de volgende informatie nodig, dus denk hier alvast over na.

  • Eerste dag van je laatste menstruatie: Aan de hand van de eerste dag van je laatste menstruatie kan de zwangerschapsduur worden vastgesteld.
  • Eerdere zwangerschappen: Is dit je eerste kindje of ben je al eerder zwanger geweest? Hoe zijn deze zwangerschappen verlopen? Heb je last gehad van gezondheidsproblemen of complicaties?
  • Gezondheid: Gebruik je medicijnen? Sta je onder behandeling bij het ziekenhuis? Heb je onlangs een operatie gehad?
  • Levensstijl: Rook je of heb je onlangs gerookt? Drink je? Gebruik je drugs of heb je onlangs drugs gebruikt?
  • Erfelijke aandoeningen: Zijn er in jouw familie of die van je partner erfelijke aandoeningen? Hierbij kun je denken aan: hartafwijkingen, suikerziekte, open ruggetje, downsyndroom, taaislijmziekte (cystic fibrosis) of een spierziekte. Bij bepaalde erfelijke aandoeningen zoals Downsyndroom of een open ruggetje kan de verloskundige besluiten een extra diagnostisch onderzoek te laten doen.
  • Persoonlijke omstandigheden: Wat voor werk doe je? Heb je een lichamelijk zware baan of heb je een zittende baan? Zijn er persoonlijke omstandigheden waar rekening mee gehouden moet worden? Verwacht je tijdens je zwangerschap ingrijpende veranderingen die stress kunnen opleveren?

Prenatale screenings

De verloskundige zal je tijdens het intakegesprek ook meer informatie geven over de prenatale screenings zoals het bloedonderzoek, NIPT test, combinatietest en 20 wekenecho. Ze zal je uitleggen welke testen er allemaal zijn en wat ze inhouden. Je mag vervolgens zelf beslissen welke testen je wilt uitvoeren.

Zwangerschapskaart

Naast het dossier dat voor je wordt aangemaakt krijg je tijdens het intakegesprek een zwangerschapskaart. Hierop worden alle gegevens van je controles bijgehouden. Deze neem je mee naar elk bezoek bij de verloskundige.

Eerste echo

Ten slotte krijg je tijdens het intakegesprek je eerste echo. Tijdens deze echo wordt gekeken of het hartje klopt, hoe lang je al zwanger bent en of je een één- of meerling verwacht. Het is het eerste moment dat je je kindje zal zien.

Controles

Tijdens je zwangerschap ga je ongeveer tien tot veertien langs de verloskundigenpraktijk voor een controle. De precieze hoeveelheid verschilt per praktijk en het verloop van je zwangerschap. De eerste controle is ongeveer met acht weken, vervolgens ga je om de vier weken langs. Vanaf je 24e zwangerschapsweek ga je om de drie weken, vanaf dertig weken elke twee weken en vanaf week 36 elke week.

Tijdens een controle ga je eerst in gesprek met de verloskundige, vervolgens krijg je een lichamelijk onderzoek. Tijdens het gesprek wordt er besproken hoe de zwangerschap verloopt, hoe je je voelt en of je nog vragen hebt. Heb je last van angsten of zie je erg tegen de bevalling op, geef dit ook aan. Bereid je daarom voor en schrijf eventuele vragen op. Als je wensen hebt, geeft dit dan ook aan. Vraag jezelf af:

  • Hoe voel ik me?
  • Heb ik klachten?
  • Wat voor klachten heb ik en sinds wanneer?
  • Welke wensen heb ik?
  • Wat wil ik wel?
  • Zijn er dingen die ik zeker niet wil?

Daarna komt het lichamelijke onderzoek. De verloskundige zal:

  • Je bloeddruk opmeten
  • Voelen hoe groot de baarmoeder is
  • Je buik op meten, ongeveer vanaf week 26 .
  • Voelen hoe je kindje ligt en of hij al is ingedaald, ongeveer vanaf week 30.

Met het voelen van de grootte van de baarmoeder en het opmeten van je buik volgt je verloskundige de groei van je kindje. Ze meet vanaf 26-28 weken zwangerschap, tijdens elke controle, je baarmoeder op met een meetlint. Deze resultaten noteert ze in een groeigrafiek. Hiermee kan de groei van je kindje wordt ingeschat, de GROW-NL
methode.

Wanneer je 41 weken zwanger bent kan je ervoor kiezen om je te laten strippen door de verloskundige. Strippen is een manier om de bevalling op een natuurlijke manier op te wekken. De verloskundige zal eerst voelen of je baarmoedermond al wat soepel is en openstaat. Wanneer dit het geval is zal ze met twee vingers, via baarmoederhals de vruchtvliezen van de baarmoederwand loswoelen. Hierdoor komt het hormoon prostaglandine vrij. Van dit hormoon is bekend dat het het rijpen van de baarmoederhals bevordert en weeën kan opwekken.

Echo’s

20 wekenechoTijdens de zwangerschap zal de verloskundige je drie echo’s aanbieden, deze zijn niet verplicht. We hebben al even kort de eerste echo besproken. Je eerste echo krijg je tijdens het intakegesprek. Hiermee wordt gekeken of het hartje klopt, hoe lang je al zwanger bent en of er één of meerdere hartjes te zien zijn. De volgende echo krijg je rond 12 weken zwangerschap. Dit is de termijnecho.

Met de termijnecho wordt nogmaals gekeken naar het hartje en de grootte van je kindje. Op basis hiervan wordt de uitgerekende datum vastgesteld. Het kan zijn dat deze een paar dagen afwijkt van de datum die je hebt gekregen tijdens je eerste echo. Ook wordt er gekeken of de aanleg van je kindje goed is en of er één of meerdere hartjes zichtbaar zijn. Niet alle verloskundigenpraktijken hebben zelf de echoapparatuur om een termijnecho uit te voeren. Als jouw praktijk de termijnecho niet zelf doet, zal je worden doorverwezen naar een echopraktijk.

Na de termijnecho krijg je een zwangerschapsverklaring met de definitieve uitgerekende datum. Deze heb je nodig om zwangerschapsverlof aan te vragen op je werk.

De laatste echo is de 20 wekenecho. Met de 20 wekenecho wordt de ontwikkeling van de organen en eventuele aanwezigheid van neurale buisdefecten (open ruggetje of open schedeltje) bekeken. Daarnaast wordt er gekeken of je kindje goed groeit en of er voldoende vruchtwater is. De 20 wekenecho is een onderdeel van de prenatale screening en wordt gedaan door een echoscopist.

Begeleiding tijdens de bevalling

Voorlichting en voorbereiding

Aan het einde van de zwangerschap zal de verloskundige de bevalling met je bespreken. Als je zwanger bent van je eerste kindje weet je vaak niet precies wat je kunt verwachten. Je verloskundige zal de opties met je bespreken; locatie van de bevalling, opties voor pijnbestrijding, bevallingshoudingen en overige wensen. Ze zal je wensen noteren in een geboorte zorgplan of bevalplan. Denk hier vooraf goed over na, lees je in en laat je voorlichten. Geen zorgen, je kunt je wensen altijd nog aanpassen. Niks is definitief.

Veel verloskundigenpraktijken geven ook voorlichtingsbijeenkomsten. Hierin wordt het verloop van de bevalling besproken, hoe je het beste kunt omgaan met je weeën, welke mogelijkheden er zijn voor pijnstilling en wat je partner kan doen tijdens de bevalling.

Bevallingsassistentie

Je eigen verloskundige zal de bevalling begeleiden als deze begint tussen de 37 en 42 weken zwangerschap. Of je nu thuis, in het ziekenhuis of in een geboortehuis wilt bevallen. Is je bevalling medisch, begint hij voor de 37 weken of treden er tijdens de bevalling complicaties op, dan zal de verloskundige je overdragen aan een gynaecoloog.

Je belt de verloskundige als je vliezen zijn gebroken of de weeën regelmatig komen. Ze zal telefonisch een eerste beoordeling maken of ze direct langs komt of dat ze nog even wacht tot de weeën wat sneller op elkaar komen. Wanneer ze langskomt zal ze met een inwendig onderzoek kijken hoeveel ontsluiting je hebt. Als je in het ziekenhuis wil bevallen zal ze beoordelen of er nog genoeg tijd is om naar het ziekenhuis te gaan. Het hangt van de vordering van je bevalling en jullie wensen af of ze meteen meegaat of dat ze later komt. Bij een thuisbevalling zal ze alles klaar gaan zetten en voorbereiden voor de bevalling en je kindje.

Tijdens de bevalling houdt je verloskundige jouw gezondheid in de gaten en die van je kindje. Daarnaast ondersteunt ze je bij het opvangen van de weeën, je ademhaling, je houding en het persen. Als je tijdens de bevalling andere wensen hebt dan besproken tijdens de controles is dit geen probleem. De verloskundige zal luisteren naar jouw wensen en je hiermee helpen. Tijdens de bevalling zal je verloskundige aangeven wanneer de kraamverzorgsters gebeld kan worden. Deze zal de verloskundige ondersteunen tijdens de bevalling, dit wordt ook wel bevallingsassistentie of partusassistentie genoemd.

De verloskundige heeft voor een bevalling naast de standaard benodigdheden ook altijd medicijnen en zuurstof bij zich voor noodgevallen. Daarnaast zijn er verloskundige praktijken die een TENS apparaat hebben voor de bestrijding van bevallingspijn.

Zodra je kindje is geboren controleert de verloskundige zijn gezondheid en doet ze de Apgar-test. Daarna controleert ze jouw gezondheid en brengt ze indien nodig, hechtingen aan. Na de bevalling wordt de zorg overgenomen door de kraamverzorgster.

Begeleiding tijdens de kraamtijd

In de kraamtijd heb je recht op ongeveer 49 uur kraamzorg. Deze uren worden verdeeld over acht dagen. In deze acht dagen wordt jouw gezondheid en die van je kindje goed in de gaten gehouden door je kraamverzorgster. Ze houdt de verloskundige hiervan op de hoogte. Bij eventuele problemen of vragen zal ze contact opnemen met je verloskundige, die is medisch verantwoordelijk. Je verloskundige zal zelf ook een aantal keer langskomen om te kijken hoe het met jullie gaat. Tijdens het bezoek wordt de bevalling vaak nog even besproken. Hoe kijk je er op terug? Heb je nog vragen, opmerkingen of zorgen? De verloskundige heeft het zelf meegemaakt en is dé persoon om het hier over te hebben.

Nacontrole

Ongeveer zes weken na de bevalling heb je een afsluitende afspraak bij je verloskundige. Tijdens deze afspraak bespreek je het hele proces, hoe heb je de zwangerschap en bevalling ervaren? Hoe is het de afgelopen zes weken gegaan? En heb je nog vragen of opmerkingen? Indien nodig zal ze ook nog wat medische controles doen, zoals het bekijken van je hechtingen, controleren van je bekkenbodem en je bloeddruk meten. Ook zal ze je uitleggen waar je nu terecht kunt bij vragen en problemen, je adviseren over anticonceptie en een eventuele volgende zwangerschap. Na deze afspraak word je medisch overdragen aan je huisarts. De jeugdgezondheidszorg neemt de zorg voor je kindje over.

Kinderwensspreekuur

Ook voordat je zwanger bent kan een verloskundige iets voor je betekenen. Als je een kinderwens hebt maar hier meer over wilt weten of advies nodig hebt kun je terecht op het kinderwensspreekuur. De verloskundige geeft je uitleg over je menstruatiecyclus, je vruchtbare dagen, foliumzuur, gezond zwanger worden, voeding, medicijngebruik en vruchtbaarheid. Je kunt je vragen en eventuele zorgen bespreken.