Wat is een curettage?
Een curettage is een kleine chirurgische ingreep waarbij de gynaecoloog de baarmoederholte via de schede leegmaakt. Het doel is om zwangerschapsweefsel (zoals het vruchtzakje of de moederkoek) te verwijderen. Het woord is afgeleid van het Franse ‘curer’, wat schoonmaken betekent.
Tegenwoordig wordt er meestal gebruikgemaakt van vacuümaspiratie. Hierbij wordt een dun plastic buisje (een zuignapje) via de baarmoedermond ingebracht om het weefsel voorzichtig weg te zuigen. Soms gebruikt de arts daarnaast een ‘curette’, een metalen instrument dat lijkt op een klein lepeltje, om de wanden van de baarmoeder te controleren en eventuele restjes te verwijderen.
Wanneer krijg je een curettage?
Niet elke miskraam vereist een operatie. In veel gevallen kiest men eerst voor een afwachtend beleid of medicatie. Toch zijn er specifieke situaties waarin een curettage de aangewezen weg is.
Na een miskraam
Wanneer een zwangerschap stopt met groeien, kan dit op verschillende manieren verlopen:
- Onvolledige miskraam: Je hebt al bloedverlies en krampen gehad en een deel van het weefsel is verloren, maar er is op de echo te zien dat er nog een rest in de baarmoeder zit. Dit kan leiden tot aanhoudend hevig bloedverlies of infectiegevaar.
- Gemiste miskraam (missed abortion): Het vruchtje leeft niet meer, maar het lichaam heeft nog geen signalen gegeven om de miskraam op te wekken. Er is geen bloedverlies of pijn. Als medicatie niet werkt of niet gewenst is, wordt een curettage gepland.
- Complicaties na een natuurlijke miskraam: Soms lijkt een miskraam volledig, maar blijft er een klein stukje weefsel (een rest) achter dat blijft bloeden of voor ontstekingen zorgt.
Na de bevalling
Ook na een voldragen zwangerschap kan een curettage nodig zijn. Dit gebeurt als de placenta (moederkoek) niet volledig naar buiten komt of als er na de kraamweek sprake blijkt van een ‘placentarest‘. Dit is belangrijk om ernstig bloedverlies te stoppen.
Diagnostische curettage
In sommige gevallen, die losstaan van een miskraam, wordt een curettage ingezet als diagnostisch middel. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij onverklaarbaar bloedverlies buiten de menstruele cyclus om of na de overgang, om weefsel te kunnen onderzoeken in het laboratorium.
Hoe werkt een curettage?
De gedachte aan een ingreep in de baarmoeder kan spannend zijn. Weten wat je kunt verwachten, helpt vaak om de onrust te verminderen.
Voorbereiding: Misoprostol
Vaak krijg je enkele uren voor de ingreep medicatie mee naar huis of in het ziekenhuis toegediend, meestal het middel misoprostol. Deze pillen zorgen ervoor dat de baarmoedermond iets weker wordt en een klein beetje opengaat (ontsluiting). Dit maakt het voor de gynaecoloog makkelijker om de instrumenten in te brengen en verkleint de kans op beschadiging van de baarmoedermond.
De verdoving
Een curettage vindt meestal plaats in dagbehandeling. Je kunt vaak kiezen tussen:
- Algehele anesthesie (narcose): Je slaapt diep en merkt niets van de ingreep.
- Sedatie: Je krijgt een slaapmiddel en pijnstilling via een infuus, waardoor je in een lichte slaap bent maar sneller wakker wordt.
- Lokale verdoving: De baarmoedermond wordt verdoofd met prikjes. Je bent bij kennis, maar voelt geen scherpe pijn (wel een trekkend gevoel).
De ingreep zelf
De feitelijke operatie duurt meestal slechts 10 tot 15 minuten. Je ligt in de beensteunen, zoals bij een regulier gynaecologisch onderzoek. De arts brengt een speculum (eendenbek) in om de baarmoedermond te zien. Vervolgens wordt de baarmoederholte voorzichtig leeggezogen met vacuümaspiratie. Het verwijderde weefsel wordt soms naar de patholoog gestuurd voor onderzoek, hoewel dit bij een standaard miskraam vaak geen nieuwe informatie oplevert over de oorzaak.
Herstel na een curettage
Het fysieke herstel na een curettage verloopt bij de meeste vrouwen vlot, maar onderschat de impact niet. Direct na de ingreep verblijf je meestal nog een paar uur op de uitslaapkamer. Zodra je weer gegeten en gedronken hebt en naar het toilet bent geweest, mag je doorgaans naar huis, maar zorg wel voor begeleiding, omdat je na narcose of sedatie niet zelf mag autorijden. In de periode daarna kun je één tot twee weken last hebben van bloedverlies en wat bruine afscheiding; dit is normaal zolang het niet heviger is dan een flinke menstruatie. Ook kunnen er lichte naweeën of krampen optreden, waarvoor paracetamol meestal voldoende is als pijnstilling. Om het risico op infecties te verkleinen, wordt geadviseerd om in de eerste twee weken, of zolang je nog vloeit, niet in bad te gaan, niet te zwemmen, geen tampons te gebruiken en geen geslachtsgemeenschap te hebben.
Mogelijke complicaties
Hoewel een curettage een routine-ingreep is, blijven er risico’s aan verbonden. Het is goed om hier nuchter naar te kijken zonder in angst te schieten.
Het syndroom van Asherman
Een bekende, maar zeldzame complicatie (ongeveer 1-2% kans) is het syndroom van Asherman. Hierbij ontstaan er verklevingen in de baarmoederholte doordat de wanden aan elkaar gaan plakken.
Symptomen van het syndroom van Asherman:
- De menstruatie blijft uit of wordt extreem licht na de ingreep.
- Wel maandelijkse buikkrampen, maar geen bloedverlies.
- Verminderde vruchtbaarheid of herhaalde miskramen.
Als dit wordt vermoed, kan een gespecialiseerde gynaecoloog de verklevingen vaak goed operatief verhelpen (hysteroscopie).
Perforatie
In zeldzame gevallen kan het instrument door de wand van de baarmoeder heen gaan (perforatie). Meestal geneest dit vanzelf met rust of antibiotica, maar soms is een korte kijkoperatie nodig om te controleren of er geen schade is aan andere organen.
Infectie of incomplete curettage
Als er een restje weefsel achterblijft, kan dit gaan ontsteken. Je krijgt dan koorts en hevige buikpijn. In dat geval is een controle na een geïnfecteerde rest noodzakelijk. De arts zal met een echo kijken of de baarmoeder nu wel schoon is en meestal antibiotica voorschrijven. Soms is een tweede, kleine ingreep nodig.
Zwangerschap na curettage
Veel vrouwen maken zich zorgen over hun toekomstige vruchtbaarheid en de mogelijke gevolgen van de ingreep. In principe heeft een eenmalige, ongecompliceerde curettage geen negatieve invloed op je kans om opnieuw zwanger te worden. Het is een zeer effectieve methode om al het achtergebleven weefsel op de korte termijn te verwijderen, waardoor de kans op een heringreep klein is.
Uit onderzoek blijkt dat de patiënttevredenheid bij deze chirurgische behandeling vergelijkbaar hoog is met alternatieven zoals een afwachtend beleid of medicatie. Een geplande curettage biedt bovendien een snelle afronding en het bloedverlies na de ingreep duurt korter.
Risico op vroeggeboorte
Er is wetenschappelijk bewijs dat een curettage de kans op een vroeggeboorte in een volgende zwangerschap licht verhoogt. Dit komt doordat de baarmoedermond tijdens de ingreep mechanisch wordt opgerekt (dilatatie). Hierdoor kan de baarmoedermond bij een volgende zwangerschap iets minder stevig zijn (cervixinsufficiëntie). Het risico is klein, maar wel een reden waarom artsen tegenwoordig vaker medicatie of afwachten adviseren als eerste optie.
Alternatieven voor een curettage
Omdat een operatie risico’s met zich meebrengt, is het waardevol om de alternatieven te kennen. In de Nederlandse richtlijnen wordt ‘Shared Decision Making’ (gezamenlijke besluitvorming) benadrukt. Jij beslist mee.
1. Afwachtend beleid (Expectatief beleid)
Bij afwachtend beleid wacht je tot de miskraam vanzelf op gang komt. Ongeveer 37% van de vrouwen heeft binnen een week een volledige miskraam zonder medische ingreep. Het voordeel van deze aanpak is dat je geen operatie nodig hebt, er geen risico is op verklevingen in de baarmoeder en het proces in je eigen tempo verloopt. Tegelijk kan deze keuze emotioneel zwaar zijn door de onzekerheid over wanneer het precies begint en hoe het zal verlopen. Daarnaast moet ongeveer 30 tot 40% van de vrouwen uiteindelijk alsnog medisch ingrijpen, omdat de miskraam te lang uitblijft of onvolledig is.
2. Medicamenteuze behandeling (Miskraampillen)
Bij een medicamenteuze behandeling gebruik je medicijnen om de baarmoeder aan te zetten tot samentrekken en zo de miskraam op gang te brengen. De meest gebruikte en effectieve methode bestaat uit een combinatie van mifepriston, dat de zwangerschapshormonen blokkeert, gevolgd door misoprostol 24 tot 48 uur later, dat vaginaal of oraal wordt toegediend om weeën op te wekken.
Met deze combinatietherapie ligt het succespercentage rond de 85%. Een belangrijk voordeel is dat je de miskraam in je eigen omgeving kunt doormaken en de risico’s van een operatie en narcose vermijdt. Daar staat tegenover dat het proces gepaard kan gaan met hevige krampen, misselijkheid en fors bloedverlies. Bovendien blijft er bij ongeveer 15% van de vrouwen alsnog weefsel achter, waardoor een (spoed)curettage nodig kan zijn.
De afweging maken
De keuze tussen afwachten, medicatie of een curettage is heel persoonlijk en er is geen ‘foute’ keuze, zolang deze gebaseerd is op goede informatie en past bij jouw situatie. Vrouwen die behoefte hebben aan een snelle afronding en een kortere periode van bloedverlies, kiezen vaker voor een curettage, terwijl vrouwen die een zo natuurlijk mogelijk proces willen en de kleine risico’s op beschadiging van de baarmoeder willen vermijden, vaker kiezen voor medicatie of een afwachtend beleid. In sommige gevallen is er echter minder ruimte voor keuze en wordt een curettage direct medisch geadviseerd, bijvoorbeeld bij gevaarlijk hevig bloedverlies waarbij de vrouw instabiel wordt of bij duidelijke tekenen van een infectie.
Bereid je goed voor
Een curettage na een miskraam is medisch gezien een relatief eenvoudige ingreep met een hoog succespercentage. Hoewel het nuchtere, medische verhaal helpt om de feiten op een rij te zetten, is het logisch als je je onzeker of verdrietig voelt. Neem de tijd voor je herstel, zowel fysiek als mentaal.
Als je na de ingreep vragen blijft houden over je cyclus, je vruchtbaarheid of het verloop van de operatie, schroom dan niet om contact op te nemen met je verloskundige of gynaecoloog. Zij zijn er om je door dit proces heen te loodsen, zodat je met vertrouwen naar de toekomst kunt kijken.
Bronnen:
-
Al-Wattar, B., Murugesu, N., Tobias, A., Zamora, J., & Khan, K. S. (2019). Management of first-trimester miscarriage: A systematic review and network meta-analysis. Human Reproduction Update, 25(3), 362–374.
-
Calvache, J. A., Delgado-Noguera, M. F., Lesaffre, E., & Stolker, R. J. (2012). Anaesthesia for evacuation of incomplete miscarriage. Cochrane Database of Systematic Reviews, 2012(4), CD008681.
-
De Jonge, A., Verhoeven, C., van Dillen, J., & Bakker, P. (2025). Praktische verloskunde (15e ed.). BSL Media & Learning.
-
Fiala, C., Gemzell-Danielsson, K., Tang, O. S., & von Hertzen, H. (2007). Cervical priming with misoprostol prior to transcervical procedures. International Journal of Gynecology & Obstetrics, 99(Suppl. 2), S168–S171.
-
Hooker, A. B., Lemmers, M., Thurkow, A. L., Heymans, M. W., Opmeer, B. C., Brölmann, H. A., Mol, B. W., & Huirne, J. A. (2014). Systematic review and meta-analysis of intrauterine adhesions after miscarriage: Prevalence, risk factors and long-term reproductive outcome. Human Reproduction Update, 20(2), 262–278.
-
Lemmers, M., Verschoor, M. A., Hooker, A. B., Opmeer, B. C., Limpens, J., Huirne, J. A., Ankum, W. M., & Mol, B. W. (2016). Dilatation and curettage increases the risk of subsequent preterm birth: A systematic review and meta-analysis. Human Reproduction, 31(1), 34–45.
-
Lissauer, D., Wilson, A., Hewitt, C. A., Middleton, L., Bishop, J. R. B., Daniels, J., Merriel, A., Weeks, A., Mhango, C., Mataya, R., Taulo, F., Ngalawesa, T., Chirwa, A., Mphasa, C., Tambala, T., Chiudzu, G., Mwalwanda, C., Mboma, A., Qureshi, R., … Coomarasamy, A. (2019). A randomized trial of prophylactic antibiotics for miscarriage surgery. New England Journal of Medicine, 380(11), 1012–1021.
-
National Institute for Health and Care Excellence. (2019). Ectopic pregnancy and miscarriage: Diagnosis and initial management (NICE guideline).
-
Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie. (2015). Richtlijn zwangerschapsafbreking tot 24 weken.
-
Neilson, J. P., Hickey, M., & Vazquez, J. (2006). Medical treatment for early fetal death (less than 24 weeks). Cochrane Database of Systematic Reviews, 2006(3), CD002253.
-
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. (2019). Bloedgroepantistoffen. Geraadpleegd van https://www.rivm.nl/Onderwerpen/B/Bloedonderzoek_zwangeren/Voor_professionals/Aandoeningen/Bloedgroepantistoffen