Close
Skip to content

De bevalling van begin tot eind

Bevallen is een prachtige ervaring, maar het kan ook erg overweldigend en spannend zijn voor aanstaande moeders. Als je zwanger bent en wilt weten wat je kunt verwachten, lees dan verder! In dit artikel bespreken we het hele bevallingsproces van begin tot eind. We zullen het hebben over wat er gebeurt tijdens elke fase van de bevalling en geven wat tips om weeën op te vangen.
Moeder en baby bevalling

Hoe begint een bevalling?

Laten we beginnen bij het begin. Hoe begint de bevalling? Je lichaam maakt aan het eind van de zwangerschap prostaglandines aan in de vruchtvliezen. Deze hormonen zorgen voor het rijpen van je baarmoedermond en stimuleren de aanmaak van oxytocine. Oxytocine zorgt vervolgens voor het samentrekken van de baarmoeder oftewel: weeën. Hoe meer oxytocine je lichaam aanmaakt, hoe meer weeën je krijgt.

Wist je dat slechts 10% van de bevallingen beginnen met het breken van de vliezen? De meeste bevallingen beginnen dus met weeën. Maar zeker bij een eerste kindje kan het lastig zijn om te bepalen wat “echte” weeën zijn. Want wanneer zijn het voorweeën en wanneer ontsluitingsweeën? Je kunt voorweeën herkennen aan hun onregelmatigheid. Ze worden niet sterker en houden kort aan. Ze zakken vaak ook weer wat af. Worden de weeën langzaam regelmatiger, sterker en volgen ze elkaar sneller op dan heb je ontsluitingsweeën en is je bevalling begonnen.

Fases van een bevalling

Geen bevalling is hetzelfde maar elke bevalling doorloopt dezelfde drie fasen; de ontsluitingsfase, de uitdrijvingsfase en de nageboorte.

Ontsluitingsfase

Tijdens de ontsluitingsfase opent je baarmoedermond zich van 0 naar 10 centimeter. De ontsluitingsfase is de langste fase van de bevalling en kan weer onderverdeeld worden in de voorbereidingsfase, de latente fase en de actieve (ontsluitings)fase.

Voorbereidingsfase

We hebben het er al even kort over gehad. Aan het einde van de zwangerschap bereidt je lichaam zich langzaam voor op de bevalling; de voorbereidingsfase. In deze fase krijg je harde buiken en voorweeën onder invloed van oxytocine. In de voorbereidingsfase verweekt de baarmoedermond en kan je al 1 tot 2 centimeter ontsluiting krijgen, maar dit gebeurt niet altijd. Voorweeën en harde buiken zijn vooral ongemakkelijk maar voor de meeste vrouwen niet pijnlijk.

Voordat je baarmoedermond kan openen moet deze eerst verweken en verstrijken. Je baarmoeder is een soort ballon met een tuitje van ongeveer 3 cm lang en 1 cm dik; de baarmoedermond. Voor de bevalling is de baarmoedermond erg stug. Voorweeën en eerste ontsluitingsweeën zorgen ervoor dat de baarmoedermond soepel en week wordt. Vervolgens kan deze verstrijken tot hij is “verdwenen” en gelijk loopt met de rest van de baarmoederwand.

De bevalling van begin tot eind

Heb je krachtige en pijnlijke voorweeën dan kan je dit makkelijk verwarren met het begin van de bevalling. Een ontsluitingswee kun je herkennen aan de aanloop. Je zult merken dat de pijn langzaam opkomt tot een hoogtepunt en vervolgens weer wegebt. Ze komen ook steeds regelmatiger en worden steeds krachtiger. Heb je veel last van voorweeën probeer dan een warm bad of een kruik om de pijn te verzachten. Zijn de weeën weer weggezakt dan heb je een zogenoemde “valse start”. Je bevalling zit eraan te komen maar kan evengoed nog een paar dagen tot een week duren. Probeer je dagelijkse routine aan te houden en niet teveel te wachten tot de bevalling begint.

De Latente fase

In de latente fase is de bevalling echt begonnen. De voorweeën zijn overgegaan in ontsluitingsweeën, ze komen regelmatig en worden steeds sterker. De latente fase duurt gemiddeld 12 tot 14 uur. Bij een eerste kindje kan de latente fase 24 of zelfs 48 uur duren. Is het je tweede, derde of later kindje dan gaat het in de meeste gevallen een stuk sneller. Tijdens de latente fase krijg je 2 tot 3 centimeter ontsluiting.

De weeën tijdens de latente fase zijn onregelmatig, ze komen elke vier tot zeven minuten en duren 30 tot 50 seconden. Het is belangrijk om in deze fase actief te blijven en proberen afleiding te zoeken. Een rondje lopen of een bad nemen kan je helpen om de weeën beter op te vangen. Beginnen de weeën nachts, probeer dan nog wat te slapen. En probeer je vooral te ontspannen om de aanmaak van oxytocine te stimuleren.

Endorfine; het lichaamseigen pijnstiller

Je lichaam gaat vanaf de eerste wee endorfine aanmaken. Dit zijn hormonen die voor pijnverlichting zorgen, ze worden ook wel het lichaamseigen pijnstiller genoemd. Endorfine wordt vrijgemaakt door de hypofyse in de hersenen en blokkeert pijnsignalen die de hersenen bereiken. Hierdoor kun je je beter ontspannen wat er op zijn beurt weer voor zorgt dat je lichaam meer oxytocine aanmaakt en je weeën sterker en frequenter worden. Voel je je niet op je gemak, ben je angstig of gestrest, dan maakt je lichaam adrenaline aan. Adrenaline werkt de aanmaak van oxytocine tegen waardoor je weeën niet vorderen of zelfs afzakken.

Probeer tijdens de bevalling daarom een prettige omgeving voor jezelf te creëren zonder afleidingen. Een omgeving waarin jij je volledig kunt ontspannen en overgeven aan de bevalling. Dit is hét moment om voor jezelf te kiezen. 

De actieve (ontsluitings)fase

Na de latente fase gaat de bevalling over in de actieve ontsluitingsfase van de bevalling. Tijdens deze fase opent de baarmoedermond van 2 á 3 centimeter tot ongeveer acht centimeter. Zijn je vruchtvliezen nog niet gebroken, dan breken ze waarschijnlijk tijdens deze fase.

De weeën tijdens de actieve ontsluitingsfase zijn pijnlijk en is het bijna niet mogelijk meer om afleiding te zoeken. Je hebt je concentratie nodig om de weeën op te vangen.

Alles over de weeën

WeenJe kunt ontsluitingsweeën vergelijken met heftige krampachtige menstruatiepijn onder in je buik. De pijn komt langzaam opzetten tot een hoogtepunt, waarna het weer afzakt. Sommige vrouwen ervaren het als een golf die opkomt en weer wegzakt. Je hebt tussen de weeën door even rust.

Aan het begin van de bevalling zijn de weeën nog niet heel krachtig en daarom ook nog niet heel pijnlijk. Naarmate de bevalling vordert, worden de weeën krachtiger en pijnlijker. Er zijn drie type ontsluitingsweeën; buikweeën, rugweeën en beenweeën.

Buikweeën: Buikweeën, de meest voorkomende ontsluitingsweeën, worden gekenmerkt door sterke, constante buikkrampen. Buikweeën zijn vergelijkbaar met menstruatieachtige krampen die in je onderbuik optreden. Ze beginnen subtiel en worden langzaam krachtiger en frequenter.

Rugweeën: Rugweeën voelen ook aan als menstruatiekrampen. Je voelt de pijn niet in je onderbuik, maar het verplaatst zich naar je rug. Rugweeën worden over het algemeen als heviger en pijnlijker ervaren.

Beenweeën: Beenweeën beginnen als buikweeën. De pijn van beenweeën voelt als zenuwpijn of heftige spierpijn dat uitstraalt naar je benen. De weeën komen het minst vaak voor, en ondanks het feit dat ze niet zo voelen, veroorzaken ze, net als buik- en rugweeën, ontsluiting.

Weeën opvangen

De beste manier om met weeën om te gaan is je zo veel mogelijk te ontspannen. Dit klinkt misschien als een onmogelijke opgave, maar het helpt echt als je je hoofd leeg kunt maken en je op de weeën kunt concentreren. Een manier om dit te bereiken is bijvoorbeeld door een geboortebal te gebruiken. Ga op de bal zitten en wieg je heupen heen en weer tijdens de weeën. Ook kan een warm bad of douche helpen. De warmte ontspant je spieren en heeft een pijnstillend effect. Het zorgt er ook voor dat je je rustiger en comfortabeler voelt. Ten slotte kunnen ademhalingsoefeningen verlichting geven. Adem in door je neus en uit door je mond. Ontspan je schouders en kaak terwijl je dit doet. Je kunt ook proberen te puffen tijdens de uitademing.

Overgangsfase

De overgangsfase is de meest intense fase van de bevalling. Je gaat van ontsluiting richting het persen. De baarmoedermond ontsluit zich van 8 naar 10 centimeter en de weeën komen om de twee á drie minuten. Deze fase duurt maximaal twee uur, maar vaak een uur of korter.

Tijdens de overgangsfase zijn de weeën erg pijnlijk en ervaar je veel druk. De weeën drukken het hoofdje van je kindje op de baarmoedermond maar deze is nog niet genoeg ontsloten. Je kunt tijdens de overgangsfase zelfs al wat persdrang krijgen, maar je mag nog niet persen tot de baarmoedermond volledig ontsloten is. Je verloskundige zal je hierin begeleiden. 

De overgangsfase is de fase waarin veel vrouwen willen opgeven of (meer) pijnstilling willen. Het kan zijn dat je misselijk wordt en moet overgeven. Het wordt dan ook wel de wanhoops-fase genoemd. Denk je tijdens de bevalling dat je het niet meer aankunt en de pijn te heftig wordt, dan ben je waarschijnlijk dicht bij het persen. Dus nog even doorzetten, je kindje is er bijna. In de overgangsfase zijn vrouwen vaak ook volledig in zichzelf gekeerd en krijgen weinig meer mee van wat er om hun heen gebeurt.

Puffen

Probeer je tijdens de overgangsfase van de bevalling goed te concentreren op je ademhaling. Puffen helpt om je ademhaling onder controle te houden en voorkomt dat je te snel te veel lucht binnenkrijgt. Het helpt ook om je uitademing te verlengen, wat erg nuttig kan zijn als je pijn hebt. Dus hoe werkt puffen? Adem rustig in en blaas weer uit in een aantal pufjes en een lange pfff op het eind tot je longen helemaal leeg zijn.

Tijdens het puffen is je inademing korter dan je uitademing. Hierdoor zakt je hartslag en bloeddruk en kom je beter in je ontspanning. Je lichaam zal als reactie hierop meer endorfine aanmaken. Het regelmatige ritme van het puffen kan je daarnaast iets geven om je aan vast te houden tijdens de weeën.

Uitdrijving (pers) fase

De laatste fase van de bevalling is de persfase. Je kindje is er bijna, even doorzetten nog! Veel vrouwen vinden deze fase erg prettig omdat je nu actief aan het werk kan.

De uitdrijvingsfase begint bij tien centimeter ontsluiting, de ontsluitingsweeën gaan over in persweeën. Persweeën zijn goed te onderscheiden van ontsluitingsweeën omdat ze erg krachtig zijn en je een sterke behoefte krijgt om te persen. De persweeën helpen je baby om door het geboortekanaal te komen en geboren te worden.

Uitdrijving

Uitdrijving bevallingVoordat je kindje geboren wordt moet hij door de baarmoedermond, het bekken, de bekkenbodemspier en de vagina. Het hoofdje van je kindje is van de voorkant tot de achterkant breder dan van zijkant tot zijkant. Hij moet daarom om in het geboortekanaal te komen met zijn kin op zijn borst liggen; de achterhoofdsligging. 

De eerste uitdaging is het schaambot. Deze zit halverwege het bekken en bevat een bocht. Om onder het schaambot door te kunnen moet je kindje een inwendige spildraai maken. De inwendige spildraai houdt in dat het hoofdje van je kindje een kwartslag draait met zijn achterhoofd naar voren. Het schaambot is het nauwste gedeelte van het baringskanaal. Is hij hier doorheen dan is het zwaarste gedeelte achter de rug. Hij moet nu alleen nog door het weke weefsel; de baarmoedermond, de bekkenbodemspier en de vagina.

Met elke wee duw je je kindje een beetje verder naar beneden door de bekkenbodemspier en de vagina. Tussen de weeën door zakt het hoofdje steeds weer een stukje terug. En hoewel hij steeds een stukje terug zakt, komt hij toch bij elke wee een stukje verder, totdat het hoofdje ‘staat’, hij zakt niet meer terug tussen de weeën.

Als het hoofdje van je baby tevoorschijn komt, kun je een branderig gevoel krijgen. Dit heet “the ring of fire” en wordt veroorzaakt door het uitrekken van de huid rond de vagina. Je moet nu even stoppen met persen om uitscheuren te voorkomen. Je verloskundige kan op dit moment een warm washandje tegen het perineum houden om het branderige gevoel te verzachten en het weefsel wat weker te maken.

Na de ring of fire wordt het hoofdje van je kindje geboren. Pers je tijdens deze fase te hard dan is er kans op een flinke ruptuur. Luister daarom goed naar de aanwijzingen van je verloskundige.

Is het hoofdje geboren dan maakt het lichaam van je kindje weer een draai en komt hij in de stand die hij had voor de inwendige spildraai. Dit is de uitwendige spildraai. Deze is nodig om het lichaam van je kindje geboren te laten worden. Nog één of twee keer flink persen en je kindje is geboren!

Persen tijdens de bevalling

Veel vrouwen persen instinctief door het gevoel van persen. Maar hoe moet je effectief persen? Er zijn verschillende perstechnieken; persen bij het gevoel van persen, persen op inademing en “ouderwets” persen .

Persen bij het gevoel van persen

Heb je goede en krachtige persweeën dan maakt je baarmoeder een krachtige aanspanning waarbij je instinctief mee perst omdat je eigenlijk niet anders kunt. Probeer in dit geval elke keer dat je perst je ogen open te houden, je kin op je borst, langzaam uit te ademen en druk te geven richting je vagina. En hoe lastig dit op het moment ook voelt, probeer de onderkant goed te ontspannen zodat je kindje de ruimte heeft om eruit te komen.

Persen op inademing

Ben je gevoelig voor hyperventilatie dan is het persen op inademing een goede optie. Probeer in dit geval ook elke keer dat je perst je ogen open te houden en houdt je kin op je borst. Adem door je neus in, zet je middenrif vast, geef een paar seconden druk richting je vagina en laat vervolgens wat lucht los.

Ouderwets persen

Ten slotte is er nog de “standaard” of “ouderwetse” manier van persen. Ook bij deze manier van persen houd je je ogen open en je kin op je borst. Je neemt op het hoogtepunt van de perswee een hap lucht en zet deze vast in je buik. Vervolgens probeer je zo lang en hard mogelijk druk te zetten richting je onderbuik en anus. Dit herhaal je drie keer per perswee. Deze techniek is wat achterhaald omdat het veel kracht kost en je uitgeput kan raken. Dit kan vervolgens effect hebben op je kindje.

Niet persen tijdens de bevalling

In Engeland is er een nieuwe ontwikkeling op het gebied van bevallen; niet persen tijdens de bevalling. “Te veel persen” kan op lange termijn leiden tot incontinentieklachten en zenuwproblemen, zo blijkt uit een studie. Het “niet persen” houdt in dat je je lichaam volgt, en je kindje op een natuurlijke manier geboren laat worden. Dit heeft er in Engeland voor gezorgd dat het aantal vrouwen dat volledig uitscheurt binnen een jaar is verminderd van 7% naar 1%. Door deze positieve wordt het “niet-persen” ook in Nederland steeds populairder.

Duur persfase

De duur van de persfase varieert van vrouw tot vrouw en van geboorte tot geboorte. Gemiddeld duurt het persen bij een eerste kindje 1 tot 1 ½ uur. Bij een volgend kindje zijn je weefsels al wat soepeler waardoor het een stukje sneller gaat. Het kan een paar minuten tot een paar uur duren.

Nageboorte

Nageboorte

Nadat je kindje is geboren is, zal de baarmoeder blijven samentrekken; je krijgt weer persweeën. Deze zorgen ervoor dat placenta van de baarmoederwand loslaat en samen met de vruchtvliezen geboren wordt. Je moet hier nog één of twee keer voor persen.

De verloskundige zal controleren of de placenta en vruchtvliezen compleet zijn. Als er nog kleine stukjes placenta in de baarmoeder blijven zitten, kan dit leiden tot hevige bloedingen (postpartum bloeding) of infecties.

Navelstreng doorknippen

Een belangrijke gebeurtenis; het doorknippen van de navelstreng van je kindje. Het betekent een nieuw begin en staat voor de scheiding van je kind. Tegenwoordig wordt er vaak gewacht tot de navelstreng is uitgeklopt wat inhoudt dat de navelstreng pas wordt afgeklemd en doorgeknipt nadat deze is gestopt met pulseren.

Er wordt dan geen bloed en zuurstof meer uitgewisseld tussen de placenta en je kindje. In de navelstreng zitten geen zenuwen dus het doorknippen doet je kindje geen pijn.

Je kunt ook kiezen voor een lotusbevalling. Bij een lotusbevalling wordt de navelstreng niet doorgeknipt en blijft hij aan je kindje zitten tot hij er natuurlijk af valt.

Apgar score

Na de geboorte wordt gekeken hoe het met je kindje en hoe hij de bevalling heeft doorstaan, hij een Apgar score. Er wordt gekeken naar zijn Ademhaling, Pols/ hartslag, Spierspanning, Aspect/ kleur van de huid en Reactie op prikkels.

Na de bevalling

Na de bevallingHet is je gelukt, Gefeliciteerd! Nu is het tijd om te genieten van je prachtige kindje. Is de bevalling zonder complicaties verlopen en gaat het goed met jou en je kindje? Probeer dan het eerste uur heerlijk huid op huid met je kindje te liggen en te genieten van dit “gouden uur”. Dit geeft jou en je kindje de mogelijkheid om bij te komen van het avontuur en kennis met elkaar te maken. Je kindje zal in dit uur instinctief gaan zoeken naar je tepel en gaan drinken.