6 weken zwanger

Aan het einde van je vijfde zwangerschapsweek is het hartje van je kindje begonnen met kloppen. Daarnaast is het begin van de armpjes en beentjes zichtbaar. Het wordt al steeds meer een klein mensje. Dit is een week waarin veel gebeurt met jou en je kindje.
6 weken zwanger

Samenvatting week 6

  • Week zes loopt van dag 42 tot dag 48
  • Het gezichtje van je kindje begint vorm te krijgen.
  • De neuraalbuis sluit
  • De basis wordt gelegd voor de maag, darmen, nieren en longen
  • Je kindje heeft zijn eigen bloedsomloop en bloedgroep
  • Jouw zwangerschapssymptomen nemen toe
6 weken zwanger

Je baby in de 6e week van je zwangerschap 

In de 6e week van je zwangerschap gebeurt er veel met je kindje. Als eerst begint het gezichtje deze week vorm te krijgen. Vorige week waren al kleine puntjes te zien aan de zijkant van het hoofdje. Deze week zijn ze nog beter zichtbaar. Maar niet alleen de oogjes, ook het begin van de neus is zichtbaar. Al is dit nu nog een klein puntje in het midden van het gezichtje. Daarnaast is er een kleine mondopening zichtbaar. Het zal helaas nog wel even duren voordat jij het gezichtje van je kindje zal zien. Met een 4D echo kun je tijdens je zwangerschap al wel even spieken.

Aan het einde van week 5, begin week 6 is ook het hartje van je kindje begonnen met kloppen. Het slaat met 110 tot 180 slagen per minuut. Dat is twee keer zo snel als je eigen hart. Het hartje van je kindje beschikt nog maar over één kamer en moet zich natuurlijk nog wel verder ontwikkelen. Maar hoe klein het hartje ook is, de verloskundige kan hem al wel zien met een vaginale echo. Met het kloppen van het hartje werkt ook de bloedsomloop van je kindje. Daarnaast begint deze week de aanleg van organen als de nieren, lever, en darmen.

Ook begint je lichaam met de aanmaak van de longen van je kindje. In eerste instantie is er alleen een piepklein buisje aanwezig maar als snel splitst deze zich in een luchtpijp en slokdarm. Hieraan zie je een klein “zakje”. Dit is de longknop waaruit de de bronchiën ontstaan. Vanaf de zesde zwangerschapsweek beginnen deze bronchiën te vertakken. En de ontwikkeling gaat zo razendsnel dat de longen van je kindje rond de zevende week al bijna klaar zijn. Maar ademen kunnen ze voorlopig nog niet, dit kan pas kort voor de uitgerekende datum. Maar dat ze niet niet ademen betekent niet dat ze niks doen. Je kindje neemt slokjes vruchtwater en ademt deze weer uit. Hierdoor wordt het longweefsel verder geactiveerd en de longspieren sterker.

Vanaf nu krijgt je kindje zijn voedingsstoffen binnen via jouw bloedsomloop. Jullie zijn dus nu echt aan elkaar verbonden. Maar wist je dat jouw bloedsomloop en die van je kindje wel altijd gescheiden blijven? Je kindje is met zijn navelstreng verbonden aan de placenta. Door de navelstreng lopen drie bloedvaten. Één bloedvat brengt zuurstofarm bloed van je kindje naar de placenta. De placenta voorziet deze van zuurstof en voedingsstoffen. De twee andere aders brengen dit bloed weer terug naar je kindje.

Vorige week is er buisvormige structuur, de neurale buis, over de lengte van je kindje gevormd. Uit deze “buis”ontstaat het ruggenmerg en de hersenen van je kindje. De neurale buis zal rond deze week sluiten. Dit proces begint rond de 22e dag na bevruchting en is rond de 26e dag volledig gesloten. Aan de kant van het hoofdje ontwikkelen vervolgens blaasjes, hieruit ontstaan de hersenen. Wanneer het sluiten van de neurale buis niet goed gaat, ontstaat er een neurale-buisdefect zoals een open ruggetje. De kans op een neurale-buisdefect is gelukkig klein. Van de 200.000 kinderen die jaarlijks in Nederland geboren worden, hebben 120 een neurale-buisdefect. Je kunt de kans op een kindje met een neurale-buisdefect halveren door door minimaal vier weken voordat je zwanger kunt worden (tot je tiende zwangerschapsweek) dagelijks 400 microgram foliumzuur te slikken.

6 weken zwanger

Jij in de 6e week van je zwangerschap 

Waar je vorige week nog weinig hebt gemerkt van je zwangerschap kan dat deze week ineens totaal anders zijn. Het zwangerschapshormoon hCG neemt wekelijks exponentieel toe. Vorige week had je 18 tot 7.340 units per liter. Deze week is het al opgelopen tot 1,080 – 56,500. Aangezien hCG verantwoordelijk is voor de welbekende zwangerschapskwaaltjes is het ook niet gek dat je je deze week ineens erg “zwanger” kan voelen. Naast misselijkheid, vermoeidheid en zere borsten zal je veel tijd doorbrengen op het toilet.

Maar waarom moet je eigenlijk zoveel plassen? Door toename van de hormonen hCG en progesteron krijgen je nieren meer bloed te verwerken en werken ze efficiënter. Hierdoor moet je vaker moet plassen. Ook de groei van je baarmoeder is een schuldige in het eerste trimester. Je baarmoeder groeit in eerste instantie richting je blaas waardoor deze minder ruimte heeft om urine op te slaan. Later in de zwangerschap groeit je baarmoeder meer omhoog waardoor je hier minder last van hebt.

Ook obstipatie is een vervelende zwangerschapskwaal die vaak optreed in het eerste trimester. Veel vrouwen zijn al bekend met deze kwaal van de week voor de menstruatie. Tijdens de zwangerschap maakt je lichaam meer progesteron aan. Dit hormoon zorgt ervoor dat je darmen langzamer werken en je minder vaak naar de wc kan. Hierdoor blijft je ontlasting ook langer in darmen waardoor het harder en droger kan zijn. Dit maakt het nog lastiger om naar de wc te gaan. Heb je veel last van obstipatie? Probeer dan genoeg vezels te eten en genoeg water te drinken. Ook beweging heeft een positief effect op de werking van je darmen. Probeer twee keer per dag een half uurtje te bewegen.

Prenatale screening

Je kunt tijdens je zwangerschap enkele testen doen om de gezondheid van je kindje in de gaten te houden. De meeste testen krijg je standaard aangeboden zoals een vroege echo, termijnecho en 20-weken echo. Ook krijg je een bloedonderzoek tussen je 8e en 12e week zwangerschap. Naast deze standaard controles zijn er ook screeningstesten beschikbaar om te kijken of je kindje een afwijking heeft.

De eerste is de combinatietest. Met de combinatietest wordt er, met behulp van een bloedonderzoek en nekplooimeting, onderzocht of er een verhoogde kans is dat je kindje het down-, edward- of patausyndroom heeft. Een tweede screeningstest is de NIPT (niet Invasieve Prenatale Test). Met de NIPT wordt er ook gekeken of er bij jou kindje een aanwijzing is voor down-, edwards- of patausyndroom. Hiervoor wordt er bloed bij je afgenomen. Je kunt zelf kiezen of je één van deze testen wilt uitvoeren. Tijdens het intakegesprek zal je verloskundige je hier meer over vertellen.

Tips voor de aanstaande vader

Van een vader