Hoe en wanneer ontstaat de navelstreng?
Het is fascinerend om te bedenken dat de basis voor de navelstreng al wordt gelegd op het moment dat je misschien nog niet eens zeker weet dat je zwanger bent. Al in de derde week na de innesteling ontstaat de zogenaamde ‘hechtsteel’ (connecting stalk). Dit is een vroege verbinding tussen het embryo en de placenta in wording.
De definitieve navelstreng, zoals die de rest van de zwangerschap blijft bestaan, vormt zich aan het einde van de vierde zwangerschapsweek. Dit gebeurt door een proces van samensmelting (fusie) van drie verschillende weefsels:
- De hechtsteel: De primaire verbinding.
- De dooierzaksteel: Een kanaaltje dat in de vroege fase helpt bij de voeding. Meer hierover lees je in ons artikel over de dooierzak.
- De allantoïs: Een structuur die helpt bij de vorming van de bloedvaten.
Terwijl dit gebeurt, breidt de amnionholte (de ruimte waarin het vruchtwater zit) zich snel uit. Het vruchtvlies, het amnion, groeit om deze drie structuren heen en vormt zo de gladde, doorzichtige buitenlaag van de streng.
Een tijdelijke verhuizing van de darmen
Rond de zesde week van je zwangerschap gebeurt er iets bijzonders. De darmen van je baby groeien op dat moment zo hard dat ze niet meer in het kleine buikje passen. De lever en nieren nemen namelijk relatief veel ruimte in beslag. De natuur heeft hiervoor een slimme oplossing: de darmen stulpen tijdelijk uit in de navelstreng. Dit noemen we een fysiologische navelbreuk. Geen zorgen, dit hoort erbij en is vaak goed te zien tijdens de 13-wekenecho. Tussen de tiende en elfde week is de babybuik groot genoeg gegroeid en trekken de darmen zich weer netjes terug naar binnen.
Bron: https://eenmooiebevalling.nl/informatie/bevalling/uitkloppen-navelstreng/
Hoe ziet de navelstreng eruit en wat is de functie?
Aan het einde van de rit is de navelstreng gemiddeld 50 tot 60 centimeter lang en ongeveer 2 centimeter dik. Hij ziet er vaak wat gedraaid uit, als een soort telefoonkoord. Dat is functioneel; die spiraalvorm zorgt ervoor dat de streng minder snel knikt of afgeklemd raakt wanneer je baby beweegt. Soms zie je tijdens de 20-wekenecho hoe de baby ermee speelt.
De bloedvaten: Eenrichtingsverkeer en retour
Binnenin de navelstreng vind je drie bloedvaten. Hoewel er in het begin vier vaten zijn, verschrompelt er rond de zesde week één ader (atrofie). Wat overblijft zijn:
- Eén ader (vena umbilicalis): Deze vervoert zuurstofrijk bloed en voedingsstoffen van de placenta naar je baby.
- Twee slagaders (arteriae umbilicales): Deze voeren zuurstofarm bloed en afvalstoffen van de baby terug naar de placenta, zodat jouw lichaam dit kan opruimen.
De gelei van Wharton: De natuurlijke schokdemper
Je vraagt je misschien af of die bloedvaten niet dichtgedrukt worden als de baby erop ligt of de streng vastpakt. De natuur heeft hierop geanticipeerd met de gelei van Wharton. Dit is een stevige, geleiachtige substantie die de vaten omringt. Het werkt als een kussen: het is veerkrachtig genoeg om de bloedstroom te beschermen, zelfs als er een knoop in de streng komt of als er druk op staat.
De geboorte: wanneer knip je de navelstreng door?
Tijdens de bevalling is de navelstreng nog volop in bedrijf. Jarenlang was het standaard om de navelstreng direct na de geboorte af te klemmen en door te knippen. Tegenwoordig kijken we daar anders naar. Je hebt misschien wel eens gehoord van ‘laat afnavelen’. Dit betekent dat de verloskundige of gynaecoloog enkele minuten wacht voordat de klem erop gaat.
De voordelen van laat afnavelen
Wanneer je baby geboren wordt, bevindt ongeveer een derde van zijn totale bloedvolume zich nog in de placenta en de navelstreng. Door te wachten tot de navelstreng is uitgeklopt (meestal na 1 tot 3 minuten, of soms langer), krijgt de baby een waardevolle extra hoeveelheid bloed mee.
- Hoger ijzergehalte: Dit extra bloed zorgt voor een betere ijzervoorraad, wat bloedarmoede in de eerste maanden kan helpen voorkomen.
- Stabielere overgang: De baby krijgt nog extra zuurstof terwijl de longetjes zich voor het eerst ontplooien. Dit maakt de overstap naar het zelfstandig ademhalen rustiger.
Voor jou als moeder betekent dit vaak een rustig moment van eerste huid-op-huid contact, terwijl de natuur de laatste fase van de bloedoverdracht voltooit.
Navelstreng afklemmen: Cordring of navelklem?
Wanneer de navelstreng is uitgeklopt en het tijd is om deze door te knippen, moet de verbinding met de placenta eerst worden afgesloten. Traditioneel wordt hiervoor een navelklem gebruikt: een harde, plastic klem. Hoewel deze betrouwbaar is, vinden sommige ouders hem onhandig omdat hij tegen de babyhuid kan schuren of in de weg zit bij de luier.
Als alternatief kun je kiezen voor een cordring. Dit is een klein, elastisch ringetje van medisch rubber dat strak om de navelstreng wordt geschoven. Het voordeel is dat deze vrijwel gewichtloos is en plat tegen het buikje aan ligt. Je kunt je voorkeur hiervoor opnemen in je geboorteplan.
De verzorging van het navelstompje
Zodra de navelstreng is doorgeknipt, blijft er een klein restje achter: het navelstompje. In de eerste dagen na de geboorte verandert dit stompje van kleur; het wordt donkerder en droogt langzaam in.
Wanneer valt het stompje eraf?
Meestal valt het navelstompje er tussen de 5 en 14 dagen na de geboorte af. Het is belangrijk om het stompje schoon en droog te houden. Je hoeft er in principe niets aan te doen, behalve zorgen dat er lucht bij kan komen. Als het stompje eraf valt, is het resultaat die unieke herinnering aan de zwangerschap: de navel.
Als het anders loopt: afwijkingen en complicaties
Hoewel de navelstreng in de meeste gevallen zijn werk vlekkeloos doet, kunnen er soms medische afwijkingen optreden. Een bekend fenomeen is de navelstrengomstrengeling, waarbij de streng om de nek van de baby zit. Dit komt vaak voor en is meestal onschuldig; verloskundigen zijn getraind om de streng tijdens de geboorte eenvoudig over het hoofdje te glijden of een ‘somersault maneuver’ (koprol) toe te passen.
Er zijn echter ook complexere situaties, zoals een afwijkende insertie. Normaal gesproken hecht de streng zich centraal aan op de placenta, maar bij een velamenteuze insertie loopt de streng via de vliezen. Hierbij liggen de bloedvaten onbeschermd, wat risico’s op groeiachterstand met zich mee kan brengen. Een zeer ernstige variant hiervan is Vasa Previa, waarbij deze onbeschermde vaten vlak voor de baarmoedermond liggen. Als de vliezen breken, kunnen deze vaten scheuren, wat levensgevaarlijk is voor de baby. Gelukkig wordt dit vaak al vroegtijdig opgespoord tijdens de 20-wekenecho, waarna een geplande keizersnede de veiligste route is.
Tijdens de baring zelf wordt de hartslag van de baby nauwlettend in de gaten gehouden. Soms ontstaat er navelstrengcompressie; de streng wordt dan tijdens een wee even dichtgedrukt, wat zichtbaar is als variabele vertragingen op een hartfilmpje (CTG).
Een zeldzame maar acute noodsituatie is een uitgezakte navelstreng. Hierbij zakt de streng na het breken van de vliezen onder het hoofdje van de baby, waardoor de zuurstoftoevoer in het gedrang komt. Dit vereist direct handelen van het medisch team, vaak gevolgd door een spoedkeizersnede. Hoewel dit beangstigend klinkt, is het belangrijk te weten dat deze complicaties zeldzaam zijn en dat de medische zorg in Nederland hier volledig op is ingericht.
Samenvattend: Een technisch hoogstandje
De navelstreng is veel meer dan een simpel ’touwtje’. Het is een tijdelijk orgaan dat met uiterste precisie is opgebouwd. Het beschermt de darmen in de vroege fase, filtert afvalstoffen en voorziet je baby van de nodige brandstof via een systeem dat beschermd wordt door de veerkrachtige gelei van Wharton.
Het begrijpen van hoe dit werkt, geeft vaak een gevoel van rust. Je lichaam weet precies wat het moet doen. Of het nu gaat om de fysiologische navelbreuk die vanzelf herstelt, of de extra bloedboost die je baby krijgt bij het laten uitkloppen; het proces is nuchter, biologisch en bovenal heel efficiënt.
Heb je na het lezen van dit artikel nog vragen over de specifieke keuzes rondom het afnavelen in jouw situatie? Bespreek dit dan gerust met je verloskundige.
Bronnen:
-
De Jonge, A., Verhoeven, C., Feijen-de Jong, E., Van Dillen, J., & Bakker, P. (2025). Praktische verloskunde (15e, herziene druk). BSL Media & Learning / Springer Media B.V.
-
Landon, M. B., Galan, H. L., Jauniaux, E. R. M., Driscoll, D. A., Berghella, V., Grobman, W. A., Gabbe, S. G., Niebyl, J. R., & Simpson, J. L. (2019). Gabbe’s obstetrics essentials: Normal and problem pregnancies. Elsevier.
-
Macdonald, S., & Johnson, G. (Red.). (2022). Mayes’ midwifery (16e druk). Elsevier.
-
Moore, K. L., Persaud, T. V. N., & Torchia, M. G. (2013). The developing human: Clinically oriented embryology (9e druk). Saunders / Elsevier.
-
Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie. (2013). Richtlijn foetale bewaking (Versie 3.0). NVOG.
-
Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie. (2023). Leidraad obstetrische parameters (incl. bijlage placentalokalisatie). NVOG.
-
Smit, M., Zwanenburg, F., Van der Wolk, S., Middeldorp, J. M., Havenith, B., & Van Roosmalen, J. (2014). Navelstrengprolaps. Tijdschrift voor Verloskundigen, (4), 27-31.
-
Vasa Previa Foundation. (z.d.). Veelgestelde vragen. Geraadpleegd van de Vasa Previa Foundation website.