Hoeveel aankomen is ‘normaal’?
Er is geen standaard gewicht dat voor elke zwangere vrouw geldt. Ieder lichaam is anders en hoeveel je ‘mag’ aankomen, hangt vooral af van je startgewicht. Hiervoor kijken we naar je BMI (Body Mass Index) van vóór de zwangerschap. Gemiddeld komt een vrouw zo’n 12 kilogram aan, maar de marges zijn breed en afhankelijk van jouw bouw.
In Nederland volgen we, net als internationaal, richtlijnen om de gezondheidsrisico’s voor jou en je baby zo klein mogelijk te houden. Hieronder zie je wat er voor jouw situatie wordt geadviseerd. Weet je je BMI niet? Deze kun je eenvoudig online berekenen op basis van je lengte en gewicht voor de zwangerschap.
Tabel: Richtlijnen gewichtstoename per BMI
| BMI voor de zwangerschap | Categorie | Geadviseerde totale toename |
|---|---|---|
| Lager dan 18,5 | Ondergewicht | 12,5 tot 18 kg |
| 18,5 – 24,9 | Normaal gewicht | 11,5 tot 16 kg |
| 25,0 – 29,9 | Overgewicht | 7 tot 11,5 kg |
| 30 of hoger | Obesitas | 5 tot 9 kg |
Let op: Ben je zwanger van een tweeling? Dan gelden er andere cijfers. Bij een gezond gewicht kom je dan vaak tussen de 16,8 en 24,5 kg aan. Dit is logisch, want je draagt letterlijk dubbel zoveel leven bij je. Lees hier meer over de symptomen van een tweelingzwangerschap.
Waar gaan al die kilo’s heen? (De opbouw)
Veel vrouwen zijn bang dat elke kilo die erbij komt, direct als permanent lichaamsvet op de heupen belandt. Gelukkig is dat een fabeltje. Het grootste deel van het gewicht zit in essentiële onderdelen die je baby nodig heeft om te groeien en te overleven.
Stel dat je aan het einde van de rit 12,5 kilo bent aangekomen. De verdeling ziet er dan ongeveer zo uit:
- De baby (ca. 3,4 kg): Dit is het gewicht van je kindje bij de geboorte.
- De placenta (ca. 0,65 kg): De placenta of moederkoek is een wonderlijk orgaan dat speciaal voor je baby wordt aangemaakt. Het zorgt voor de toevoer van voedingsstoffen en zuurstof.
- Vruchtwater (ca. 0,8 kg): Je baby zwemt in het vruchtwater. Dit beschermt je kindje tegen stoten, houdt de temperatuur constant en helpt bij de ontwikkeling van de longen.
- Extra bloedvolume (ca. 1,45 kg): Tijdens je zwangerschap maakt je lichaam veel extra bloed aan om de placenta en je baby van zuurstof te voorzien. Dit is ook belangrijk om bloedverlies tijdens de bevalling op te vangen. Lees meer over je hemoglobine en bloedwaardes.
- Vochtretentie (ca. 1,5 kg): Je houdt meer vocht vast in je weefsels (extracellulair vocht). Dit dient als reserve voor als je bijvoorbeeld minder drinkt of tijdens de bevalling veel vocht verliest.
- Baarmoeder en borsten (ca. 1,4 kg): Je baarmoeder groeit van het formaat van een peer naar een watermeloen. Ook je borsten bereiden zich voor op de melkproductie, wat kan leiden tot pijnlijke borsten en gewichtstoename door klierweefsel.
- Vetreserves (ca. 3,35 kg): Uiteindelijk is ‘slechts’ een kwart van de toename echt extra vetweefsel bij jezelf. Dit heb je hard nodig als energievoorraad voor de bevalling en de borstvoedingsperiode.
Wist je dat maar liefst 62% van je totale gewichtstoename uit water bestaat? Dit verklaart ook waarom veel vrouwen na de bevalling vrij snel weer kilo’s verliezen; het vocht en het extra bloedvolume verlaten je lichaam weer.
Hoe verloopt de toename tijdens de zwangerschap?
De weegschaal zal niet elke week hetzelfde laten zien en het patroon verschilt per trimester. Je lichaam doorloopt namelijk verschillende fases.
Eerste trimester: De start
In de eerste drie maanden komen de meeste vrouwen nog niet zoveel aan. Soms val je zelfs iets af. Heb je veel last van ochtendmisselijkheid of zelfs extreme misselijkheid (hyperemesis gravidarum), dan is eten lastig. Zolang je genoeg drinkt en probeert kleine beetje te eten, kan dit meestal geen kwaad voor de baby. De baby is in deze fase nog heel klein en heeft weinig extra energie nodig.
Tweede trimester: De groeispurt
De meeste gewichtstoename vindt plaats na de 20e week. Vanaf dat moment kom je gemiddeld zo’n 500 gram per week aan. Dit is de fase waarin je baby flink gaat groeien. Ook je lichaam gaat nu in de ‘anabole fase’: je slaat vet op en je bloedvolume neemt toe. Rond deze tijd krijg je ook de 20-wekenecho, waarop je vaak al kunt zien hoe goed je kindje groeit.
Derde trimester: De laatste loodjes
In de laatste maanden groeit je baby hard, vooral in vetweefsel. Je lichaam schakelt over naar een ‘katabole fase’. Dit betekent dat jouw opgeslagen vetten nu gebruikt worden als energiebron, zodat er voldoende glucose (suiker) naar je baby gaat. Je baby moet immers reserves opbouwen voor na de geboorte.
Let op: Kom je ineens heel veel aan in korte tijd (bijvoorbeeld meer dan 1 kilo in een week) en houd je extreem veel vocht vast in je gezicht of handen? Heb je daarnaast hoofdpijn of sterretjes zien? Neem dan direct contact op met je verloskundige. Dit kan wijzen op een te hoge bloeddruk of pre-eclampsie (zwangerschapsvergiftiging).
Tabel: Gemiddelde gewichtstoename per zwangerschapsweek
Benieuwd of je op schema ligt? In de onderstaande tabel zie je hoeveel gewicht je in totaal ongeveer aangekomen mag zijn bij een bepaald aantal weken zwangerschap. Houd er rekening mee dat dit gemiddelden zijn. Zolang je verloskundige tevreden is met de groei van de baby, hoef je je geen zorgen te maken als je iets afwijkt van deze cijfers.
| Week | Ondergewicht (BMI < 18,5) |
Normaal gewicht (BMI 18,5 – 24,9) |
Overgewicht (BMI 25 – 29,9) |
|---|---|---|---|
| 12 weken | 0,5 – 2,0 kg | 0,5 – 2,0 kg | 0,5 – 1,5 kg |
| 16 weken | 2,5 – 3,5 kg | 2,0 – 3,0 kg | 1,0 – 2,5 kg |
| 20 weken | 4,5 – 5,5 kg | 3,5 – 4,5 kg | 2,5 – 3,5 kg |
| 24 weken | 6,5 – 7,5 kg | 5,5 – 6,5 kg | 3,5 – 5,0 kg |
| 28 weken | 8,5 – 10,0 kg | 7,0 – 8,5 kg | 4,5 – 6,5 kg |
| 32 weken | 10,5 – 12,5 kg | 9,0 – 11,0 kg | 6,0 – 8,0 kg |
| 36 weken | 12,5 – 15,0 kg | 11,0 – 13,5 kg | 7,0 – 9,5 kg |
| 40 weken | 12,5 – 18,0 kg | 11,5 – 16,0 kg | 7,0 – 11,5 kg |
Let op: Bij obesitas (BMI > 30) is het advies om in totaal tussen de 5 en 9 kg aan te komen. Dit verloopt vaak grilliger en wordt individueel begeleid door je zorgverlener.
Eten voor twee: feit of fabel?
Ondanks alle goedbedoelde adviezen van oma’s en tantes: nee, je hoeft echt niet voor twee te eten. Het is belangrijker dat je goed eet, dan dat je veel eet. Kwaliteit gaat boven kwantiteit.
Pas in het derde trimester (de laatste drie maanden) heeft je lichaam daadwerkelijk meer energie nodig, ongeveer 200 tot 300 calorieën per dag extra. Dat staat gelijk aan twee extra volkoren boterhammen met kaas of een schaaltje yoghurt met fruit en muesli. Meer is echt niet nodig.
Streng lijnen is gevaarlijk
Misschien schrik je van de kilo’s, maar ga nooit lijnen of vasten tijdens je zwangerschap. Als je te weinig eet, gaat je lichaam vetten verbranden op een manier waarbij afvalstoffen (ketonen) vrijkomen. Deze kunnen schadelijk zijn voor de ontwikkeling van je ongeboren kindje. Bovendien heb je bepaalde voedingsstoffen hard nodig. Denk aan foliumzuur in het begin, maar later ook jodium, ijzer en vitamine B12.
Blijf bewegen
Naast gezond eten is beweging essentieel. Sporten tijdens de zwangerschap helpt om overmatige gewichtstoename te beperken. Probeer minimaal 150 minuten per week matig intensief te bewegen. Wandelen, zwemmen of speciale zwangerschapsyoga zijn perfecte opties. Luister wel altijd goed naar je lichaam; krijg je last van harde buiken of bekkeninstabiliteit, doe het dan rustiger aan.
Risico’s van te veel of te weinig aankomen
Waarom hameren verloskundigen en artsen zo op dat gewicht? Dat is niet om je te plagen of onzeker te maken, maar om de gezondheid van jou en de baby te bewaken. Extremen kunnen namelijk risico’s met zich meebrengen.
Risico’s van overmatige gewichtstoename
Als je veel meer aankomt dan de richtlijn, vergroot dit de kans op medische complicaties zoals zwangerschapsdiabetes en hypertensie (hoge bloeddruk). Ook kan dit leiden tot een heel groot kind (macrosomie). Een grote baby kan de bevalling moeilijker maken, waardoor de kans op uitscheuren of een keizersnede toeneemt.
Daarnaast is het voor jezelf prettig als er niet te veel kilo’s blijven ‘plakken’. Overgewicht dat na de bevalling blijft bestaan, kan een risicofactor zijn voor een eventuele volgende zwangerschap.
Risico’s van te weinig aankomen
Aan de andere kant is te weinig aankomen ook niet goed. Dit verhoogt het risico op een baby met een te laag geboortegewicht (Small for Gestational Age) of zelfs vroeggeboorte. Zeker als je start met ondergewicht (BMI < 18,5), is het belangrijk om samen met een diëtist of verloskundige te kijken hoe je je energie-inname kunt verbeteren.
Vocht vasthouden (Oedeem)
Soms lijkt het alsof je in één week twee kilo bent aangekomen. Vaak is dit geen vet, maar vocht. Oedeem tijdens de zwangerschap komt heel veel voor, zeker in het derde trimester en bij warm weer. Je merkt dit aan dikke enkels, voeten of vingers (ringen die knellen!). Hoewel vervelend, is dit meestal onschuldig. Het vocht verdwijnt na de bevalling vanzelf weer.
Na de bevalling
En dan is de baby er! Direct na de bevalling ben je al een flink deel van het gewicht kwijt. De baby, de placenta en het vruchtwater zijn eruit. In de weken daarna verlies je ook het extra vocht en slinkt je baarmoeder en het bloedvolume. Dit proces wordt vaak gestimuleerd door borstvoeding te geven, wat extra energie kost en de baarmoeder helpt krimpen.
Geef je lichaam de tijd om te herstellen. Het heeft negen maanden geduurd om op dit punt te komen; verwacht niet dat je binnen twee weken weer in je oude spijkerbroek past. Focus in je kraamtijd eerst op herstel en genieten van je baby. Die kilo’s komen later wel.
Tot slot
Gewichtstoename tijdens de zwangerschap is een natuurlijk proces. Het is een teken dat je lichaam zich aanpast en zorgt voor het nieuwe leven in je buik. Pin je niet vast op elk grammetje, maar houd de grote lijnen in de gaten. Eet gezond, beweeg waar het kan en wees lief voor jezelf.
Twijfel je over je gewicht, heb je zorgen over je eetpatroon of weet je niet wat je wel en niet mag eten? Bespreek dit dan gewoon met je verloskundige. Zij zijn er om je te helpen, je serieus te nemen en je gerust te stellen.
Bronnen:
- Bakker, R., & van der Hulst, L. (2025). Praktische verloskunde (5e herz. druk). Bohn Stafleu van Loghum.
- Blackburn, S. T. (2023). Maternal, fetal, & neonatal physiology: A clinical perspective (6th ed.). Elsevier.
- Mayes, L. L. (2020). Mayes’ midwifery (16th ed.). Elsevier
- Widmaier, E. P., Raff, H., & Strang, K. T. (2023). Vander’s human physiology: The mechanisms of body function (16th international student ed., eBook). McGraw-Hill Education.