Skip to content
Menu
zwanger suiker prikken

Zwangerschapsdiabetes: alles wat je moet weten over suikerziekte tijdens je zwangerschap

Als je zwanger bent, verandert er van alles in je lichaam. Je hormonen gieren door je lijf, je buik groeit en je bent druk bezig met de voorbereidingen op de komst van je kindje. Soms krijg je tijdens een controle bij de verloskundige te horen dat je bloedsuiker aan de hoge kant is, of dat er een verhoogd risico is op zwangerschapsdiabetes.

Dat woord kan even schrikken zijn. Misschien zie je direct beelden voor je van insulinespuiten of strenge diëten, en maak je je zorgen over de gezondheid van je baby. Dat is een hele begrijpelijke reactie. Toch is het goed om te weten dat zwangerschapsdiabetes (in medische termen Gestational Diabetes Mellitus of GDM) een veelvoorkomende aandoening is die met de juiste zorg heel goed te behandelen is.

In dit artikel leggen we je stap voor stap uit wat er precies gebeurt in je lichaam, waarom dit ontstaat en wat dit betekent voor jou en je baby.

Dit artikel is geschreven door:

Minder dan 1 minuut Leesduur minuten

Wat is zwangerschapsdiabetes precies?

Simpel gezegd is zwangerschapsdiabetes een stoornis in je stofwisseling die voor het eerst wordt ontdekt tijdens de zwangerschap. Het betekent dat je lichaam tijdelijk moeite heeft om de bloedsuikerspiegel (glucose) in balans te houden.

Bij de meeste vrouwen ontstaat dit pas halverwege de zwangerschap, maar het kan ook zijn dat er sprake is van een diabetes type 2 die nog niet eerder was ontdekt en nu aan het licht komt. In Nederland krijgt ongeveer 2% tot 5% van de zwangere vrouwen met deze diagnose te maken. Je bent dus zeker niet de enige.

Hoe ontstaat het? (De fysiologie)

Om te begrijpen waarom dit gebeurt, moeten we even kijken naar de wisselwerking tussen jou en de placenta (moederkoek). Een zwangerschap is van nature namelijk een beetje “diabetogeen”. Dat klinkt ingewikkeld, maar het betekent eigenlijk dat je lichaam expres een situatie creëert die lijkt op diabetes.

De placenta is een ware hormoonfabriek. Het produceert stoffen zoals humaan placentair lactogeen (hPL), corticotropine-releasing hormoon (CRH) en specifieke groeifactoren. Deze hormonen hebben een belangrijk doel: ze zorgen ervoor dat jouw lichaam tijdelijk minder gevoelig wordt voor je eigen insuline. Dit noemen we insulineresistentie.

Waarom doet je lichaam dat? Het is een slim trucje van de natuur. Door jouw cellen minder glucose te laten opnemen, blijft er meer suiker en vet in je bloed circuleren. En dat is precies wat je groeiende baby nodig heeft als voeding.

Normaal gesproken lost je lichaam dit zelf op. Je alvleesklier (pancreas) gaat extra hard werken en maakt meer insuline aan om je bloedsuiker toch binnen de perken te houden. Maar bij zwangerschapsdiabetes kunnen de zogenoemde bètacellen in de alvleesklier die extra vraag niet helemaal bijbenen. Het resultaat: je bloedsuikerspiegel stijgt te ver, en er ontstaat diabetes.

Loop ik risico? De oorzaken en risicofactoren

Niet iedere zwangere vrouw wordt standaard getest op diabetes. Omdat het testen van iedereen (universele screening) erg duur en belastend is, kijken verloskundigen in Nederland vooral naar risicofactoren. Als jij in een van onderstaande groepen valt, is de kans groter dat je verloskundige je adviseert om je bloedsuiker te laten checken.

De belangrijkste risicofactoren zijn:

  • Gewicht: Je hebt een BMI hoger dan 30 (obesitas) bij het begin van de zwangerschap. Meer over gewicht lees je in ons artikel over aankomen tijdens de zwangerschap.
  • Eerdere ervaring: Je hebt in een vorige zwangerschap ook al zwangerschapsdiabetes gehad.
  • Afkomst: Je komt uit een gebied waar diabetes veel voorkomt, zoals Zuid-Azië (Hindoestaans), het Midden-Oosten, Marokko, Egypte of het Caribisch gebied.
  • Familie: Een van je ouders, broers of zussen heeft diabetes type 2.
  • Vorige bevalling: Je bent eerder bevallen van een baby die zwaarder was dan 4500 gram (macrosomie) of ver boven het gemiddelde gewicht zat.
  • Overig: Je hebt PCOS of hebt ooit een onverklaarde vruchtdood meegemaakt in een eerdere zwangerschap.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Als je een verhoogd risico hebt, zal je verloskundige voorstellen om een test te doen. De gouden standaard hiervoor is de Orale Glucose Tolerantie Test (OGTT), ook wel de ‘suikertest’ genoemd.

ogtt

 Hoe werkt de test?

Meestal vindt deze test plaats tussen de 24 en 28 weken zwangerschap. Als je in een vorige zwangerschap al diabetes had, wordt er vaak eerder getest (rond 16-18 weken) en als die test goed is, wordt deze later nog eens herhaald.

Het verloop is als volgt:

  1. Je komt nuchter naar de prikpost (je mag dus ’s ochtends niets gegeten hebben).
  2. Er wordt bloed geprikt om je nuchtere waarde te bepalen.
  3. Vervolgens drink je een mierzoet drankje met 75 gram glucose.
  4. Je moet daarna twee uur rustig wachten (niet lopen of inspannen).
  5. Na twee uur wordt er opnieuw bloed geprikt om te kijken hoe je lichaam de suiker heeft verwerkt.

Er is wereldwijd veel discussie over wanneer de waarden precies ’te hoog’ zijn. In Nederland wordt vaak gekeken naar de criteria van de WHO uit 1999 (nuchter ≥ 7,0 mmol/l en/of na 2 uur ≥ 7,8 mmol/l). Er zijn nieuwere, strengere richtlijnen die sneller de diagnose stellen (nuchter ≥ 5,1 mmol/l), maar daarover is nog geen eenduidigheid of dit in Nederland echt nodig is.

Wat zijn de risico’s voor jou en je baby?

Het is belangrijk om zwangerschapsdiabetes serieus te nemen. Als de bloedsuikerspiegel langdurig te hoog is, kan dit gevolgen hebben. Glucose is namelijk een kleine stof die gemakkelijk door de placenta naar je baby reist. Insuline is echter een grotere stof en kan niet door de placenta.

Dit betekent dat als jij hoge suikers hebt, je baby ook hoge suikers krijgt. De baby moet dit zelf oplossen door extra insuline aan te maken. Omdat insuline ook werkt als een groeihormoon, slaat de baby die extra energie op als vet.

Gevolgen voor de baby

  • Macrosomie (hoog geboortegewicht): Baby’s van moeders met onbehandelde diabetes worden vaak groot en zwaar (>4000 of >4500 gram). Ze hebben vaak een wat dikkere buik/romp.
  • Schouderdystocie: Dit is een lastig woord voor een situatie tijdens de bevalling waarbij het hoofdje geboren wordt, maar de schouders blijven haken achter jouw schaambeen. Dit komt vaak door de bredere rompomvang van de baby. Dit kan leiden tot botbreuken of zenuwschade bij het kindje.
  • Hypoglykemie na de geboorte: Zolang de baby in de buik zit, krijgt het veel suiker via de navelstreng. Zodra deze is doorgeknipt, stopt die toevoer abrupt. De baby heeft echter nog wel veel insuline in zijn bloed. Hierdoor kan de bloedsuiker van de baby na de geboorte snel en te diep dalen (een hypo).
  • Te veel vruchtwater (Polyhydramnion): Doordat de baby veel suiker krijgt, gaat hij of zij ook meer plassen. Dit zorgt voor een toename van de hoeveelheid vruchtwater, wat je buik extra gespannen kan maken.

Gevolgen voor de moeder

Ook voor jou zijn er aandachtspunten. Vrouwen met GDM hebben een groter risico op een hoge bloeddruk en zwangerschapsvergiftiging (pre-eclampsie). Daarnaast is de kans op een keizersnede groter, omdat de baby vaak groter is. Ook is er een aanzienlijk risico (tot 50%) dat je later in je leven diabetes type 2 ontwikkelt.

De behandeling: wat kun je zelf doen?

Gelukkig is er ook goed nieuws: in de overgrote meerderheid van de gevallen (80-90%) is zwangerschapsdiabetes goed te behandelen door aanpassingen in je leefstijl. Medicijnen zijn lang niet altijd nodig. Het doel van de behandeling is om ‘normoglykemie’ te bereiken, oftewel: normale bloedsuikerwaarden. Dit vermindert de risico’s voor je baby aanzienlijk.

Stap 1: Voeding en beweging

Dit is de basis. Je krijgt vaak advies van een diëtist over een koolhydraatarm of koolhydraatbeperkt dieet. Het gaat erom dat je “snelle suikers” (zoals frisdrank, snoep, wit brood) vermijdt en kiest voor producten die je bloedsuiker stabieler houden. Daarnaast is beweging erg belangrijk. Sporten tijdens de zwangerschap, of gewoon een stukje wandelen na de maaltijd, helpt je spieren om de glucose uit je bloed op te nemen, waardoor je suikerspiegel daalt.

Je leert vaak om zelf je suikers te controleren door middel van een vingerprikje (dagcurves). De streefwaarden waar artsen vaak naar kijken zijn:

  • Nuchter: onder de 5,3 mmol/l
  • 1 uur na het eten: onder de 7,8 mmol/l
  • 2 uur na het eten: onder de 6,7 mmol/l

Stap 2: Medicatie

Lukt het niet om met dieet en beweging binnen 1 tot 2 weken de waarden omlaag te krijgen? Dan is medicatie nodig.

  • Insuline: Dit is de eerste keus en de meest veilige optie voor de baby, omdat insuline de placenta niet passeert. Het klinkt misschien eng om te moeten spuiten, maar de naalden zijn tegenwoordig heel klein en de meeste vrouwen wennen er snel aan.
  • Tabletten (zoals metformine): Soms worden tabletten gebruikt als spuiten echt geen optie is. Toch geven de meeste richtlijnen de voorkeur aan insuline vanwege de veiligheid op lange termijn.

Tijdens de zwangerschap wordt de groei van je kindje extra goed in de gaten gehouden met echo’s. De echoscopist kijkt dan vooral naar de buikomvang van de baby en de hoeveelheid vruchtwater.

De bevalling en de kraamtijd

Als je zwangerschapsdiabetes hebt, verloopt het einde van de zwangerschap soms net iets anders.

Wanneer ga je bevallen?
Als je je bloedsuikers goed onder controle hebt met alleen een dieet en de baby groeit normaal, kun je vaak gewoon afwachten tot de bevalling spontaan begint, net als bij iedere andere zwangerschap.

Gebruik je insuline? Dan wordt vaak geadviseerd om de bevalling in te leiden rond de 38 of 39 weken. Dit doet men uit voorzorg om te voorkomen dat de baby te groot wordt of dat er problemen met de placenta ontstaan.

Tijdens de bevalling
Als je insuline gebruikt, wordt je bloedsuiker tijdens de bevalling goed in de gaten gehouden. Het doel is om te voorkomen dat de baby na de geboorte een dip in de suikerspiegel krijgt.

Na de geboorte
Zodra de placenta geboren is, verdwijnen de zwangerschapshormonen die de insulineresistentie veroorzaakten. De behoefte aan insuline daalt bij de moeder dan ook drastisch. Meestal mag je direct stoppen met de medicatie.

Voor de baby zijn de eerste 24 tot 48 uur belangrijk. De verpleegkundige of kraamverzorgster zal regelmatig de bloedsuiker van de baby controleren (via een hielprikje) om er zeker van te zijn dat deze niet te laag wordt. Borstvoeding wordt hierbij sterk aangeraden; moedermelk helpt namelijk fantastisch om de glucosehuishouding van de baby te stabiliseren.

Hoe gaat het verder? 

Als de kraamweek voorbij is en je weer in je ritme komt, is het belangrijk om de diabetes niet helemaal te vergeten. Omdat zwangerschapsdiabetes een sterke voorspeller is voor het krijgen van diabetes type 2 in de toekomst, is controle belangrijk. Meestal wordt geadviseerd om ongeveer 6 weken na de bevalling nog eens nuchter je bloedsuiker te laten prikken. Daarna is het verstandig dit jaarlijks of elke paar jaar via de huisarts te herhalen.

Heb je in de toekomst weer een kinderwens? Bespreek dit dan van tevoren. Je kunt dan vroegtijdig advies krijgen en bij een volgende zwangerschap sneller gescreend worden.

Tot slot
De diagnose zwangerschapsdiabetes kan voelen als een stempel op je zwangerschap. Het vraagt discipline en aanpassingsvermogen van je, net in een periode waarin je misschien vooral wilde genieten. Maar onthoud: je doet dit voor een prachtig doel. Door goed op je voeding te letten en samen te werken met je zorgverleners, geef je jouw kindje de allerbeste en gezondste start die mogelijk is. En dat is elke boterham minder en elke wandeling extra dubbel en dwars waard.

Bronnen

  • Bakker, R., & Van der Hulst, L. (2025). Praktische verloskunde (5e herz. druk). Bohn Stafleu van Loghum.
  • Blackburn, S. T. (2018). Maternal, fetal & neonatal physiology: A clinical perspective (5th ed.). Elsevier.
  • Landon, M. B., Galan, H. L., Jauniaux, E. R. M., Driscoll, D. A., Berghella, V., Grobman, W. A., & Gabbe, S. G. (Eds.). (2019). Gabbe’s obstetrics essentials: Normal and problem pregnancies. Elsevier.
  • Mayes, L. L. (2020). Mayes’ midwifery (16th ed.). Elsevier.
  • Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie. (2010). Diabetes mellitus en zwangerschap. NVOG.
  • World Health Organization. (2013). Diagnostic criteria and classification of hyperglycaemia first detected in pregnancy. WHO.
  • Zondag, L. (2018). Factsheet diabetes gravidarum (GDM) (Versie 2.4). Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen.

Dit artikel is geschreven door: 

Renate Sal

Als verloskunde in opleiding én moeder van drie kinderen heb ik een passie ontwikkeld voor alles wat met zwangerschap en geboorte te maken heeft. Deze passie heb ik vertaald naar het online platform Zwangerennu.nl, waar ik mijn kennis, studie-inzichten en persoonlijke ervaringen deel. Mijn doel is om (aanstaande) moeders te ondersteunen, te informeren en met een nuchtere blik te begeleiden tijdens deze bijzondere periode in hun leven.

Inhoud