De verschillende gradaties van uitscheuren
Niet elke ruptuur is hetzelfde. Artsen en verloskundigen verdelen ze in graden om de ernst en de benodigde behandeling te bepalen tijdens de bevalling:
Eerstegraads ruptuur: In zo’n 30% van de gevallen is er sprake van een eerstegraads ruptuur. Hierbij is alleen de huid van het perineum of het slijmvlies van de vagina licht ingescheurd. De onderliggende spieren zijn nog intact. Het gaat vaak om een scheur waarbij weinig tot geen bloedverlies is en die vaak niet gehecht hoeft te worden.
Tweedegraads ruptuur: Deze rupturen komen voor bij ongeveer 10% van de vrouwen. Niet alleen de huid en het slijmvlies zijn aangedaan, maar ook onderliggend spier- en bindweefsel. Hechten is dan ook altijd noodzakelijk om de spierfunctie goed te laten herstellen.
Totaalruptuur (derdegraads): De scheur loopt door vanaf het perineum tot in de kringspier (sfincter) van de anus. De kringspier kan gedeeltelijk of volledig zijn doorgescheurd, maar het darmslijmvlies is nog intact. Het hecten wordt altijd gedaan door een gynaecoloog.
Totaalruptuur (vierdegraads): In dit geval loopt de scheur door tot in de kringspier van de anus. Het hechten wordt altijd gedaan door een gynaecoloog. Omdat de kringspier uiterst nauwkeurig hersteld moet worden, vindt dit bijna altijd plaats op de operatiekamer (OK). Je krijgt dan een ruggenprik of algehele narcose, zodat de gynaecoloog in een steriele omgeving de spieren en eventueel het darmslijmvlies zorgvuldig kan hechten.
Risico’s van een totaalruptuur op de lange termijn
Wanneer een totaalruptuur goed wordt gehecht en verzorgd, herstellen de meeste vrouwen volledig. Toch zijn er risico’s op de lange termijn waar rekening mee wordt gehouden, zoals incontinentie voor windjes of ontlasting als de kringspier niet optimaal geneest. Ook kunnen sommige vrouwen last blijven houden van een zwaar gevoel in de bekkenbodem of klachten zoals urineverlies.
Hoe vaak komen de verschillende rupturen voor?
Het is goed om te weten dat je niet de enige bent; perineumschade is in de verloskunde eerder regel dan uitzondering. De kans op een scheur hangt sterk af van of dit je eerste kindje is en hoe de bevalling verloopt.
Algemene rupturen (Graad 1 en 2)
Bij een spontane bevalling krijgt ruim de helft van de vrouwen (ongeveer 51%) te maken met een vorm van uitscheuren. Het maakt hierbij verrassend genoeg weinig uit of je voor het eerst bevalt of al eerder een kindje hebt gekregen. Bij een instrumentele baring, zoals een bevalling met een vacuümpomp, ligt dit percentage lager (rond de 16-22%). Dit komt echter omdat er bij kunstverlossingen heel vaak preventief een knip (episiotomie) wordt gezet om ongecontroleerd scheuren te voorkomen.
Ernstige rupturen: De (sub)totaalruptuur
Een ruptuur waarbij de anale kringspier betrokken is, is gelukkig een stuk zeldzamer. Over alle bevallingen in Nederland heen krijgt ongeveer 2,0% van de vrouwen hiermee te maken. Het risico is aanzienlijk groter bij een eerste bevalling (nulliparae) dan bij een volgende (multiparae). Voor vrouwen die in de eerste lijn bij de verloskundige bevallen, is een volledige graad 4 ruptuur met slechts 1,7% (bij een eerste kind) echt een zeldzame complicatie.
Heb je bij een eerdere bevalling een totaalruptuur gehad? Dan is het goed om te weten dat het herhalingsrisico bij een volgende vaginale baring tussen de 3,2% en 7,2% ligt. Dit is iets om rustig te bespreken tijdens je eerste afspraak bij de verloskundige.
Preventie: de Scandinavische methode en de ‘knip’
Zorgverleners doen er alles aan om de schade aan het perineum te beperken. Een bekende techniek is de Scandinavische methode (ook wel de ‘hands-on’ techniek genoemd). Hierbij ondersteunt de verloskundige met één hand het perineum, terwijl de andere hand de snelheid waarmee het hoofdje van de baby geboren wordt controleert. Dit gebeurt vaak op het moment dat je de ring of fire ervaart.
Wanneer is een knip (episiotomie) medisch noodzakelijk?
Vroeger werd er standaard geknipt, maar tegenwoordig is men daar terughoudend mee. Een knip is een gecontroleerde chirurgische snede en wordt alleen gedaan bij medische noodzaak, bijvoorbeeld als de baby in nood is of bij een vacuümpomp bevalling.

De invloed van een badbevalling op uitscheuren
Een badbevalling wordt door veel vrouwen als een prettige en veilige optie ervaren. Het warme water heeft een ontspannende werking op je hele lichaam en stimuleert de aanmaak van endorfines, je natuurlijke pijnstillers. Hierdoor heb je tijdens de bevalling vaak minder behoefte aan medische pijnbestrijding.
Maar wat doet dat warme water precies met het risico op uitscheuren? Het warme water bevordert de doorbloeding van het perineum, waardoor het weefsel rond de vagina weker en elastischer wordt. In de praktijk zien we dat er bij badbevallingen aanzienlijk minder vaak een knip (episiotomie) nodig is.
Wat betreft spontane rupturen is de wetenschap nog verdeeld. Sommige onderzoeken wijzen op minder ernstige (derde- en vierdegraads) rupturen door de ontspanning, terwijl andere studies juist een lichte toename zien in kleine eerste- en tweedegraads scheurtjes. Dit komt mogelijk doordat vrouwen in bad vaker een verticale houding aannemen, waarbij de zwaartekracht meehelpt. Hoewel een badbevalling dus niet per definitie een ‘gaaf perineum’ garandeert, draagt het wel bij aan een vlottere ontsluiting en een groter gevoel van regie tijdens de uitdrijving.
Het herstel: de eerste dagen na de bevalling
Nadat eventuele hechtingen zijn geplaatst, begint het genezingsproces. De meeste hechtingen zijn oplosbaar; ze verdwijnen vanzelf en hoeven niet verwijderd te worden. Tijdens de eerste dagen kun je rekenen op bloedverlies (lochia) en mogelijk wat zwelling.
Goede wondhygiëne en verzorging (Korte termijn)
Om de wond schoon te houden en een branderig gevoel te voorkomen, is goede verzorging tijdens de kraamzorg periode essentieel:
- Spoel na elk toiletbezoek: Gebruik schoon, lauwwarm kraanwater (bijvoorbeeld met een flesje of onder de douche). Dit verdunt de urine zodat het minder prikt op de wond.
- Verschoon regelmatig kraamverband: Wissel je verband frequent (bijvoorbeeld elke drie uur) en was altijd je handen om infecties te voorkomen.
- Vermijd zitbaden: Hoewel verleidelijk, wordt dit afgeraden omdat de hechtdraden dan te snel kunnen oplossen, wat het genezingsproces verstoort.
- Koelen tegen zwelling: Gebruik ijskompressen of koelende gelpads voor verlichting. Leg ijs nooit direct op de blote huid om vriesbrandwonden te voorkomen.
- Pijnstilling: Paracetamol is de eerste keuze. In overleg met je verloskundige kunnen NSAID’s zoals ibuprofen worden gebruikt om pijn en ontsteking te remmen.
Druk op het litteken verminderen
Veel vrouwen zien op tegen de eerste keer ontlasting na een ruptuur. Om onnodige druk en rek op het verse litteken te voorkomen, is het belangrijk dat je niet hard hoeft te persen.
Houd de ontlasting zacht: Drink ruim voldoende water en eet vezelrijk om obstipatie te voorkomen. Mocht dit niet genoeg helpen, dan kan er via de huisarts of verloskundige een mild laxerend middel worden voorgeschreven. Dit helpt ook om andere ongemakken zoals aambeien tijdens de zwangerschap niet te verergeren.
Het litteken soepel maken (lange termijn)
Zodra de wond oppervlakkig gesloten is, kan het littekenweefsel soms nog hard of strak aanvoelen. Dit kan samengaan met een algemeen beurs gevoel in de bekkenregio.
- Littekenmassage: Bij lokale pijn of strakheid helpt het om het litteken tweemaal per dag zachtjes te masseren met een verzorgende crème (zoals cetomacrogolcrème). Dit bevordert de doorbloeding en maakt het weefsel soepeler.
- Bekkenbodemoefeningen: Het aanspannen en ontspannen van de bekkenbodem verbetert de doorbloeding in het perineumgebied. Als het herstel stagneert, kan een bekkenfysiotherapeut uitkomst bieden.
Seksualiteit en het litteken
Het is volkomen normaal dat het litteken in het begin gevoelig is tijdens het vrijen. Door een lagere oestrogeenspiegel, zeker als je kiest voor borstvoeding, kan er sprake zijn van vaginale droogheid.
- Gebruik een goed glijmiddel: Gebruik ruim glijmiddel op water- of siliconenbasis om wrijving langs het litteken te minimaliseren.
- Neem de tijd: Geef je lichaam extra tijd om opgewonden te raken, zodat het weefsel op een natuurlijke manier beter doorbloed en opgerekt raakt.
Bronnen:
- Childbirth Network. (2026, 5 februari). Rupturen. Childbirth Network
- De Jonge, A., Verhoeven, C., Feijen-de Jong, E., Van Dillen, J., & Bakker, P. (2025). Praktische verloskunde (15e herz. dr.). BSL Media & Learning / Springer Media
- Dörr, P. J., Khouw, V. M., Nijhuis, J. G., & Jacquemyn, Y. (2017). Obstetrische interventies (4e dr.). Bohn Stafleu van Loghum
- Landelijke Vereniging van Operatief Verloskundigen (LVOV). (z.d.). LVOV Richtlijn Perineumletsel
- Perined. (2019). Perinatale zorg in Nederland anno 2018: Landelijke perinatale cijfers en duiding. Utrecht: Perined
- Seijmonsbergen-Schermers, A., Ponds, E., & van Driel, W. (2018). Factsheet Episiotomie (Versie 3). Utrecht: Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV)