Skip to content
Menu
persen bevalling

Alles wat je wilt weten over persen tijdens de bevalling

Je bent zwanger en bereidt je voor op de geboorte van je baby. Misschien zie je er een beetje tegenop, of ben je juist vooral heel nieuwsgierig naar wat je te wachten staat. Een van de meest besproken onderdelen van het baren is ongetwijfeld het persen tijdens de bevalling. Dit is de fase waarin je actief gaat meewerken om je baby de wereld in te helpen. Maar wat gebeurt er fysiek nu eigenlijk precies in je lichaam? Hoe weet je wanneer je mag beginnen, welke houdingen werken het best en wat merkt je baby hiervan?

In deze blog nemen we een diepe duik in de fysiologie en de feiten. Geen overdreven roze wolk, geen onnodige angsttaal, maar gewoon een heldere, nuchtere en betrouwbare uitleg over wat je kunt verwachten.

Dit artikel is geschreven door:

Leesduur 8 minuten

De overgang: van ontsluiting naar uitdrijving

De bevalling bestaat grofweg uit verschillende stappen. Eerst is er de ontsluitingsfase, waarin je baarmoedermond door de weeën langzaam opengaat. Dat proces stopt bij tien centimeter, wat we in medische termen ‘volkomen ontsluiting’ noemen. Zodra de baarmoedermond helemaal open is en de baby diep genoeg in je bekken zit, begint de uitdrijvingsfase. Dit is de medische benaming voor het persen tijdens de bevalling.

Voor veel vrouwen is de overgang van ontsluiting naar persen mentaal en fysiek heel intens. Deze overgangsfase wordt in de verloskunde zelfs weleens de ‘période du désespoir’ ofwel de periode van wanhoop genoemd. Veel vrouwen voelen op dat moment dat ze overspoeld worden door de weeën, dat het besef van het ‘hier en nu’ even verdwijnt, en roepen soms dat ze niet meer kunnen. Als je dit ervaart, weet dan dat dit een volkomen normaal, fysiologisch signaal is dat de persfase nabij is. Voor veel vrouwen is het juist een opluchting als ze horen dat ze eindelijk actief mogen meeduwen, in plaats van de weeën alleen maar te moeten wegzuchten.

Hoe ontstaat persdrang? De rol van je reflexen

Misschien vraag je je af hoe je precies weet wánneer je moet persen. Gelukkig hoef je daar meestal niet over na te denken; je lichaam heeft hier een prachtig en krachtig ingebouwd mechanisme voor. Persdrang voelt vaak als een onhoudbare druk, vergelijkbaar met het gevoel dat je heel nodig naar het toilet moet om te poepen.

Deze drang ontstaat door een zenuwreflex, de zogenaamde Ferguson-reflex. Zodra het hoofdje van je baby dieper in het baringskanaal zakt, passeert het een bepaalde spierlaag (de contractiering) en geeft het mechanische druk op je bekkenbodem en endeldarm (rectum). Die constante druk stuurt een signaal naar je hersenen, waarna er een flinke stoot oxytocine wordt afgegeven. Oxytocine is het hormoon dat zorgt voor krachtige, effectieve weeën. Door deze reflex reageert je lichaam bijna vanzelf: je buikspieren spannen zich aan en je middenrif duwt automatisch mee naar beneden.

Goed om te weten: tien centimeter ontsluiting betekent niet altijd direct dat je persdrang hebt. Soms zit de baby nog wat aan de hoge kant in het bekken. In dat geval is het verstandig om nog even af te wachten tot de natuurlijke drang vanzelf komt. Dit wachten bespaart je een hoop energie en voorkomt dat je onnodig lang aan het persen bent.

Persen tijdens de bevalling: spontaan of geïnstrueerd?

Als je denkt aan persen, zie je misschien het klassieke beeld voor je: een vrouw die in bed ligt, heel diep inademt, haar adem vasthoudt en op commando van de verloskundige zo lang en hard mogelijk duwt. Dit wordt ‘geïnstrueerd persen’ of de valsalvamanoeuvre genoemd. Je perst dan zo’n drie keer per wee, waarbij je de lucht telkens tien tot dertig seconden vasthoudt om een constante druk te creëren.

Tegenwoordig is er gelukkig veel meer ruimte voor ‘spontaan persen’. Hierbij volg je volledig je eigen lichaam en intuïtie. Je wacht tot de wee krachtig is en op zijn hoogtepunt is aangekomen, neemt vooraf geen enorme hap lucht, en perst in kortere vlagen van ongeveer vier tot zes seconden. Ook mag je gewoon doorademen, zuchten of geluid maken tijdens het duwen.

Uit onderzoek blijkt dat beide methodes veilig zijn voor jou en je baby. De totale duur van de bevalling, de conditie van je kindje en de kans op inscheuren zijn bij beide technieken nagenoeg vergelijkbaar. Wel laten studies zien dat vrouwen die spontaan meepersen vaak veel positiever terugkijken op hun bevalling. Het beste advies is dan ook: luister naar je intuïtie, beweeg mee met je weeën en doe wat voor jou het prettigst voelt.

De beste houdingen om in te persen

Hoewel het bed nog steeds de meest gekozen plek is, is liggend op je rug (horizontaal) fysiologisch gezien niet de meest logische of effectieve houding. Verticale houdingen, zoals zittend op een baarkruk, staand, in hurkzit of op handen en knieën (all-fours), hebben namelijk aanzienlijke voordelen.

Ten eerste helpt de zwaartekracht je natuurlijk mee in de goede richting. Ten tweede creëer je in een verticale of voorovergebogen houding letterlijk meer ruimte in je eigen bekken. MRI-onderzoek toont aan dat de uitgang van het bekken in een hurkende of knielende houding tot wel een centimeter groter wordt, simpelweg doordat je stuitje (sacrum) in die positie vrij naar achteren kan bewegen. Liggend op je rug druk je je stuitje juist vast tegen het matras, waardoor de uitgang kleiner blijft. Daarbij drukt de zware baarmoeder in rugligging op een belangrijke grote ader (de vena cava inferior), wat de veneuze bloedstroom vertraagt, je bloeddruk kan laten dalen en de doorbloeding naar de placenta kan verminderen.

Bovendien ervaren veel vrouwen minder pijn in een verticale houding en is de hartslag van de baby tijdens de persfase stabieler. Ook is de kans op medische ingrepen, zoals het zetten van een knip (episiotomie) of een verlossing met een vacuümpomp, kleiner wanneer je in een verticale positie perst. Ben je aan het einde van je krachten? Dan is de zijligging een heel prettig en effectief alternatief, waarbij je stuitje ook vrij blijft en de doorbloeding optimaal is.

Hoelang duurt het persen gemiddeld?

Het is goed om je te realiseren dat de duur van het persen enorm verschilt van vrouw tot vrouw. Dingen zoals de precieze ligging en het gewicht van je baby, de kracht van je weeën en of je al eens eerder bent bevallen, spelen allemaal een rol.

Bij vrouwen die voor hun eerste kindje bevallen, moet het weefsel voor het eerst helemaal oprekken. Het is dan heel normaal dat de uitdrijving tot wel twee uur duurt. Krijg je een tweede of volgend kindje? Dan kent je lichaam de weg en is de weefselweerstand veel lager. De perstijd ligt bij een volgend kindje vaak rond een half uur tot een uur, en soms gaat het zelfs in een paar minuten.

Heb je tijdens de bevalling gekozen voor pijnstilling in de vorm van een ruggenprik (epiduraal)? Dat is een fijne en goed werkende manier om de pijn te verlichten, maar het kan er wel voor zorgen dat de persfase iets langer duurt en dat je de persdrang minder krachtig of pas later voelt. Om te voorkomen dat je onnodig lang actief aan het duwen bent, wacht je zorgverlener bij een ruggenprik meestal één tot twee uur met persen, totdat het hoofdje door de weeën vanzelf wat dieper is gezakt en de persdrang goed aanwezig is.

Wat merkt je baby van het persen?

Je stopt enorm veel kracht en energie in het persen, en voor de baby is het fysiologisch gezien ook hard werken. Tijdens een krachtige perswee wordt je kindje door de baarmoederspier en je bekken gemasseerd. Door het indalen in het nauwe baringskanaal stijgt de druk in het hoofdje van je baby.

Het foetale lichaam reageert hierop met een ingenieus beschermingsmechanisme. Sensoren in de bloedvaten (baroreceptoren) merken de drukverhoging op en activeren een zenuw (nervus vagus), waardoor de hartslag van je baby tijdelijk daalt. Dit wordt een ‘indalingsbradycardie’ genoemd en het is een normaal, gezond verschijnsel. Zodra de wee voorbij is en de druk in het bekken afneemt, herstelt de hartslag zich weer binnen korte tijd naar het normale, vlotte tempo. Om de conditie van je kindje scherp in de gaten te houden, luistert de verloskundige na de meeste persweeën even kort naar het hartje met een doptone, of is er continue registratie in het ziekenhuis.

Bovendien is het schedeltje van een baby speciaal gebouwd voor deze reis. De verschillende schedelbotten zijn nog niet met elkaar vergroeid. Hierdoor kunnen ze tijdens de afdaling lichtjes over elkaar heen schuiven (een proces dat we ‘moulage’ noemen). Zo past het hoofdje zich soepel en veilig aan de precieze vorm van jouw bekken aan.

Hoe verklein je de kans op inscheuren?

Een begrijpelijke zorg van veel zwangere vrouwen is de kans op inscheuren. Aan het einde van de persfase, wanneer het hoofdje bijna geboren wordt en in de vulva ‘staat’, voel je een intens oprekkend en soms branderig gevoel; de ring of fire.

Er zijn gelukkig verzachtende manieren om het weefsel rondom je vagina (het perineum) te helpen ontspannen. Een hele fijne methode is het zachtjes aandrukken van een warm kompres of een warme washand tegen het perineum. Uit onderzoek is gebleken dat deze warmte niet alleen heel rustgevend en pijnverlichtend werkt, maar dat het ook de kans op een ernstige ruptuur (een grote inscheuring) wezenlijk verkleint. Ook het masseren van het perineum, zowel tijdens de zwangerschap vanaf 34 weken als subtiel tijdens de bevalling, kan de kans op inscheuren en medische knippen reduceren, al vindt niet iedere vrouw dit een even prettig gevoel.

Verder zal je verloskundige of arts je in deze allerlaatste fase heel gericht coachen. Vaak krijg je precies op het moment dat het hoofdje geboren wordt het advies om even te stoppen met hard persen en in plaats daarvan zachtjes te ‘zuchten’ of te ‘hijgen’. Zo schiet het hoofdje er niet ineens met volle kracht uit, maar krijgt de huid de rust en tijd om langzaam mee te rekken. Dit verkleint de kans op schade aanzienlijk.

Vertrouw op het proces

Het persen tijdens de bevalling is de indrukwekkende eindspurt richting de eerste ontmoeting met je baby. Het is een fase waarin je lichaam ongekende oerkrachten laat zien. Door je over te geven aan het ritme van de weeën, te luisteren naar je persdrang, en houdingen te kiezen die voor jou comfortabel en logisch voelen, werk je optimaal samen met je lichaam én je kindje.

Het is volkomen normaal als je het van tevoren spannend vindt of onzeker bent over wat komen gaat. Bespreek je voorkeuren, gedachtes en wensen gerust met je verloskundige of gynaecoloog tijdens de zwangerschap, en schrijf ze eventueel op in een geboorteplan. Je hoeft dit intense proces absoluut niet alleen te doen; een compleet en ervaren team staat klaar om jou veilig, rustig en vol vertrouwen door deze bijzondere uren heen te loodsen. Voor je het weet, ligt dat kleine mensje eindelijk warm en veilig bij jou op de borst.

Bronnen:

Renate Sal Avatar

Renate Sal

Verloskundige in opleiding

Als verloskundige in opleiding én moeder van drie kinderen combineer ik medische vakkennis met de nuchtere praktijk van het moederschap. Voor Zwangerennu.nl schrijf ik op basis van de officiële literatuur van de opleiding tot verloskundige en de meest actuele medische richtlijnen. Mijn missie? Jou als (aanstaande) moeder voorzien van betrouwbare, wetenschappelijk onderbouwde informatie met een eerlijke en realistische blik op deze bijzondere periode.

Areas of Expertise: Verloskunde
Gebaseerd op medische bronnen en de nieuwste richtlijnen

Inhoud