Skip to content
Menu
Zwangere buik

Dit artikel is geschreven door:

Leesduur 6 minuten

Afwijkende hoofdliggingen bij je baby

De meeste baby’s liggen aan het einde van de zwangerschap keurig met het hoofd naar beneden. Dat is de natuurlijke startpositie voor de bevalling. Maar met alleen ‘hoofd naar beneden’ zijn we er nog niet altijd. Voor een soepele geboorte is ook de houding van het hoofdje belangrijk.

Normaal gesproken ligt een baby in een zogenaamde achterhoofdsligging, met de kin stevig op de borst. Hierdoor is de omvang van het hoofdje dat door het bekken moet het kleinst. Soms houdt een baby het hoofd echter net iets anders, kijkt hij omhoog of is de draai door het bekken nog niet helemaal gemaakt. We spreken dan van afwijkende hoofdliggingen.

In dit artikel leggen we je uit welke varianten er zijn, wat dit betekent voor je bevalling en hoe de verloskundige of gynaecoloog hiermee omgaat.

Wat is de Achterhoofdsligging?

De achterhoofdsligging is de ideale bevalling positie voor je kindje. Als je kindje in deze positie ligt, is zijn hoofdje naar je baarmoederhals gericht en rust zijn kin op zijn borst. Dankzij de fontanellen kunnen de schedelbeenderen van je kindje iets in elkaar schuiven (moulage) waardoor het hoofdje iets kleiner wordt en je kindje door je bekken past. Deze positie zorgt voor de makkelijkste en minst gecompliceerde bevalling mogelijk. Het minimaliseert de kans op complicaties tijdens de bevalling. Ongeveer 95% van de baby’s worden geboren vanuit de achterhoofdsligging. De overige 5% liggen in een afwijkende hoofdligging.

Achterhoofdligging

Wat zijn afwijkende hoofdliggingen?

In de verloskunde maken we onderscheid tussen de houding van het hoofd (is het gebogen of gestrekt?) en de stand van het hoofd (hoe is het gedraaid ten opzichte van jouw bekken?). Hoewel de termen misschien ingewikkeld klinken, is het principe logisch: het gaat erom hoe het hoofdje zich zo klein mogelijk maakt om door het baringskanaal te passen.

1. Deflexieliggingen: Het hoofdje is niet gebogen

De ideale houding is ‘flexie’: de kin op de borst. Bij een deflexieligging is het hoofdje juist in meer of mindere mate gestrekt. Hierdoor presenteren andere, bredere delen van het hoofd zich in het bekken, wat de passage soms lastiger maakt.

Er zijn drie gradaties in deflexie:

Kruinligging

Wat is een Kruinligging?

Hierbij houdt de baby het hoofd rechtop, tussen buigen en strekken in. Bij inwendig onderzoek voelt de verloskundige de grote fontanel centraal in het bekken. Omdat de doorsnede van het hoofd hierdoor iets groter is (ongeveer 12 cm in plaats van de ideale 9,5 cm), kan de uitdrijving iets langer duren. Het goede nieuws: Vaak buigt het hoofdje tijdens de weeën alsnog naar de borst, waarna de bevalling normaal verloopt.

Voorhoofdsligging

Wat is de Voorhoofdsligging?

De baby kijkt iets meer omhoog, waardoor het voorhoofd als eerste indaalt. Dit is een lastige ligging, omdat de diameter die door het bekken moet (van kin tot achterhoofd) zo’n 13,5 cm is. Dat is voor een voldragen kindje vaak te groot om vaginaal geboren te worden. Gelukkig is dit vaak een tijdelijke tussenfase. Meestal draait het hoofdje alsnog naar een normale ligging of juist verder naar een aangezichtsligging. Blijft de baby zo liggen? Dan is een keizersnede (sectio) noodzakelijk. 

Aangezichtsligging fi

Wat is de Aangezichtsligging?

In de aangezichtsligging ligt je kindje met het gezicht naar beneden. Hierbij is er sprake van extreme deflexie: het achterhoofd raakt de rug van de baby en het gezichtje wijst naar beneden. Bij inwendig onderzoek zijn de neus, oogjes en mond te voelen. Kan dit vaginaal? Ja, mits de kin naar voren draait (richting jouw schaambeen). Als de kin naar achteren draait (richting je stuitje), kan het hoofdje de bocht niet maken en is een keizersnede nodig. Houd er rekening mee dat het gezichtje van de baby na de geboorte flink gezwollen en blauw kan zijn door de druk. Dit trekt vanzelf weer weg.

2. Spildraaistoornissen: De ‘sterrenkijker’ en andere varianten

Naast het buigen van het hoofd, moet de baby tijdens de geboorte ook een draai maken in het bekken: de inwendige spildraai. Soms gebeurt dit niet of anders dan verwacht.

Sterrenkijker

Wat is een Sterrenkijker?

Dit is de bekendste variant en komt voor bij 2 tot 5% van de bevallingen. Normaal kijkt de baby bij de geboorte naar de grond (richting jouw anus). Bij een sterrenkijker kijkt de baby naar het plafond (richting jouw buik). Het achterhoofd ligt dan tegen jouw heiligbeen aan. Gevolgen: Je hebt vaak al vroeg persdrang omdat het achterhoofd op je endeldarm drukt. De uitdrijving duurt vaak langer en de kans op ingrijpen (zoals een vacuümpomp) is iets groter. Soms helpt het om van houding te veranderen, bijvoorbeeld door op handen en knieën te gaan zitten (‘all-fours’), om de baby te helpen draaien. Lees meer over verschillende bevalhoudingen die hierbij kunnen helpen.

  • Diepe dwarsstand en hoge rechtstand
    Soms blijft het hoofdje halverwege steken in de draai. Bij een diepe dwarsstand staat het hoofd diep in het bekken nog steeds dwars. Dit kan komen door een groot kindje of als de weeën niet krachtig genoeg zijn. Bij een hoge rechtstand daalt de baby niet dwars in, maar direct recht. Dit is zeldzaam en leidt vaak tot een keizersnede omdat het hoofdje niet goed onder het schaambeen door kan.
  • Wandbeenligging (Asynclitisme)
    Hierbij ligt het hoofdje een beetje scheef, alsof de baby zijn oor op zijn schouder legt. Eén kant van het schedeltje (het wandbeen) ligt dieper dan de andere. Een beetje scheefliggen kan geen kwaad, maar bij een ernstige variant kan het hoofd het bekken niet passeren.

Stuitligging

We hebben hierboven de afwijkende hoofdliggingen besproken maar het kan ook zijn dat je kindje in stuit ligt. Hij is dan niet gedraaid waardoor hij met zijn billetjes of voetjes in het geboortekanaal ligt in plaats van het hoofdje. Een stuitligging kan complicaties veroorzaken tijdens de bevalling en leiden tot een keizersnede.

Stuigligging

Hoe weet de verloskundige hoe de baby ligt?

Tijdens de bevalling houdt de verloskundige of arts de voortgang nauwlettend in de gaten. De ligging wordt op verschillende manieren gecontroleerd:

  1. Uitwendig voelen: Met de handen op je buik (handgrepen van Leopold) wordt gevoeld hoe de baby ligt.
  2. Inwendig onderzoek (Toucher): Tijdens de ontsluiting voelt de zorgverlener naar de naden en fontanellen op het hoofdje van de baby. De vorm en positie hiervan vertellen precies hoe het hoofdje gedraaid is. Soms zijn zelfs een oortje, neus of oogkasrand te voelen. Lees hier meer over wat toucheren precies inhoudt.
  3. Echoscopie: Bij twijfel of als de bevalling niet vordert, kan er snel een echo worden gemaakt om zekerheid te krijgen over de ligging.

Gevolgen voor de baby: Caput en Moulage

Misschien heb je wel eens gehoord dat baby’s na een soms moeizame bevalling een beetje een ‘punthoofdje’ kunnen hebben, een tijdelijke vervorming die ontstaat door de noodzakelijke aanpassingen van het hoofdje om het bekken te passeren. Dit wordt deels mogelijk gemaakt door ‘moulage’, het proces waarbij de nog niet vastgegroeide schedelbeenderen iets over elkaar schuiven om de hoofdomvang te verkleinen, wat vaker gebeurt wanneer een afwijkende ligging voor meer weerstand zorgt. Daarnaast kan de druk tijdens de bevalling leiden tot een ‘caput succedaneum’, een medische term voor een vochtophoping op het hoofdje die, afhankelijk van de ligging, op het achterhoofd of bijvoorbeeld in het gezichtje kan voorkomen; hoewel dit er soms heftig uit kan zien, is het onschuldig en trekt de zwelling na de geboorte snel weer weg.

Tot slot

Het lezen over afwijkende hoofdliggingen kan misschien wat spannend voelen. Onthoud dat het menselijk lichaam en dat van je baby enorm ingenieus zijn. In veel gevallen lossen deze ‘liggingsfoutjes’ zich tijdens de weeën vanzelf op door de krachten van de baarmoeder en de bewegingen van de baby. En mocht dat niet gebeuren, dan zijn de verloskundige en gynaecoloog er om je te begeleiden en, indien nodig, in te grijpen voor een veilige geboorte van je kindje.

Bronnen:

  • Blackburn, S. T. (2018). Maternal, fetal, & neonatal physiology: A clinical perspective (5e druk). Elsevier.
  • De Jonge, A., Verhoeven, C., Feijen-de Jong, E., Van Dillen, J., & Bakker, P. (2025). Praktische verloskunde (15e druk). Bohn Stafleu van Loghum. https://doi.org/10.1007/978-90-368-3142-0
  • Landon, M. B., Galan, H. L., Jauniaux, E. R. M., Driscoll, D. A., Berghella, V., Grobman, W. A., et al. (Red.). (2019). Gabbe’s obstetrics essentials: Normal and problem pregnancies. Elsevier.
  • Macdonald, S., & Johnson, G. (Red.). (2024). Mayes’ midwifery (16e druk). Elsevier.
  • Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie. (2020). Methoden van inductie van de baring (Versie 2.0). https://www.nvog.nl
  • Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie. (2021). Beleid zwangerschap 41 weken. https://richtlijnendatabase.nl
Renate Sal Avatar

Renate Sal

Verloskundige in opleiding

Als verloskundige in opleiding én moeder van drie kinderen combineer ik medische vakkennis met de nuchtere praktijk van het moederschap. Voor Zwangerennu.nl schrijf ik op basis van de officiële literatuur van de opleiding tot verloskundige en de meest actuele medische richtlijnen. Mijn missie? Jou als (aanstaande) moeder voorzien van betrouwbare, wetenschappelijk onderbouwde informatie met een eerlijke en realistische blik op deze bijzondere periode.

Areas of Expertise: Verloskunde
Gebaseerd op medische bronnen en de nieuwste richtlijnen

Our Fact Checking Process

Onze kwaliteitsbelofte

Wij hechten veel waarde aan de nauwkeurigheid en integriteit van onze content. Om deze hoge standaard te waarborgen, werken we volgens de volgende principes:

  • Expert Review: Alle artikelen worden zorgvuldig gecontroleerd door experts binnen het vakgebied.

  • Betrouwbare Bronnen: Onze informatie is gebaseerd op geloofwaardige en actuele medische bronnen. Hierbij maken we primair gebruik van de geadviseerde literatuur voor de opleiding tot verloskundige, aangevuld met de meest recente medische richtlijnen.

  • Transparantie: We hanteren een heldere bronvermelding en zijn open over eventuele belangenverstrengelingen.

Inhoud