Hoe maak je de keuze voor voeding voor je kindje?
De keuze voor voeding voor je kindje is een heel persoonlijke beslissing. In de basis zijn er twee opties: moedermelk (borstvoeding) en volledige zuigelingenvoeding (kunstvoeding). Hoewel beide opties ervoor zorgen dat je baby groeit en zich ontwikkelt, zijn er fundamentele biologische verschillen in de samenstelling en de manier waarop het lichaam van je baby de voeding verwerkt. We bouwen de informatie stap voor stap voor je op, te beginnen met het unieke systeem van moedermelk.
Borstvoeding: veel meer dan alleen voeding
Borstvoeding is biologisch gezien de meest natuurlijke voeding voor een pasgeborene. Het is niet slechts een vloeistof met calorieën, maar een levend weefsel dat zich continu aanpast aan de behoeften van je baby.
Van colostrum naar rijpe melk De melk die je in de eerste paar dagen na de bevalling produceert, wordt colostrum genoemd. Dit is een geelachtige, wat dikkere vloeistof. Het volume is erg klein, vaak maar zo’n 2 tot 29 milliliter per voeding, maar de voedingswaarde is enorm. Colostrum zit bomvol afweerstoffen, witte bloedcellen en mineralen. Het werkt bovendien licht laxerend, wat je baby helpt om het meconium (de eerste, taaie, zwarte ontlasting) kwijt te raken. Dit is belangrijk, omdat het vlot kwijtraken van meconium helpt om te voorkomen dat je baby te veel bilirubine in het bloed vasthoudt, wat geelzucht kan veroorzaken.
Na een dag of drie à vier verandert de samenstelling en ga je over op ‘rijpe’ moedermelk. Deze melk is witter, bevat procentueel meer water (bijna 90%), en is rijker aan vetten en melksuikers (lactose). Rijpe moedermelk levert in principe alle vocht en energie die je baby de eerste zes maanden nodig heeft.
Verandering tijdens één enkele voeding Wat borstvoeding bijzonder maakt, is dat de samenstelling niet alleen per dag, maar zelfs tijdens één enkele voeding verandert. Tussen de voedingen door stroomt de melk langzaam richting de tepel. Het vet uit de melk blijft echter wat meer aan de wanden van de melkkanaaltjes kleven. De eerste slokken die je baby neemt (de voormelk), zijn daardoor waterrijker en stillen de directe dorst. Zodra je baby begint te zuigen, wekt dit een hormoon op (oxytocine) dat zorgt voor de toeschietreflex. Deze reflex knijpt de melkkanaaltjes samen, waardoor het vet loskomt van de wanden en meekomt met de melk. Deze latere melk (de achtermelk) is aanzienlijk vetter en zorgt voor een vol en verzadigd gevoel bij je baby.
De unieke voordelen van borstvoeding voor je baby
De reden dat borstvoeding door zorgverleners wordt aangeraden, zit hem in de beschermende stoffen die niet in de fabriek na te maken zijn. Het geeft het onrijpe immuunsysteem van je baby een enorme voorsprong.
Het immuunsysteem in actie Je baby wordt geboren met een immuunsysteem dat nog moet leren hoe het ziektes bestrijdt. Borstvoeding bevat specifieke antistoffen, waarvan Secretoir IgA (sIgA) de belangrijkste is. Dit eiwit legt een beschermend laagje over de binnenkant van de darmen en luchtwegen van je baby. Hierdoor kunnen virussen en bacteriën zich niet hechten en het lichaam binnendringen. Als jij zelf in aanraking komt met een verkoudheidsvirus, maakt jouw lichaam daar antistoffen tegen aan, die vervolgens via jouw moedermelk direct naar je baby gaan.
Daarnaast bevat moedermelk lactoferrine. Dit is een eiwit dat ijzer aan zich bindt. Omdat veel schadelijke bacteriën ijzer nodig hebben om te kunnen groeien en overleven, ‘verhongert’ lactoferrine deze bacteriën door het ijzer voor hun neus weg te kapen. Ook zitten er actieve witte bloedcellen (macrofagen) in moedermelk, die letterlijk bacteriën kunnen opeten en vernietigen.
Opbouw van gezonde darmen Een ander fascinerend onderdeel van borstvoeding zijn de oligosachariden. Dit zijn complexe suikers die je baby zélf niet kan verteren. Ze zitten er met een ander doel in: ze dienen als voeding voor de ‘goede’ darmbacteriën van je baby, voornamelijk de Lactobacillus bifidus. Doordat deze goede bacteriën gevoed worden, gaan ze de darmen overheersen en maken ze de ontlasting van de baby licht zuur (een pH van 5,5). Deze zure omgeving is heel ongunstig voor ziekmakende bacteriën.
Metabole programmering en langetermijneffecten Het krijgen van borstvoeding heeft effecten die tot ver in de volwassenheid doorwerken. Dit noemen we ‘metabole programmering’. Het verlaagt het risico op het ontwikkelen van overgewicht, diabetes type 2, hart- en vaatziekten, astma en bepaalde darmziektes. Er is bovendien een positief verband gevonden met de cognitieve (verstandelijke) ontwikkeling van het kind. Voor te vroeg geboren baby’s is borstvoeding zelfs levensreddend, omdat het de darmen beschermt tegen een ernstige infectie die necrotiserende enterocolitis (NEC) heet.
Wat borstvoeding doet voor jouw eigen lichaam
Het geven van borstvoeding is niet alleen een voeding voor je baby, het helpt ook jouw eigen lichaam herstellen na de bevalling.
Wanneer je baby aan de borst zuigt, maakt je hersenen het hormoon oxytocine aan. Dit hormoon zorgt er niet alleen voor dat de melk gaat stromen, maar het laat ook je baarmoeder samentrekken (involutie). Hierdoor krimpt de baarmoeder sneller terug naar haar oorspronkelijke formaat en verlies je minder bloed in de kraamtijd.
Op de lange termijn heeft het geven van borstvoeding belangrijke gezondheidsvoordelen voor jou als vrouw. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat vrouwen die langdurig borstvoeding geven een verlaagd risico hebben op (premenopauzale) borstkanker en eierstokkanker. Ook de kans op het ontwikkelen van diabetes type 2 en hart- en vaatziekten neemt af.
De uitdagingen en fysiologische nadelen van borstvoeding
Het is belangrijk om een nuchter en eerlijk beeld te hebben. Hoewel borstvoeding biologisch gezien optimaal is, brengt het specifieke uitdagingen, risico’s en fysieke ongemakken met zich mee.
Tekorten aanvullen: Vitamine K en D Moedermelk is niet op alle fronten compleet. Het is van nature zeer arm aan vitamine K en vitamine D. Vitamine D is nodig voor de opbouw van sterke botten. Vitamine K is onmisbaar voor een goede bloedstolling. Omdat een pasgeboren baby met een lege darm wordt geboren, maakt de baby zelf nog geen vitamine K aan. Baby’s die exclusief borstvoeding krijgen, hebben hierdoor een verhoogd risico op levensgevaarlijke (hersen)bloedingen. Daarom krijgen alle pasgeborenen in Nederland direct na de geboorte 1 milligram vitamine K toegediend. Als je borstvoeding geeft, moet je daarnaast vanaf dag 8 tot en met de eerste 12 weken dagelijks zelf vitamine K-druppels (150 microgram) aan je baby geven. Ook vitamine D (10 microgram per dag) moet je bijgeven.
Fysieke ongemakken voor de moeder Borstvoeding geven is een vaardigheid die jij en je baby samen moeten leren, en dit gaat vaak gepaard met ongemakken. In de eerste week kun je last krijgen van tepelkloven. Dit zijn pijnlijke scheurtjes of wondjes aan de tepel, vaak veroorzaakt doordat de baby de borst niet op de juiste manier in de mond neemt (niet goed aanhapt).
Daarnaast krijgt vrijwel elke vrouw rond de derde of vierde dag na de bevalling te maken met forse borststuwing. Door een verhoogde bloed- en lymfetoevoer naar de borsten worden deze warm, hard, gezwollen en pijnlijk. Als een melkkanaaltje verstopt raakt en niet goed wordt leeggedronken, kan dit overgaan in mastitis (een bacteriële borstontsteking). Dit gaat vaak gepaard met hoge koorts en een ziek, griepachtig gevoel.
Ook spruw komt regelmatig voor. Dit is een infectie met een gist (Candida albicans) die bij je baby zorgt voor witte, pijnlijke vlekjes in de mond. Bij jou kan het leiden tot glanzende, schilferige tepels en een diepe, stekende of brandende pijn in de borsten tijdens en na het voeden. Zowel jij als je baby moeten in dat geval behandeld worden met medicatie via de huisarts.
Jouw eigen voeding en leefstijl Melk produceren kost jouw lichaam veel energie. Je hebt als borstvoedende moeder ongeveer 500 extra kilocalorieën per dag nodig, en je moet zo’n 600 tot 700 milliliter extra water drinken om de productie goed op peil te houden.
Een ander belangrijk punt is dat de stoffen uit jouw bloed via de moedermelk bij je baby terecht kunnen komen. Dit geldt voor nicotine (roken), drugs en alcohol, wat de ontwikkeling van je baby kan schaden. Ook medicijnen gaan over in de moedermelk. Gebruik je zware of specifieke medicatie, dan kan borstvoeding afgeraden worden en is kunstvoeding een veiliger pad. Ook bij zeldzame stofwisselingsziekten bij het kind, zoals galactosemie of fenylketonurie (PKU), is moedermelk toxisch voor de baby en mag er absoluut geen borstvoeding worden gegeven.
Kunstvoeding: een betrouwbaar en veilig alternatief
Wanneer borstvoeding niet mogelijk is, of wanneer je bewust besluit dit niet te willen geven, is kunstvoeding (flesvoeding) een uitstekend, veilig en volwaardig alternatief. In Nederland en andere westerse landen voldoet alle zuigelingenvoeding aan zeer strenge wettelijke eisen om ervoor te zorgen dat je baby goed groeit en zich goed ontwikkelt. Kunstvoeding wordt gemaakt op basis van bewerkte koemelk, die zo goed mogelijk is aangepast aan de behoeften van een menselijke baby.
De voordelen van flesvoeding in de praktijk Een groot, rustgevend voordeel van kunstvoeding is dat de inname exact meetbaar is. Je ziet precies hoeveel milliliter je baby drinkt, wat onzekerheid over de voeding kan wegnemen. Bovendien ben jij niet de enige die de voeding kan geven. Je partner of een andere verzorger kan op elk moment een flesje overnemen, wat jou de kans geeft om fysiek te rusten of een ononderbroken nacht te slapen.
Een ander biologisch voordeel is dat aan kunstvoeding al de juiste dosis vitamine K is toegevoegd. Dit betekent dat zodra je baby minimaal 500 milliliter kunstvoeding per dag drinkt, jij je geen zorgen meer hoeft te maken over de dagelijkse vitamine K-druppels. (Let op: de vitamine D-druppels blijf je wél gewoon doorgeven). Bovendien is flesvoeding de aangewezen en veiligste route wanneer je als moeder medicatie gebruikt die schadelijk is voor het kind, of bij bepaalde maternale ziektes.
Wat zijn de fysiologische nadelen van kunstvoeding?
Ondanks dat kunstvoeding veilig is, is het geen exacte kopie van moedermelk. Dit brengt een aantal biologische verschillen met zich mee in hoe je baby de voeding verwerkt.
Vertering kost meer energie De maag en darmen van een pasgeborene zijn nog erg onrijp. Borstvoeding compenseert hiervoor door zélf enzymen te bevatten die de darmen helpen met de vertering, zoals lipase (voor vetten) en amylase (voor koolhydraten). Kunstvoeding bevat deze levende enzymen niet, waardoor de alvleesklier van je baby harder moet werken om de voeding af te breken.
Daarnaast zit er een verschil in de structuur van de eiwitten. Melkeiwit bestaat grotendeels uit twee componenten: wei en caseïne. In moedermelk is deze verhouding ongeveer 70% zachte, vlokkige wei-eiwitten en 30% caseïne. In kunstvoeding is de verhouding vaak 60% wei en 40% caseïne. Caseïne vormt in het zuur van de maag taaiere, rubberachtige vlokken. Deze zijn zwaarder en trager te verteren, waardoor kunstvoeding langer in de maag blijft.
De invloed op de ontlasting Omdat kunstvoeding op basis van koemelk geen humane oligosachariden bevat, ontwikkelt de darmflora van een flesgevoede baby zich anders. Waar borstgevoede baby’s vaak zachte, soms bijna waterige, goudgele ontlasting hebben met een hoge frequentie, hebben flesgevoede baby’s een heel ander ontlastingspatroon. Hun ontlasting is vaster en korreliger, de kleur is lichtgeel of bruiner, en de geur is een stuk scherper. Ze poepen over het algemeen minder vaak (1 tot 3 keer per dag) en zijn iets gevoeliger voor obstipatie (verstopping) als de fles bijvoorbeeld met te weinig water wordt aangemaakt.
Metabole programmering en het immuunsysteem Omdat kunstvoeding de antistoffen en witte bloedcellen uit moedermelk mist, hebben kinderen die flesvoeding krijgen statistisch gezien een hogere kans op luchtweginfecties, middenoorontstekingen en maag-darminfecties (diarree) in hun jonge jaren. Ook zien onderzoekers dat de insulinerespons van baby’s die kunstvoeding krijgen hoger is. Hun lichaam reageert anders op de suikers in de voeding, wat verklaart waarom flesgevoede kinderen vaak sneller aankomen in gewicht en op latere leeftijd een iets hoger risico hebben op overgewicht en obesitas in vergelijking met borstgevoede kinderen.
Jouw keuze, jouw lichaam, jouw baby
De keuze voor voeding voor je kindje is een van de eerste stappen in het ouderschap. Borstvoeding is biologisch gezien een prachtig en ingenieus afgestemd systeem. Het biedt passieve immuniteit via antistoffen, stimuleert een gezonde darmflora door speciale oligosachariden en verlaagt op de lange termijn gezondheidsrisico’s voor zowel jou als je kindje. Aan de andere kant kan de opstartfase gepaard gaan met pijnlijke tepels, uitputtende stuwing en de noodzaak tot het geven van vitamine K-druppels.
Kunstvoeding biedt een prachtig, veilig en volwaardig alternatief. Het geeft je controle over de exacte inname, verdeelt de zorglast, en bevat al vitamine K. Hoewel het zwaarder te verteren is door een andere eiwitverhouding en de beschermende antistoffen mist, is het een uitstekende basis om je baby te laten groeien.
Het allerbelangrijkste is dat je een keuze maakt waar jij je goed bij voelt. Jouw mentale en fysieke welzijn is net zo belangrijk voor je baby als de melk die hij of zij drinkt. Wees niet te streng voor jezelf, bespreek je twijfels gerust met je verloskundige of kraamverzorgende, en vertrouw erop dat je met liefde en toewijding je kindje hoe dan ook een prachtige start geeft.
Bronnen:
- American Academy of Pediatrics Section on Breastfeeding. (2012). Breastfeeding and the use of human milk. Pediatrics, 129(3), e827–e841.
- Ballard, O., & Morrow, A. L. (2013). Human milk composition: Nutrients and bioactive factors. Pediatric Clinics of North America, 60(1), 49–74.
- Joosten, K. F. M. (2013). Voeding van het jonge kind. In P. J. E. Bindels & C. M. F. Kneepkens (Red.), Kindergeneeskunde (pp. 70–77). Bohn Stafleu van Loghum.
- Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV). (2016). KNOV-visie Voeding van de pasgeborene. Utrecht: KNOV.
- Lawrence, R. A., & Lawrence, R. M. (2016). Breastfeeding: A guide for the medical profession (8e dr.). Elsevier.
- Prins, M., & van Roosmalen, J. J. M. (2019). Praktische verloskunde (14e dr.). Bohn Stafleu van Loghum.
- TNO. (2015). Multidisciplinaire richtlijn Borstvoeding (Geautoriseerd door o.a. KNOV, Voedingscentrum en NCJ). Leiden: TNO.
- Verkaik-Kloosterman, J., & de Jong, M. H. (2020). Vitamine K-profylaxe bij pasgeborenen: Beleidvormingsanalyse (RIVM-rapport 2020-0054). Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).
- Voedingscentrum. (z.d.). Alles over gezond eten voor en tijdens de zwangerschap. Geraadpleegd van https://www.voedingscentrum.nl/nl/zwanger-en-kind.aspx
- World Health Organization (WHO). (2003). Global strategy for infant and young child feeding. Geneva: World Health Organization.