Close
Skip to content

Een vacuümpomp bevalling; hoe werkt het?

Wil de bevalling niet vorderen, dreigt je kindje zuurstoftekort te krijgen of heeft hij het zwaar? Dan kan er gekozen worden voor een vaginale kunstverlossing zoals een vacuümpomp bevalling. Wat is een vacuümpomp? Hoe werkt een vacuümpomp bevalling en wat zijn de effecten op je kindje?
Bevalling
BabyBaby

Wat is een vacuümpomp bevalling?

Een vacuümpomp bevalling, of vacuümextractie, is een vaginale kunstverlossing. De meeste vrouwen willen zo natuurlijk mogelijk te bevallen. Toch kan enige vorm van hulp tijdens de uitdrijvingsfase nodig zijn. Een vacuümpomp is een instrument dat hierbij ingezet kan worden.

Vacuumpomp

Bron afbeelding: wikipedia

Een vacuümpomp bestaat uit een cupje met een doorsnede van ongeveer 5 cm met een gat erin waar een slangetje aan wordt bevestigd. De gynaecoloog zet het cupje op het hoofd van je kindje waarna deze via het slangetje vacuüm gezogen wordt. Er zit aan de buitenkant een trekkoord bevestigd die de gynaecoloog kan gebruiken om je kindje tijdens een wee naar buiten te begeleiden en de bevalling zodoende te versnellen.

Het gebruik van een vacuümpomp komt naar schatting in ongeveer 20% van de bevallingen voor als het gaat om een eerste kindje. Vrouwen die al eens bevallen zijn komen hier slechts in zo’n 7% van de gevallen mee in aanraking.

Waarom een vacuümpomp tijdens de bevalling?

Je bevalling kan onderverdeeld worden in drie fasen: de ontsluitingsfase, de uitdrijvingsfase en de nageboorte. Tijdens de ontsluitingsfase gaat je baarmoedermond open van 0 naar 10 centimeter ontsluiting. Bij tien centimeter ontsluiting begint de uitdrijvingsfase; je ontsluitingsweeën gaan over in persweeën. In deze fase pers je je kindje naar buiten en wordt hij geboren. Tijdens de uitdrijvingsfase kunnen er complicaties optreden waardoor een vacuümpomp verlossing nodig is. Deze complicaties kunnen zijn:

  • Niet vorderende uitdrijving
    Is het je eerste bevalling, dan staat er ongeveer 2 uur voor de persfase en bij een volgende bevalling is dit de helft van de tijd. Als de uitdrijving langer duurt kun je erg vermoeid raken waardoor goed persen niet meer lukt. Mogelijk zijn ook de weeën niet meer zo krachtig. Dit wordt een “niet vorderende uitdrijving” genoemd waarbij ingrijpen nodig kan zijn.
  • Verminderde conditie
    Ook kan de conditie van je kindje achteruit gaan waardoor ingrijpen nodig is. Denk aan een tekort aan zuurstof. Dit wordt middels een ctg of doptone goed in de gaten gehouden waarmee de hartslag van de kleine te zien is. Wijkt deze vaak of erg af dan moet er ingegrepen worden. In sommige gevallen wordt er bloed bij de baby afgenomen via de hoofdhuid. Hierin is het zuurstofgehalte te zien.
  • Niet actief mogen persen
    Ook komt het voor dat je niet actief mag persen tijdens de bevalling. Dit kan te maken hebben met een bepaalde aandoening waaronder een aandoening aan het hart. Dit kan een reden geven om een vacuümpomp te gebruiken.

Hoe werkt een vacuümpomp bevalling?

Wanneer een kunstverlossing nodig is wordt je medisch en draagt je verloskundige je over aan het ziekenhuis. Een kunstverlossing gebeurt dan ook altijd door een gynaecoloog.

Zelf lig je op je rug en kom je met je benen in de beensteunen. Zo kan de gynaecoloog goed bij de schede. Als het nodig is wordt vooraf je blaas geleegd met een katheter.

De arts controleert vervolgens eerst hoe diep je kindje is ingedaald en de ligging van het hoofdje. Vervolgens plaatst hij hier de zuignap op. Doordat deze vacuüm zuigt, zit hij goed vast. Het plaatsen van de cup op het hoofdje kan voor jou wat pijnlijk zijn. Je krijgt daarom vaak een lokale verdoving.

Daarna is het wachten op de volgende wee. Terwijl jij perst, trekt de arts aan het koord. Als de wee weer weg is, blijft de arts licht trekken aan het koord om te voorkomen dat je kindje terug schiet. Doorgaans zijn er slechts een aantal weeën nodig om te zorgen dat de baby geboren wordt.

Vacuumpompbevalling

Wordt je bij een vacuümpomp bevalling ingeknipt?

In veel gevallen, maar niet altijd, wordt er bij een vacuümverlossing ingeknipt. Of je een knip krijgt hangt onder andere af van de conditie van je kindje, de geschatte kans op ernstig inscheuren, de stevigheid van je bekkenbodemspieren en de dikte en soepelheid van het weefsel. Is er een knip nodig dan krijg je in de meeste gevallen een lokale verdoving. Je zult het knippen dan ook niet voelen. In het kraambed zal je de eerste dagen wel pijn ervaren op de plek van de knip.

Wat zijn de gevolgen van een vacuümpomp bevalling voor je kindje?

Het gebruik van de vacuümpomp blijft een medische ingreep en is dus niet zonder gevolgen. Zo kun je een zwelling op het hoofd van je kindje zien. Hoofdpijn is daarnaast een logisch verschijnsel, doordat er druk komt te staan op het hoofdje. Dit kan tevens leiden tot misselijkheid. De zwelling is vocht dat zich ophoopt onder de huid van je kindje. Dit zal ongeveer binnen een paar dagen na de geboorte verdwijnen. Ook kun je kleine bloedingen zien op het netvlies, al zullen deze snel wegtrekken. De kans op een hersenbloeding is helaas ook aanwezig. Gelukkig komt dit in slechts 0,9% van de gevallen voor. Je kind wordt na de vacuümpomp bevalling misschien nog onderzocht door een kinderarts. Dit is vaak afhankelijk van de reden van de kunstverlossing.

Wat zijn de gevolgen van een vacuümpomp bevalling voor jou?

Niet alleen bij je kindje, ook jij kan gevolgen ervaren na een vacuümpomp bevalling. Uiteraard zal de gynaecoloog er altijd alles doen om eventuele schade te beperken en de kans op complicaties te verkleinen. Zo zal er in veel gevallen vooraf een knip gezet worden die uitscheuren helpt te voorkomen al biedt dit nooit volledige garantie. De kans op een (sub)totaalruptuur is namelijk groter bij een kunstverlossing. Ook is de kans aanwezig dat je last kunt krijgen van bijvoorbeeld bloeduitstortingen in en rond je vagina.

Herstel na een vacuümpomp bevalling

Een bevalling is een hele opgave en vraagt altijd het nodige herstel van je lichaam. Is er sprake geweest van een vacuümpomp bevalling dan geldt dit mogelijk nog net iets meer, zeker wanneer je een ruptuur hebt opgelopen.

Naast het lichamelijk ongemak, kun je last hebben van bepaalde emoties. De bevalling is anders verlopen dan je waarschijnlijk had gehoopt en dat heeft soms tijd nodig om te verwerken. Het gevoel gefaald te hebben, kan je overvallen. Ook voor je kindje is het even bijkomen. Vaak blijf je dan ook samen minstens één nachtje in het ziekenhuis ter observatie. Je kindje kan wat huilerig zijn. Eventueel kan een pijnstiller gegeven worden tegen de hoofdpijn. Verder is voldoende rust voor beide erg belangrijk in het herstel.

Kan je een vacuümpomp voorkomen?

Of een uitdrijving voldoende vordert heb je helaas niet volledig in de hand. Ook heb je geen controle over het wel of niet optreden van mogelijke complicaties tijdens de bevalling. In die zin kun je een vacuümextractie dus niet voorkomen. Om de kans hierop toch zoveel mogelijk te verkleinen, kun je rekening houden met het volgende:

  • Tijdens je zwangerschap kan het helpen om voldoende te bewegen. Zwemmen, yoga of regelmatig wandelen, draagt bij aan het soepel houden van je banden en gewrichten. Een goede stand van je bekken geeft je kindje bovendien net die extra ruimte die nodig is.
  • Ontspan zo veel mogelijk. Dit helpt bij de aanmaak van oxytocine wat zorgt voor krachtige weeën en helpt het makkelijker te maken dat je kindje diep genoeg zakt.
  • Ga tijdens de ontsluitingsfase nog even plassen. Een volle blaas kan in de weg zitten wat de doorgang van je kindje kan belemmeren. Tijdens de uitdrijvingsfase lukt plassen vaak niet meer.
  • Zorg bij voorkeur voor een bevalhouding waarbij de ruimte in je bekken het grootst is en de zwaartekracht zijn werk kan doen. Een staande of zittende houding leent zich hier het beste voor.
  • Luister goed naar je lichaam. Duurt de uitdrijving (te) lang, maar is je kindje nog in goede conditie? Dan hoeft er niet direct gesproken te worden over een kunstverlossing. Kun je het nog aan, ga dan zoveel mogelijk mee met de flow van je lichaam en geef het, in overleg met de arts, de kans om het alsnog zelf te doen.