Wat is Rhesus D precies en waarom is het belangrijk?
In Nederland is ongeveer 14 tot 15% van de mensen Rhesus D-negatief. Dit is geen aandoening, maar simpelweg een specifieke eigenschap van je bloed. Aan de buitenkant van rode bloedcellen zitten eiwitten, die we antigenen noemen. Als jouw bloedgroep Rhesus D-negatief is, betekent dit simpelweg dat je dit specifieke eiwit mist. Voor je eigen dagelijkse gezondheid maakt dit helemaal niets uit.
Het wordt pas een aandachtspunt op het moment dat je zwanger bent van een kindje dat een Rhesus D-positieve bloedgroep heeft. Tijdens een zwangerschap, en met name tijdens de bevalling, is de bloedsomloop van jou en je baby goed gescheiden, maar er kunnen toch hele kleine druppeltjes bloed van de baby in jouw bloedbaan terechtkomen. In de medische wereld noemen we dit een foetomaternale transfusie (bloeduitwisseling tussen foetus en moeder).
Omdat jouw afweersysteem het Rhesus D-eiwit niet kent, kan je lichaam de cellen van je baby aanzien als ‘lichaamsvreemd’. Je afweersysteem reageert hierop door irregulaire erytrocytenantistoffen (IEA) aan te maken om deze cellen op te ruimen. Vanaf dat moment is je lichaam blijvend alert op dit eiwit.
Hoe werkt de anti-D-injectie in je lichaam?
Om te voorkomen dat jouw afweersysteem deze antistoffen gaat aanmaken, is de anti-D-injectie ontwikkeld. Deze prik bevat zogenaamde passieve antistoffen, ook wel anti-D-immunoglobuline genoemd.
Wanneer deze antistoffen via de prik in je lichaam komen, gaan ze direct aan het werk. Ze sporen eventueel gelekte rode bloedcellen van je baby in jouw bloedbaan op en ruimen deze veilig op. Dit gebeurt nog vóórdat jouw eigen immuunsysteem de cellen van de baby opmerkt en in de aanval gaat.
Doordat jouw afweersysteem ongestoord blijft slapen, maak je zelf geen antistoffen en geheugencellen aan. Eén standaarddosering van 1000 Internationale Eenheden (IE) van de anti-D-injectie is krachtig genoeg om een bloeduitwisseling van maar liefst 20 milliliter foetaal bloed moeiteloos op te vangen. De antistoffen uit de prik blijven na toediening nog ongeveer drie maanden in je bloed aanwezig om je te beschermen.
Waarom is dit zo belangrijk voor je baby?
Als zwangere vrouw merk je er zelf vrijwel niets van als je antistoffen zou aanmaken. Voor de baby in je buik, of voor een broertje of zusje in een eventuele volgende zwangerschap, heeft het echter grote gevolgen. Als jouw lichaam eigen antistoffen maakt, kunnen deze de placenta passeren. Bij de baby vallen ze vervolgens de rode bloedcellen aan en breken ze deze af.
Dit leidt tot een aandoening die bekend staat als hemolytische ziekte van de foetus en pasgeborene (HZFP). Bij je baby kan dit in de baarmoeder bloedarmoede en vochtophoping veroorzaken. Na de geboorte kan het leiden tot ernstige geelzucht. Sinds de anti-D-injectie standaard wordt aangeboden in Nederland, is de kans op deze vervelende complicaties gelukkig enorm gedaald. Het percentage vrouwen dat nog antistoffen aanmaakt is teruggebracht van 3,5% naar slechts 0,31% tot 0,6%.
Het stappenplan: bloedonderzoek en de prik
Het zorgtraject rondom de anti-D-injectie is in Nederland goed en veilig georganiseerd via een vast stappenplan.
Rond 12 weken: het eerste onderzoek Bij je eerste grote bloedonderzoek aan het begin van je zwangerschap wordt standaard bepaald of je Rhesus D-negatief of positief bent. Dit is onderdeel van de landelijke screening.
Bij 27 weken zwangerschap: de check van je baby Als is vastgesteld dat jij Rhesus D-negatief bent, wordt er rond week 27 van je zwangerschap opnieuw een buisje bloed bij je afgenomen. Hierbij gebeurt iets heel bijzonders: het laboratorium zoekt in jouw bloedplasma naar hele kleine stukjes DNA van je ongeboren baby. Met dit DNA kunnen ze heel betrouwbaar vaststellen of jouw baby Rhesus D-negatief of Rhesus D-positief is.
Bij 30 weken zwangerschap: de eerste anti-D-injectie Blijkt uit het bloedonderzoek dat je baby Rhesus D-positief is? Dan krijg je rond de 30e week van je zwangerschap ter preventie de anti-D-injectie (1000 IE). Dit is een prik in een spier, meestal in je bovenbeen of bil. Is je baby Rhesus D-negatief? Dan hebben jullie dezelfde bloedgroep, kan je lichaam geen antistoffen aanmaken en is de prik helemaal niet nodig.
Na de bevalling: de afronding Als je bent bevallen van een Rhesus D-positieve baby, krijg je binnen 48 uur na de geboorte nog een tweede anti-D-injectie. Omdat de kans op de uitwisseling van bloed tijdens de baring het allergrootst is, zorgt deze tweede prik ervoor dat eventuele bloedcellen die tijdens de geboorte zijn overgekomen, direct geneutraliseerd worden.
Zijn er andere momenten waarop je de anti-D-injectie krijgt?
Soms verloopt een zwangerschap iets anders dan verwacht. Er zijn situaties waarin de kans dat bloed van jou en je baby mengt plotseling groter is. In die gevallen krijg je preventief een extra anti-D-injectie, ongeacht of je deze bij 30 weken nog krijgt of al gehad hebt. Dit gebeurt bijvoorbeeld:
- Bij een miskraam: Als je een miskraam doormaakt na 10 weken zwangerschap (of als het vruchtje groter is gebleken dan 33 millimeter), krijg je een aangepaste dosis van 375 IE anti-D toegediend.
- Bij prenataal onderzoek: Mocht je een invasief onderzoek ondergaan, zoals een vlokkentest (chorionvillusbiopsie) of een vruchtwaterpunctie.
- Na een val of ongeluk: Bijvoorbeeld bij een harde val op je buik of een stomp buiktrauma.
- Bij bloedverlies: Wanneer je te maken krijgt met onverklaard of ruim vaginaal bloedverlies in de tweede helft van de zwangerschap.
- Bij een uitwendige versie: Wanneer de verloskundige of gynaecoloog aan het einde van de zwangerschap je baby van een stuitligging naar een hoofdligging probeert te draaien. Omdat hierbij flink op de buik wordt gedrukt, krijg je vooraf of na afloop 1000 IE anti-D, zelfs als je deze bij 30 weken al hebt gehad.
Heeft de anti-D-injectie bijwerkingen?
Het is heel normaal dat je je afvraagt of deze medicatie veilig is voor jou en de kleine. De anti-D-injectie is een zeer veilig en langdurig beproefd middel. De antistoffen in de prik vormen geen enkel gevaar voor je baby; ze passeren weliswaar deels de placenta, maar veroorzaken geen bloedafbraak of schade bij je kindje.
Voor jouzelf geldt dat het middel doorgaans heel goed wordt verdragen. Net als bij andere injecties kun je wat lichte pijn, roodheid of een kleine zwelling ervaren op de plek waar geprikt is. Verder voelen sommige vrouwen zich kortdurend een beetje vermoeid of ervaren ze wat lichte hoofdpijn of rillingen, maar dit trekt snel weg. In zeer zeldzame gevallen kan er een allergische reactie optreden. Mocht je je ergens zorgen over maken na de prik, dan staat je zorgverlener altijd klaar om met je mee te kijken.
Goed voorbereid
De zorg voor Rhesus D-negatieve vrouwen is in Nederland goed geregeld. De anti-D-injectie is een veilige en effectieve manier om je lichaam een stapje voor te zijn en jouw baby (en eventuele toekomstige kindjes) optimaal te beschermen.
Hopelijk heeft deze uitleg je meer duidelijkheid en rust gegeven over wat de prik doet en waarom deze onderdeel uitmaakt van jouw zwangerschapszorg. Heb je na het lezen nog persoonlijke vragen of blijf je een beetje onzeker? Voel je altijd vrij om dit tijdens je volgende controle te bespreken met je verloskundige. Zij is er om je te begeleiden en je gerust te stellen, zodat jij vol vertrouwen van je zwangerschap kunt blijven genieten.
Bronnen:
- Blackburn, S. (1985). Rho(D) isoimmunization: Implications for the mother, fetus, and newborn. NAACOG Update Series, 3. Continuing Professional Education Center
- De Jonge, A., Verhoeven, C., Feijen-de Jong, E., Van Dillen, J., & Bakker, P. (2025). Praktische verloskunde (15e herz. dr.). BSL Media & Learning / Bohn Stafleu van Loghum
- Harkness, U. F., & Spinnato, J. A. (2004). Prevention and management of RhD isoimmunization. Clinics in Perinatology, 31, 721
- Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG). (2025). Richtlijn Erytrocytenimmunisatie en zwangerschap
- Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). (2025). Erytrocytenimmunisatie: RhD, Rhc, IEA | Draaiboek PSIE. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport