De vier tijdperken van de bevalling
Medisch gezien delen we een bevalling op in vier fases (tijdperken). In dit artikel focussen we op de eerste drie, omdat die het meest bepalend zijn voor de totale duur:
- Het ontsluitingstijdperk: Het openen van de baarmoedermond.
- Het uitdrijvingstijdperk: Het persen en de geboorte van de baby.
- Het nageboortetijdperk: De geboorte van de placenta.
- Het postplacentaire tijdperk: De eerste uren van herstel direct na de geboorte.
1. De ontsluitingsfase: het geduldwerk
De ontsluitingsfase is voor de meeste vrouwen het langste deel van de bevalling. Je kunt dit zien als het voorbereidende werk waarbij de baarmoedermond zich klaarmaakt. We verdelen deze fase in twee stukken: de latente fase en de actieve fase.
De latente fase
In deze voorbereidende fase zorgen weeën ervoor dat de baarmoedermond (cervix) verweekt, korter wordt en langzaam opengaat. Dit noemen we ook wel het verstrijken van de baarmoedermond.
Deze fase is heel onvoorspelbaar. Het kan vele uren duren en dat is volkomen normaal. Verloskundigen spreken pas van een ‘verlengde latente fase’ als het bij een eerste kindje (nulliparae) langer dan 20 uur duurt, of bij een volgend kind (multiparae) langer dan 14 uur.
De actieve fase
Vanaf 5 à 6 centimeter ontsluiting kom je in de actieve fase. De weeën worden nu frequenter en krachtiger. Je merkt misschien dat je meer in jezelf gekeerd raakt om de weeën op te vangen.
Vroeger dachten artsen dat de ontsluiting altijd met 1 centimeter per uur vorderde, maar nieuw onderzoek laat zien dat het proces versnelt naarmate je verder komt. Bij een eerste kindje duurt deze actieve fase gemiddeld 4 uur, terwijl dit bij een volgend kindje vaak rond de 3 uur ligt.
2. De uitdrijvingsfase: het persen
Zodra je volledige ontsluiting (10 cm) hebt, begint de uitdrijving. Dit betekent echter niet dat je direct moet gaan persen. Vaak is het beter om te wachten tot je reflectoire persdrang krijgt; dat is het onbedwingbare gevoel dat je móét duwen doordat het hoofdje van de baby tegen je endeldarm drukt.
Hoe lang duurt het persen gemiddeld?
- Eerste kind: Meestal tussen de 14 en 54 minuten. In Nederland wordt vaak een grens van 2 tot 3 uur aangehouden.
- Volgend kind: Dit gaat vaak een stuk sneller, gemiddeld tussen de 6 en 29 minuten.
3. Het nageboortetijdperk: De placenta
Nadat je baby is geboren, ben je er bijna. De placenta (moederkoek) en de vliezen moeten nog geboren worden. Gemiddeld komt de placenta na ongeveer 15 minuten los van de baarmoederwand. Lees hier meer over in het artikel over de nageboorte.
Gemiddelde duur bevalling: eerste kindje vs volgend kindje
Dus hoe lang duurt een bevalling nu gemiddeld? In de onderstaande tabel zie je de gemiddelde duur van een bevalling. Hierbij hebben we onderscheid gemaakt tussen een eerste bevalling (primi) en een volgende bevalling (multi).
| Fase van de bevalling | Eerste kind (Primi) | Volgend kind (Multi) |
|---|---|---|
| Latente fase | Tot 20 uur | Tot 14 uur |
| Actieve fase | Gemiddeld 4 uur | Gemiddeld 3 uur |
| Uitdrijving (persen) | 14 – 54 minuten | 6 – 29 minuten |
| Nageboorte | 10 – 30 minuten | 10 – 30 minuten |
| Totale duur | 12 – 24 uur | 6 – 12 uur |
Welke factoren beïnvloeden de duur van de bevalling?
Zoals we al aangaven is de duur van een bevalling is geen vaststaand feit, maar een samenspel van verschillende omstandigheden. Hieronder gaan we dieper in op de factoren die bepalen of je urenlang bezig bent of dat je baby sneller komt dan verwacht:
- Pariteit (hoeveelste kindje):
Dit is de belangrijkste factor voor de totale tijdsduur. Bij een eerste kindje (nulliparae) duurt het hele proces aanzienlijk langer. De weefsels van het baringskanaal en de bekkenbodem zijn nog nooit eerder opgerekt en bieden meer weerstand. Bij een volgend kindje (multiparae) “weet het lichaam wat het moet doen” en is de weg letterlijk al eens vrijgemaakt, waardoor de ontsluiting en uitdrijving vaak in de helft van de tijd gepiept zijn. - Pijnbestrijding:
Kies je voor een ruggenprik (epidurale analgesie)? Houd er dan rekening mee dat dit de uitdrijvingsfase kan verlengen. Omdat je minder gevoel hebt in je onderlichaam, duurt het langer voordat de natuurlijke persdrang ontstaat. In de medische richtlijnen is het daarom geaccepteerd om na volledige ontsluiting eerst 1 tot 2 uur te wachten tot het hoofdje diep genoeg ligt. - Baringshouding:
Jouw mobiliteit speelt een grote rol. Vrouwen die niet constant aan bed gekluisterd zijn en verticale bevalhoudingen aannemen, zoals lopen, staan, hurken of op een baarkruk zitten, ervaren vaak een vlottere ontsluiting. De zwaartekracht helpt mee, waardoor de ontsluitingsperiode gemiddeld bijna 1,5 uur korter is. Bovendien heb je in een actieve houding minder vaak een ruggenprik of keizersnede nodig. - Inleiding van de bevalling:
Wanneer de bevalling kunstmatig wordt opgewekt, ook wel inleiden genoemd, verloopt de eerste fase (tot 6 cm) doorgaans trager. Bij een eerste kindje duurt deze startfase bij een inleiding gemiddeld 5,5 uur, tegenover 3,8 uur bij een spontane start. Zodra je de 6 cm bent gepasseerd, is er qua snelheid vaak geen verschil meer. - Liggingsafwijkingen van de baby:
Voor een vlotte bevalling ligt de baby idealiter met het achterhoofd naar jouw buik gericht. Bij afwijkende hoofdliggingen, zoals een ‘sterrenkijker’ of kruinligging, moet een grotere omvang van het hoofdje door het bekken. Dit zorgt voor meer weerstand, wat leidt tot een tragere ontsluiting en een aanzienlijk langere persfase. - Maternale factoren:
Ook jouw eigen fysieke kenmerken spelen mee. Een hogere leeftijd of een hoger BMI (overgewicht) kunnen de ontsluitingsduur verlengen. Dit heeft vaak te maken met de hormoonhuishouding of de kracht van de weeën.
Zolang er gedurende de uren vooruitgang merkbaar is en de hartslag van je baby goed blijft, is er medisch gezien vaak alle ruimte om de tijd te nemen die jouw lichaam nodig heeft.
Een geruststellende gedachte
Hoewel de cijfers je misschien duizelen, is het goed om te onthouden dat er geen “perfecte” tijd is. Het belangrijkste is dat het met jou en je baby goed gaat. Zolang er vooruitgang is, heeft je lichaam de tijd. Vertrouw op je eigen kracht en bereid je eventueel voor door een geboorteplan te schrijven.
Bronnen
-
De Jonge, A., Verhoeven, C., Feijen-de Jong, E., van Dillen, J., & Bakker, P. (2025). Praktische verloskunde (15e herz. dr.). BSL Media & Learning.
-
Dörr, P. J., Kwee, A., Jacquemyn, Y., & Nijhuis, J. G. (2017). Obstetrische interventies (2e dr.). Bohn Stafleu van Loghum.
-
Dörr, J., Khouw, V. M., Nijhuis, J. G., & Jacquemyn, Y. (2017). Obstetrische interventies (4e dr.). Bohn Stafleu van Loghum.
-
Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen. (2024). Handreiking omgaan met baringspijn. KNOV.
-
Macdonald, S., & Johnson, G. (2023). Mayes’ midwifery (16e ed.). Elsevier.
-
Prins, M., & van Roosmalen, J. J. M. (2019). Praktische verloskunde (14e dr.). Bohn Stafleu van Loghum.
-
World Health Organization. (z.d.). WHO recommendations: Intrapartum care for a positive childbirth experience. World Health Organization.