Wat is het verstrijken van de baarmoedermond precies?
Om te begrijpen wat verstrijken is, kijken we eerst naar de anatomie. De baarmoedermond (medisch ook wel de cervix of portio genoemd) is het onderste, tuitvormige deel van de baarmoeder. Tijdens de zwangerschap is deze stevig en ongeveer drie tot vier centimeter lang, waardoor je kindje veilig in de baarmoeder blijft.
Het verstrijken van de baarmoedermond is het proces waarbij deze ’tuit’ korter, dunner en zachter wordt. Je kunt het vergelijken met een col van een trui die je over je hoofd trekt: de stof wordt uitgerekt en opgenomen in het grotere geheel. De cervix wordt vanuit de binnenzijde (het ostium internum) opgerekt en geleidelijk opgenomen in het onderste deel van de baarmoeder. Wanneer de baarmoedermond volledig is verstreken, is de opstaande rand verdwenen en vormt de baarmoeder met de cervix één geheel.
Het fysiologische mechanisme: Hoe wordt de cervix weker?
Het korter worden van de baarmoedermond is geen willekeurig proces, maar een knap staaltje biochemie. Dit wordt ook wel het ‘rijpen’ van de cervix genoemd. Er spelen drie hoofdfactoren een rol:
1. Collageenafbraak en waterretentie
De baarmoedermond bestaat grotendeels uit bindweefsel (collageen en elastine). Onder invloed van enzymen zoals matrixmetalloproteïnase (MMP) worden de collageenvezels afgebroken en opnieuw gerangschikt. Tegelijkertijd gaat het weefsel meer water vasthouden. Hierdoor voelt de cervix bij een inwendig onderzoek niet meer aan als het ’topje van je neus’, maar als je ‘oorlel’ of de binnenkant van je wang.
2. Hormonale sturing
Prostaglandinen zijn de hormonen die dit proces actief aansturen. Zij stimuleren de afbraak van collageen. Gedurende je hele zwangerschap heeft het hormoon progesteron dit proces juist geremd om te voorkomen dat de baarmoedermond te vroeg zou openen. Aan het einde van de zwangerschap verandert die balans.
3. Centreren van de baarmoedermond
Vaak wijst de baarmoedermond tijdens de zwangerschap naar achteren (richting je rug, ook wel sacraal genoemd). Tijdens het verstrijken komt deze centraal in het baringskanaal te liggen, zodat de baby er gemakkelijker doorheen kan.
Kan je het verstrijken van de baarmoedermond zelf bevorderen?
Soms gaat de natuur niet vanzelf aan de gang en is er een zetje nodig, zeker als een inleiding medisch noodzakelijk is. In de verloskunde wordt dit proces van het kunstmatig rijp maken van de baarmoedermond ‘priming’ genoemd. Een veelvoorkomende methode is het strippen, waarbij de verloskundige de vliezen handmatig loswoelt om de aanmaak van eigen prostaglandinen te stimuleren. Daarnaast kan er gekozen worden voor mechanische methoden, zoals een ballonkatheter die door constante druk de cervix dwingt te verzachten, of voor medicamenteuze ondersteuning. Bij deze laatste methode worden synthetische prostaglandinen (zoals Misoprostol of Dinoproston) toegediend om de natuurlijke afbraak van collageen na te bootsen, zodat de baarmoedermond optimaal gereed is voor de inleiding van de bevalling.
Kan je voelen of je baarmoedermond is verstreken?
Veel vrouwen vragen zich af of ze dit proces zelf kunnen waarnemen. In theorie zou je met je vingers kunnen proberen je baarmoedermond te voelen om te ontdekken of deze weker of korter wordt, maar in de praktijk is dit lastig en wordt het vaak afgeraden. De baarmoedermond zit aan het einde van de zwangerschap vaak nog hoog en is moeilijk bereikbaar. Bovendien brengt zelf onderzoek doen een risico op infecties of het onbedoeld breken van de vliezen met zich mee.
Meestal merk je het verstrijken indirect. Je kunt last krijgen van harde buiken of voorweeën die dit proces bevorderen. Ook het verliezen van de slijmprop kan een teken zijn dat de baarmoedermond aan het veranderen is, hoewel dit niet bij iedereen direct tot een bevalling leidt.
Het verschil tussen een eerste en een volgende bevalling
Het is goed om te weten dat je lichaam anders reageert als je al eens eerder bent bevallen. De manier waarop het verstrijken en de ontsluiting elkaar opvolgen, verschilt namelijk per situatie.
- Bij een eerste kindje (nullipara): De cervix bevat vaak nog stugger bindweefsel. Je lichaam doet alles stap voor stap: de cervix zal meestal eerst volledig verstrijken (plat worden) voordat de daadwerkelijke ontsluiting goed op gang komt.
- Bij een volgend kindje (multipara): Het bindweefsel biedt minder weerstand. Hierdoor verlopen het verstrijken en het ontsluiten vaak tegelijkertijd. Het is heel normaal dat een verloskundige al enkele centimeters ontsluiting meet, terwijl de baarmoedermond nog maar voor de helft is verstreken.
Wat zegt het verstrijken over de naderende bevalling?
Hoewel het verstrijken een noodzakelijke stap is, is het helaas geen exacte voorspeller van wanneer de baby precies komt. Het zegt vooral iets over de ‘rijpheid’ van je lichaam en hoort bij de voortekenen van de bevalling. Een volledig verstreken baarmoedermond betekent dat de ‘deur’ van het slot is en klaarstaat om open te gaan.
Sommige vrouwen lopen al weken rond met een deels verstreken cervix zonder dat de bevalling van begin tot eind echt doorzet. Toch is het een positief teken: elke millimeter die al verstreken is, is ‘winst’. Het betekent dat je baarmoeder tijdens de vroege fase minder hard hoeft te werken om de ontsluiting op gang te brengen.
De Bishop-score
Als een arts of verloskundige door middel van toucheren wil weten hoe ver je lichaam is, bijvoorbeeld om te bepalen of ze kunnen inleiden, gebruiken ze de Bishop-score. De verstrijking wordt dan uitgedrukt in een percentage:
- 0-30%: De cervix is nog vrij lang.
- 40-70%: De cervix is al flink aan het inkorten.
- ≥ 80%: De baarmoedermond is nagenoeg volledig verstreken.
Een geruststellende gedachte
Het verstrijken van de baarmoedermond is het ultieme bewijs dat je lichaam precies weet wat het moet doen. Ook als je nog geen krachtige weeën voelt, is je lichaam op de achtergrond al druk bezig met deze belangrijke voorbereiding. Het is een proces van loslaten en verzachten, zodat je kindje straks de ruimte krijgt.
Mocht je onzeker zijn over de signalen van je lichaam of vragen hebben over je eigen voortgang, bespreek dit dan gerust met je verloskundige. Zij kan je tijdens een controle precies uitleggen wat de huidige stand van zaken voor jouw bevalling betekent.
Bronnen:
- Bakker, R., De Jonge, A., & Van der Hulst, L. (2025). Praktische verloskunde (5e herz. druk). Bohn Stafleu van Loghum.
- Blackburn, S. T. (2023). Maternal, fetal, & neonatal physiology: A clinical perspective (6th ed.). Elsevier.
- Gabbe, S. G., Niebyl, J. R., Simpson, J. L., Landon, M. B., Galan, H. L., Jauniaux, E. R. M., Driscoll, D. A., & Berghella, V. (2021). Gabbe’s obstetrics: Normal and problem pregnancies (8th ed.). Elsevier.