Wanneer begint het hartje te kloppen?
De ontwikkeling van het hart gaat razendsnel. Terwijl jij misschien net ontdekt hebt dat je zwanger bent, is het embryo al hard aan het werk. Al bij een zwangerschapsduur van 5 à 6 weken begint het hartje te functioneren.
In het allereerste begin is die hartslag nog relatief traag. Rond de 5 weken en 3 dagen klopt het hartje ongeveer 70 keer per minuut (70 bpm). Dat is vergelijkbaar met de hartslag van een volwassene in rust. Maar daarna gaat het gas erop.
De snelheidscurve in het eerste trimester
Het hartje moet flink groeien en harder werken. De frequentie neemt in korte tijd enorm toe:
- Bij 6 weken en 4 dagen: De snelheid is al opgelopen tot ongeveer 110 slagen per minuut.
- Tussen 8 en 10 weken: Het ritme bereikt een absolute piek. Het hartje kan dan wel 170 keer per minuut kloppen.
Misschien schrik je daarvan als je dat hoort tijdens een vroege echo of termijnecho, maar dit is volkomen normaal. Na de tiende week begint de hartslag weer langzaam te dalen. Dit komt doordat het zenuwstelsel van de baby zich ontwikkelt. Specifiek het parasympathische zenuwstelsel (waaronder de nervus vagus) wordt rijper en dominanter. Je kunt dit vergelijken met een rempedaal dat voorzichtig wordt ingetrapt, waardoor de hartslag stabiliseert naar een rustiger ritme.
Halverwege de zwangerschap, rond de 20-wekenecho, ligt het gemiddelde op 155 slagen per minuut. Tegen de tijd dat je uitgerekend bent (à terme), is dit gedaald naar een gemiddelde van 140 slagen per minuut.
Wat is een normale hartslag van de baby in de buik?
Als je aan het einde van de zwangerschap bent, hanteert de verloskundige of gynaecoloog een normale bandbreedte. Een gezonde basishartfrequentie voor een voldragen baby ligt tussen de 110 en 160 slagen per minuut.
Variatie is een goed teken
Het klinkt misschien logisch dat een gezond hart zo stabiel is als een metronoom, maar bij een baby in de buik is dat juist niet zo. Een strakke, monotone lijn op een hartfilmpje is niet wat we willen zien. We willen juist variatie zien.
Een gezonde hartslag vertoont zogenaamde ‘beat-to-beat variabiliteit’. Dit betekent dat de tijd tussen de slagen steeds een heel klein beetje verschilt. Een bandbreedte van 5 tot 25 slagen variatie wordt als normaal beschouwd. Waarom is dit belangrijk? Het laat zien dat het zenuwstelsel van je kindje intact is en goed werkt. Het is een constant samenspel tussen het gaspedaal (sympathicus) en de rem (parasympathicus). Ook geeft het aan dat de zuurstofvoorziening naar de hersenen goed is.
Daarnaast zien we graag acceleraties. Dit zijn tijdelijke versnellingen van de hartslag. Als de baby beweegt, moet het hartje even wat harder pompen, net zoals jouw hartslag omhoog gaat als je gaat sporten. Zo’n versnelling (minimaal 15 slagen erbij gedurende 15 seconden) is een teken van een topconditie.
Hoe wordt er naar het hartje geluisterd?
Afhankelijk van hoe ver je bent in je zwangerschap, zijn er verschillende manieren om de hartslag te controleren.
De eerste weken: Echoscopie
In de vroege zwangerschap kun je het hartje nog niet horen via de buikwand, maar wel zien. Met een inwendige (vaginale) echo is hartactie vaak zichtbaar vanaf circa 5-6 weken. Bij een uitwendige (abdominale) echo via de buik moet je iets meer geduld hebben; daar is het meestal zichtbaar vanaf 6-7 weken. Een vitaliteitsecho wordt vaak rond deze termijn gemaakt.
Vanaf 12 weken: De doptone
Dit is het bekende apparaatje dat de verloskundige gebruikt tijdens de controles. De doptone werkt met geluidsgolven. Vanaf ongeveer 12 weken is het hartje hiermee hoorbaar. Soms wordt er pas vanaf 16 weken geluisterd. Dit heeft te maken met de ligging van je baarmoeder en soms ook met je eigen postuur. Als de baarmoeder nog diep achter het schaambot ligt, is het geluid lastig te vangen.
Vanaf 20-24 weken: De houten toeter
Misschien heb je hem wel eens zien liggen in de spreekkamer: de Pinard. Dit is een houten stethoscoop die op je buik wordt gezet. De verloskundige luistert dan met haar oor direct op de toeter. Dit kan meestal vanaf 20 tot 24 weken. Het vergt wat oefening, maar het is een mooie, pure manier van luisteren zonder elektronische apparaten.
Vanaf 24-26 weken: Het CTG (hartfilmpje)
Als er zorgen zijn, of tijdens de bevalling, wordt er een CTG (Cardiotocogram) gemaakt. Hierbij krijg je twee banden om je buik. De ene registreert de hartslag van de baby, de andere meet de spanning van je baarmoeder (harde buiken of weeën). Zo kan de arts precies zien hoe de baby reageert op de activiteit van je baarmoeder.
Zelf thuis luisteren: kan dat?
Natuurlijk wil je dat fijne geluid het liefst elke dag horen. Je kunt thuis luisteren met een doppler (vanaf ca. 12-14 weken, met wat olie of gel op je buik) of later in de zwangerschap (vanaf ca. 28 weken) met een lege wc-rol of het blote oor van je partner op je buik. Let wel op: het vinden van de hartslag kan lastig zijn en voor onnodige stress zorgen als het niet direct lukt. Belangrijker nog: gebruik een doppler nooit als geruststelling als je je baby minder voelt bewegen. Een kloppend hartje betekent niet altijd dat de baby in goede conditie is. Bij twijfel over beweging bel je dus altijd direct de verloskundige.
Wat beïnvloedt het hartritme?
Net als bij jou reageert de hartslag van je baby op wat er gebeurt, zowel binnen als buiten de buik.
1. Beweging en Slaap
De baby heeft in de buik al duidelijke slaap- en waakritmes. Als de baby diep slaapt, is de hartslag rustiger en vertoont deze minder variatie. Zo’n slaapcyclus duurt maximaal 40 tot 50 minuten. Is de baby wakker en lekker aan het gymmen? Dan zie je de hartslag stijgen (de acceleraties).
2. Sporten van de moeder
Als jij je inspant, merkt je baby dat ook. De foetale hartslag kan 10 tot 30 slagen per minuut stijgen als jij aan het sporten bent tijdens de zwangerschap. Maak je geen zorgen, dit wordt als veilig beschouwd.
3. Medicatie
Gebruik je medicijnen? Sommige middelen hebben invloed op de baby. Pijnstillers (zoals opioïden), sedativa of bètablokkers die jij neemt, kunnen de hartslag en de variabiliteit van de baby verlagen. Dit is meestal bekend bij de arts, maar wel goed om je bewust van te zijn.
Fabels en feiten: kun je het geslacht voorspellen?
Er gaat een hardnekkig bakerpraatje rond: “Bij een hartslag boven de 140 is het een meisje, daaronder is het een jongen.” Of andersom, afhankelijk van wie je het vraagt.
Laten we die fabel maar meteen uit de wereld helpen: aan de hartslagfrequentie kun je het geslacht niet zien. Er is geen wetenschappelijk bewijs dat jongens- en meisjesharten in de baarmoeder in een ander tempo kloppen.
Wil je het geslacht weten? Dan moet je vertrouwen op andere methodes:
- Echoscopie: Vanaf ongeveer 15 weken is het geslachtsverschil te zien. Eerder kan soms ook al, met de zogeheten Nub-theorie tussen de 11 en 14 weken. Hierbij kijkt de echoscopist naar de hoek van het geslachtsknobbeltje.
- DNA-test: Via de NIPT-test kan foetaal DNA worden geanalyseerd, waarmee het geslacht met zekerheid kan worden vastgesteld (hoewel de uitslag in Nederland niet standaard het geslacht vermeldt).
Als het hartritme anders is (afwijkingen en risico’s)
Natuurlijk wordt er tijdens controles geluisterd om te checken of alles goed gaat. Soms wijkt het ritme af. Wat betekent dat?
Te snel (Tachycardie)
Als de hartslag in rust structureel boven de 160 slagen per minuut ligt, spreken we van tachycardie. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Vaak heeft het met de moeder te maken, bijvoorbeeld als je koorts hebt. Ook een infectie in de baarmoeder of medicatie kan een rol spelen. Soms ligt de oorzaak bij de baby, zoals bij bloedarmoede of een hartritmestoornis.
Te langzaam (Bradycardie)
Een hartslag onder de 110 slagen per minuut noemen we bradycardie. Als dit lang aanhoudt, kan het wijzen op zuurstoftekort (hypoxie) of een beknelling van de navelstreng.
Een bekende oorzaak van een tijdelijke dip is het Vena Cava Inferior Syndroom. Dit gebeurt als je plat op je rug ligt. Je zware baarmoeder drukt dan de grote lichaamsader dicht die bloed terugvoert naar je hart. Hierdoor wordt jij misschien duizelig, maar krijgt de baby ook even minder bloed, waardoor de hartslag daalt. Op je linkerzij draaien lost dit vaak direct op.
Tijdens de bevalling: Dipjes zijn soms normaal
Tijdens de bevalling luistert de verloskundige vaker naar het hartje. Je kunt dan te maken krijgen met deceleraties (vertragingen).
- Vroege deceleraties: De hartslag daalt precies tegelijk met de top van een wee. Dit komt vaak door druk op het hoofdje als de baby dieper in het bekken zakt. Dit prikkelt de nervus vagus. Dit is een normaal verschijnsel en meestal onschuldig.
- Variabele deceleraties: Een abrupte daling, vaak doordat de navelstreng even ergens klem zit.
- Late deceleraties: Dit is een punt van zorg. De hartslag daalt pas na de top van de wee. Dit kan betekenen dat de placenta het zwaar heeft en de baby even wat minder zuurstof krijgt.
Bij twijfel over de conditie van de baby (foetale nood), zal de gynaecoloog of verloskundige ingrijpen.
Wat als het hartje niet klopt?
Dit is de grootste angst van elke aanstaande ouder. Soms is er bij een echo geen hartactie te zien. De betekenis hiervan hangt sterk af van de termijn.
In een heel prille zwangerschap kan het zijn dat je gewoon minder ver bent dan je dacht. Misschien was de eisprong later. Er zijn strikte richtlijnen: bij een vruchtzakje van een bepaalde grootte of een embryo groter dan 5-7 mm moet er hartactie zijn. Is die er niet, dan spreken we helaas van een miskraam (of een niet-vitale zwangerschap).
In een later stadium (na 16 weken) spreken we bij het ontbreken van hartactie van intra-uteriene vruchtdood. Belangrijk om te weten: als de verloskundige met de doptone even niets hoort, is dat geen bewijs dat het mis is. De baby kan zich verstopt hebben of de placenta ligt ervoor. Alleen een echo kan hier uitsluitsel over geven.
Luister naar je gevoel en je verloskundige
De hartslag van je baby is een prachtig en complex mechanisme. Het wordt gereguleerd door zenuwen, bloeddruk en hormonen. Het is normaal dat het varieert; dat is juist een teken van gezondheid.
Ben je onzeker of voel je je baby minder bewegen? Twijfel dan nooit om je verloskundige te bellen. Wanneer bel je de verloskundige? Altijd als jij je zorgen maakt. Zij zijn er om naar jou en je baby te luisteren. Voor nu: geniet van elk moment dat je dat bijzondere “tok-tok-tok” of “woesh-woesh” geluid mag horen. Het is de mooiste muziek die er is.
Bronnen:
- Bakker, R., & van der Hulst, L. (2025). Praktische verloskunde (5e herz. druk). Bohn Stafleu van Loghum.
- Blackburn, S. T. (2023). Maternal, fetal, & neonatal physiology: A clinical perspective (6th ed.). Elsevier.
- Mayes, L. L. (2020). Mayes’ midwifery (16th ed.). Elsevier
- Widmaier, E. P., Raff, H., & Strang, K. T. (2023). Vander’s human physiology: The mechanisms of body function (16th international student ed., eBook). McGraw-Hill Education.