Wat is een fluxus precies?
Tijdens een normale bevalling verliest een vrouw gemiddeld zo’n 500 milliliter bloed. Dit klinkt misschien als veel, maar je lichaam is hier tijdens de zwangerschap helemaal op voorbereid. Je bloedvolume neemt in de maanden dat je zwanger bent namelijk flink toe, soms wel met 30 tot 40 procent. Je lichaam heeft dus een flinke buffer opgebouwd om dit normale bloedverlies probleemloos op te vangen.
Soms verliest een vrouw echter meer bloed. Binnen de Nederlandse geboortezorg spreken we van een fluxus postpartum wanneer het bloedverlies na de bevalling meer dan 1000 milliliter (een liter) bedraagt. Wereldwijd wordt soms een grens van 500 milliliter aangehouden, maar in Nederland is de richtlijn strikter ingestoken op die ene liter.
Hoe vaak komt dit voor? Uit cijfers blijkt dat ongeveer 6,3 procent van de bevallen vrouwen in Nederland te maken krijgt met een fluxus. Dat betekent dat het overgrote deel van de vrouwen hier niet mee te maken krijgt, maar het komt vaak genoeg voor dat elke verloskundige en gynaecoloog er uitgebreid voor is getraind. Je bent dus altijd in veilige en kundige handen.
Hoe ontstaat overmatig bloedverlies? De vier T’s
Om te begrijpen hoe de zorgverleners een fluxus verhelpen, is het goed om te weten hoe het ontstaat. Direct na de geboorte van je baby en de placenta (de moederkoek), laat de placenta een wondvlak achter aan de binnenkant van je baarmoeder. Normaal gesproken trekt de baarmoederspier zich daarna stevig samen. Hierdoor worden de bloedvaten op dat wondvlak dichtgedrukt en stopt het bloeden.
Soms hapert dit proces. Artsen en verloskundigen gebruiken internationaal een handig ezelsbruggetje om de oorzaken van een fluxus in te delen: de vier T’s.
1. Tonus (Spanning van de baarmoeder) Dit is veruit de meest voorkomende oorzaak en is verantwoordelijk voor zo’n 70 procent van de gevallen. ‘Tonus’ verwijst naar de spanning van de baarmoederspier. Soms blijft de baarmoeder na de bevalling te slap en trekt deze niet krachtig genoeg samen. Dit wordt atonie genoemd. Omdat de spier niet samentrekt, blijven de bloedvaten openstaan en blijft het bloed stromen. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als de bevalling erg lang heeft geduurd (de spier is ‘moe’), als de baarmoeder erg ver is opgerekt door een grote baby of een tweeling, of bij het inleiden van de bevalling.
2. Trauma (Verwondingen) In ongeveer 20 procent van de gevallen komt het bloedverlies door een trauma. Binnen de geneeskunde betekent dit simpelweg een verwonding, zoals een scheurtje of een knip (episiotomie) in de vagina of het perineum (het gebied tussen de vagina en de anus) die wat heviger bloedt dan normaal.
3. Tissue (Weefsel) Bij 10 procent van de vrouwen met een fluxus blijft er een stukje weefsel van de placenta of de vliezen achter in de baarmoeder. Zolang de baarmoeder niet helemaal leeg is, kan deze zich niet goed samentrekken om de bloedvaten af te sluiten.
4. Trombine (Bloedstolling) In een heel klein percentage, ongeveer 1 procent, is er sprake van een probleem met de bloedstolling. Het bloed mist dan de juiste factoren om goed te kunnen stollen. Dit is vaak al voor de bevalling bekend, of het ontstaat als gevolg van andere zwangerschapscomplicaties zoals een ernstige zwangerschapsvergiftiging (pre-eclampsie of het HELLP-syndroom).
Hoe merken zorgverleners dat je te veel bloed verliest?
Je zorgverleners houden je na de bevalling nauwlettend in de gaten. Ze gokken niet hoeveel bloed je verliest, maar ze wegen de matjes en het verbandmateriaal nauwkeurig met een weegschaal. Visueel schatten leidt namelijk vaak tot een onderschatting van de werkelijke hoeveelheid bloedverlies.
Daarnaast let het team op de signalen van jouw lichaam. Omdat je tijdens de zwangerschap extra bloed hebt aangemaakt, voel je je bij een beginnende fluxus vaak nog verrassend goed. Maar als het bloedverlies oploopt, ontstaan er symptomen van hypovolemie (een tekort aan vocht in je bloedvaten). Je hartslag gaat omhoog (meer dan 100 slagen per minuut), je gaat sneller ademhalen en je kunt je wat duizelig, misselijk of onrustig voelen. Ook kan je huid bleek worden en kan je neuspunt koud aanvoelen. Dit zijn allemaal natuurlijke beschermingsmechanismen van je lichaam om de belangrijkste organen van bloed te blijven voorzien.
De behandeling: Wat gebeurt er in de kamer?
Als blijkt dat je te veel bloed verliest, verandert de sfeer in de kamer vaak van rustig en intiem naar medisch en daadkrachtig. Dit kan even schrikken zijn, maar besef dat het team exact weet wat het moet doen. Ze werken volgens strakke protocollen in een zogenaamde ‘parallelle actie’. Dit betekent dat iedereen tegelijkertijd een eigen taak uitvoert, zodat je razendsnel geholpen wordt.
- Hulp inroepen: De verloskundige belt direct de ambulance als je thuis bent, of roept extra collega’s en een gynaecoloog erbij als je in het ziekenhuis bent.
- Plat liggen en zuurstof: Je bed wordt plat gelegd en je krijgt extra zuurstof via een kapje, zodat je hersenen en organen optimaal van zuurstof worden voorzien.
- Infuus: Je krijgt snel een of twee infusen met vocht (een zoutoplossing) ingebracht om het volume in je bloedvaten aan te vullen en je bloeddruk op peil te houden.
- Blaas legen: Omdat een volle blaas de baarmoeder in de weg zit, wordt je blaas vaak even geleegd met een dun slangetje (een katheter).
- Baarmoeder masseren: De zorgverlener zal met een hand stevig op je buik drukken om de baarmoeder te masseren. Dit helpt om eventuele bloedstolsels naar buiten te drukken en prikkelt de spier om samen te trekken. Dit kan oncomfortabel of pijnlijk voelen, maar het is een zeer effectieve handeling.
- Medicatie: Je krijgt medicijnen, uterotonica genoemd, die de baarmoeder krachtig laten samentrekken. Oxytocine is hierbij altijd de eerste keus. Als dit onvoldoende helpt, zijn er aanvullende medicijnen beschikbaar, zoals sulproston of methylergometrine.
Ligt de oorzaak bij een vastzittende placenta (weefsel)? Dan zal deze operatief verwijderd moeten worden in de operatiekamer. Dit gebeurt altijd onder goede verdoving of narcose. Is er sprake van een heel ernstige fluxus waarbij het bloeden moeilijk stopt? Dan kan de arts besluiten om tranexaminezuur toe te dienen, een medicijn dat de bloedstolling helpt. In zeldzame gevallen is er naderhand een bloedtransfusie nodig om je reserves weer aan te vullen.
Is een fluxus postpartum te voorkomen?
Helemaal voorkomen is helaas niet altijd mogelijk, maar de zorg is er wel op ingericht om de kans zo klein mogelijk te maken. Dit doen zorgverleners door het zogenoemde ‘actief leiden van het nageboortetijdperk’.
Dit houdt in dat je direct na de geboorte van je baby preventief een injectie met oxytocine in je been krijgt. Dit hormoon helpt je baarmoeder om direct goed samen te trekken. Daarnaast controleert de verloskundige regelmatig of je baarmoeder goed hard aanvoelt. Als je van tevoren al in een verhoogde risicogroep valt (bijvoorbeeld door een eerdere fluxus of een erg grote baby), krijg je voor de bevalling uit voorzorg al een infuusnaaldje ingebracht en wordt er bloed afgenomen om je bloedgroep te screenen. Zo verliest het team geen kostbare tijd mocht het toch gaan bloeden.
De gevolgen voor jou en je baby
Wanneer er sprake is van een fluxus, is de baby in vrijwel alle gevallen al veilig en wel geboren. Terwijl de artsen en verloskundigen zich over jou ontfermen, ligt je kindje veilig op je borst of wordt het warm gehouden door je partner. De fysieke impact ligt dus echt bij jou.
Op de korte termijn voel je je na een fluxus vaak extreem moe, futloos en duizelig. Je hebt bloedarmoede opgelopen doordat je veel ijzer en rode bloedcellen bent verloren. De kraamweek zal daardoor meer in het teken staan van fysiek herstel dan bij een gemiddelde bevalling. Je krijgt ijzertabletten voorgeschreven of, indien nodig, een bloedtransfusie. Neem hierin je rust en accepteer alle hulp die je wordt aangeboden; je lichaam heeft tijd nodig om nieuwe rode bloedcellen aan te maken.
Daarnaast is het goed om de emotionele kant niet te vergeten. Een kamer die ineens vol staat met medisch personeel, de haastige handelingen en het bloedverlies kunnen beangstigend zijn. Het is niet ongewoon dat vrouwen (en hun partners!) hier met een schrikgevoel op terugkijken. Praat erover met je verloskundige, de gynaecoloog en je naasten. Mocht je merken dat je maanden later nog steeds last hebt van nare herinneringen, angsten of herbelevingen, trek dan aan de bel. De kans op een posttraumatische stressstoornis (PTSS) is na dit soort medische ingrepen licht verhoogd, en vormen van therapie zoals EMDR kunnen hier erg goed bij helpen.
Ook de borstvoeding kan soms wat moeizamer op gang komen. Je lichaam heeft veel energie nodig voor je eigen herstel, waardoor de melkproductie wat op zich kan laten wachten. In zeer zeldzame gevallen kan een zware fluxus leiden tot het syndroom van Sheehan, waarbij een tekort aan zuurstof invloed heeft op de hypofyse (een klier in je hersenen die hormonen regelt) en de melkproductie helemaal wegblijft. Wees zacht voor jezelf en overleg met een lactatiekundige of kraamverzorgende hoe je de voeding het beste kunt aanpakken.
Zwanger na een eerdere fluxus: wat nu?
Als je al eens een fluxus hebt doorgemaakt, ben je misschien onzeker over een volgende zwangerschap. Wat als het weer gebeurt?
Feit is dat vrouwen met een fluxus in de voorgeschiedenis een verhoogd herhalingsrisico hebben. Na één eerdere fluxus ligt de kans op herhaling bij een volgende baring rond de 10 tot 18 procent. Heb je het al twee keer meegemaakt, dan stijgt dit naar ongeveer 26,6 procent.
Om deze reden adviseren zorgverleners om bij een volgende zwangerschap in het ziekenhuis te bevallen met een medische indicatie, tenzij er eerder sprake was van een duidelijke, eenmalige oorzaak zoals een uitscheuring. Tijdens een preconceptioneel adviesgesprek (voorafgaand aan je zwangerschap) of vroeg in je zwangerschap, wordt er samen met jou een duidelijk en gepersonaliseerd plan gemaakt. Bij de bevalling krijg je direct een waakinfuus en wordt het medische team extra paraat gehouden. Mocht er opnieuw overmatig bloedverlies optreden, dan kan er direct en daadkrachtig worden ingegrepen om complicaties te voorkomen.
Vertrouw je zorgverleners
Hoewel het lezen over complicaties zoals een fluxus confronterend kan zijn, is het van groot belang om te weten dat dit geen blinde vlek is binnen de geboortezorg. Verloskundigen, gynaecologen en verpleegkundigen trainen deze noodsituaties regelmatig met hun hele team. Ze handelen volgens landelijke protocollen die hun effectiviteit ruimschoots hebben bewezen. Mocht het jou overkomen, weet dan dat er direct wordt ingegrepen om jou en je gezondheid veilig te stellen. Neem je tijd voor het herstel, wees mild voor je eigen lichaam, en aarzel nooit om vragen te stellen aan je zorgverlener als je behoefte hebt aan meer uitleg of geruststelling.
Bronnen:
- De Jonge, A., Verhoeven, C., Feijen-de Jong, E., Van Dillen, J., & Bakker, P. (2025). Praktische verloskunde (15e herz. dr.). BSL Media & Learning
- Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie. (2015). Richtlijn Haemorrhagia postpartum (Aanvulling juni 2015). NVOG
- World Health Organization. (2012). WHO recommendations for the prevention and treatment of postpartum hemorrhage and retained placenta. World Health Organization