Skip to content
Menu
echoscopie 20 weken

Wat is Vasa Previa?

Als je in verwachting bent, hoop je natuurlijk op een onbezorgde tijd vol voorpret. Vaak wordt er gesproken over de welbekende ‘roze wolk’, maar de realiteit is dat een zwangerschap soms ook gepaard gaat met onzekerheid en medische termen die je even doen schrikken. Eén van die termen is vasa previa. Misschien is deze diagnose zojuist bij jou of een naaste vastgesteld tijdens een echoscopie, of ben je er online over gaan lezen en voel je je nu nieuwsgierig of wat angstig. Dat is een volkomen begrijpelijke reactie.

In dit uitgebreide artikel nemen we de tijd om je stap voor stap en in begrijpelijke taal uit te leggen wat vasa previa precies inhoudt, hoe het ontstaat, en wat het betekent voor het verdere verloop van je zwangerschap en de bevalling. Het belangrijkste om direct te weten, is dat de vooruitzichten voor je baby ontzettend goed zijn wanneer vasa previa tijdens de zwangerschap wordt ontdekt. De overlevingskans van de baby is bij een tijdige prenatale diagnose namelijk 97% tot nagenoeg 100%.

Dit artikel is geschreven door:

Leesduur 8 minuten

Wat is vasa previa precies?

Om te begrijpen wat vasa previa is, helpt het om eerst te kijken naar hoe een doorsnee zwangerschap in de baarmoeder is opgebouwd. Normaal gesproken zit de navelstreng, die jou en je baby met elkaar verbindt, stevig vast in het midden van de moederkoek (de placenta). De bloedvaten in de navelstreng worden beschermd door een dikke, geleiachtige laag die we de gelei van Wharton noemen.

Bij vasa previa loopt dit net even anders. De medische term ‘vasa’ staat voor bloedvaten, en ‘previa’ betekent dat iets ‘ervoor’ of ‘voorliggend’ is. In dit geval lopen er onbeschermde bloedvaten van de baby door de vliezen van de vruchtzak, direct over of tot binnen 2 centimeter van de inwendige opening van je baarmoedermond (het ostium internum). Deze bloedvaten missen de beschermende laag van de gelei van Wharton of het weefsel van de placenta, wat ze kwetsbaar maakt.

vasa previa

Hoe ontstaat vasa previa in de baarmoeder?

Het ontstaan van vasa previa heeft alles te maken met hoe de placenta zich in het begin van je zwangerschap vormt en innestelt. De meest waarschijnlijke theorie die artsen hiervoor hanteren, heet trofotropisme.

Je kunt dit proces het beste vergelijken met een plantje. Een plant groeit altijd in de richting van het zonlicht en zoekt met zijn wortels naar de meest voedzame aarde om te overleven. De placenta doet eigenlijk iets vergelijkbaars in jouw baarmoeder. Soms nestelt de placenta zich in eerste instantie laag in de baarmoeder, waar de doorbloeding en voeding iets minder optimaal zijn. De placenta ‘zoekt’ dan naar beter doorbloede, hoger gelegen delen van de baarmoeder en groeit die kant op.

Het oude, lager gelegen gedeelte van de placenta sterft vervolgens langzaam af omdat het weefsel daar geen voeding meer krijgt. Het placentaweefsel verdwijnt, maar de bloedvaten die daar al waren gevormd, wegeroderen niet en blijven achter in de vliezen. Dit proces verklaart waarom de navelstreng soms niet in de placenta, maar in de vliezen inplugt (een velamenteuze navelstrenginsertie). Ook kan het gebeuren dat de placenta in twee losse lobben verdeeld raakt (een placenta bilobata), waarbij de verbindende bloedvaten dwars door de vliezen over de baarmoederuitgang komen te liggen.

Risicofactoren: wie heeft een grotere kans?

Vasa previa is een zeldzame aandoening die naar schatting voorkomt in 1 op de 2.500 tot 6.000 zwangerschappen. Hoewel het bij elke zwangere vrouw kan voorkomen, zijn er bepaalde factoren die de kans hierop vergroten. We spreken van een verhoogd risico in de volgende situaties:

  • Een laagliggende placenta (placenta praevia): Vooral als deze in het tweede trimester van de zwangerschap is vastgesteld. Zelfs als de placenta later in de zwangerschap naar boven is getrokken, kunnen de bloedvaten onderin zijn achtergebleven.
  • Bijzondere vorm van de placenta of navelstreng: Vrouwen waarbij sprake is van een meerlobbige placenta (placenta bilobata) of een navelstreng die in de vliezen inplugt (velamenteuze insertie) hebben een verhoogde kans.
  • Geassisteerde voortplanting: Zwangerschappen die tot stand zijn gekomen via medische trajecten, zoals IVF of ICSI, kennen een hoger risico.
  • Meerlingzwangerschappen: Bij het dragen van een tweeling of meerling komt vasa previa vaker voor.
  • Eerdere baarmoederoperaties: Vrouwen die in het verleden een keizersnede of curettage hebben ondergaan, hebben een iets hogere kans op placenta-afwijkingen.

Opvallend is dat baby’s bij een vasa previa vaker in een stuitligging of dwarsligging liggen. Dit kan komen doordat een laagliggende placenta de natuurlijke indaling van het hoofdje belemmert, of het is een instinctieve manier van de baby om niet met het hoofdje op de kwetsbare bloedvaten te drukken.

Waarom is deze aandoening risicovol voor de baby?

Het is logisch dat je je afvraagt waarom artsen zo alert zijn op deze diagnose. De vaten in de vliezen zijn onbeschermd en lopen precies over de ‘uitgang’ waar de baby doorheen moet. Dit brengt twee grote risico’s met zich mee voor je baby, en we leggen je uit wat deze inhouden, zodat je snapt waarom jouw medisch team bepaalde keuzes maakt.

Ten eerste is er het gevaar dat de vliezen breken. Als de bevalling op natuurlijke wijze zou starten en de vliezen breken, kunnen de onbeschermde bloedvaten die in die vliezen liggen direct meescheuren. Er treedt dan pijnloos, vaginaal bloedverlies op. Wat deze situatie zo gevaarlijk maakt, is dat dit bloed afkomstig is van je baby, en niet van jou. Een ongeboren baby heeft een totale bloedvolume van slechts 250 tot 300 milliliter. Elke druppel bloedverlies is daardoor een enorme aanslag op de kleine bloedsomloop van je baby en leidt direct tot een ernstig zuurstoftekort en afwijkingen op de hartmonitor (het CTG). Omdat de bloedstroom zo krachtig is, kunnen stolsels de scheur in het vat niet op tijd dichten.

Het tweede risico is compressie (platdrukken) van de bloedvaten. Als het voorste deel van de baby (meestal het hoofdje) verder in de baarmoederhals indaalt, kan dit de bloedvaten die over de uitgang lopen platdrukken. Hierdoor stagneert de bloed- en zuurstoftoevoer naar de baby.

Dit klinkt ontzettend heftig, maar bedenk je dit: deze risico’s zijn de reden waarom artsen ingrijpen vóórdat dit kan gebeuren. Doordat we de aandoening van tevoren opsporen, wordt een natuurlijke bevalling waarbij deze bloedvaten zouden scheuren, voorkomen.

De diagnose: hoe wordt vasa previa vastgesteld?

Dankzij de moderne techniek hoeft vasa previa tegenwoordig zelden meer een onverwachte verrassing te zijn. In Nederland is de controle van de navelstreng en de placenta een vast onderdeel geworden van het Structureel Echoscopisch Onderzoek (de 20-wekenecho of SEO). De echoscopist kijkt dan heel specifiek naar de plek waar de navelstreng de placenta in gaat.

Als er tijdens deze echo een vermoeden ontstaat van een laagliggende placenta, een velamenteuze navelstreng, of een meerlobbige placenta, volgt er gericht vervolgonderzoek. Je wordt dan doorverwezen naar de gynaecoloog voor een gespecialiseerde echoscopie.

De gynaecoloog maakt gebruik van transvaginale echoscopie (een inwendige echo) gecombineerd met kleurendoppler (Color Doppler). Met deze techniek kan de bloedstroom in de vaten door middel van kleuren duidelijk zichtbaar worden gemaakt. Zo kan de arts exact zien of er foetale bloedvaten vlakbij je baarmoedermond liggen.

Soms lijk je in het tweede trimester vasa previa te hebben, maar trekt de placenta door de groei van de baarmoeder en het onderste baarmoedersegment in de weken daarna toch nog verder omhoog. Tussen de 14% en 39% van de vermoedelijke gevallen lost zichzelf op deze natuurlijke wijze op. Daarom is het een vaste richtlijn om de echoscopie rond de 30 tot 32 weken in het ziekenhuis nogmaals te herhalen, zodat met 100% zekerheid kan worden vastgesteld of de vaten daadwerkelijk nog een risico vormen.

Het behandelplan: wat betekent vasa previa voor jouw zwangerschap?

Zodra na 32 weken definitief is vastgesteld dat de foetale bloedvaten zich nog steeds gevaarlijk dicht bij of over de baarmoedermond bevinden, stelt het ziekenhuis een strak en proactief behandelplan voor je op. Alles is vanaf dat moment gericht op het beschermen van jou en je baby en het uitsluiten van onverwachte situaties.

Rust en leefregels
Het is dan ook belangrijk om prikkels te vermijden die baarmoederkrampen of het breken van de vliezen kunnen uitlokken. Je zult het advies krijgen om het rustig aan te doen. Ook is er een strikt advies om vanaf de 24e week van de zwangerschap geen seksuele activiteiten meer te ontplooien (bekkenrust). Daarnaast zullen artsen en verloskundigen inwendig onderzoek (toucheren) absoluut vermijden, omdat dit direct schade kan toebrengen aan de vaten in je baarmoedermond.

Ziekenhuisopname in het derde trimester
Een belangrijk onderdeel van het behandelplan is vaak een opname in het ziekenhuis, meestal zo rond 30 tot 32 weken zwangerschap. Hoewel het best pittig kan zijn om wekenlang in het ziekenhuis te verblijven, is dit met een hele goede reden. Mocht de bevalling onverhoopt toch spontaan beginnen, of zouden je vliezen thuis breken, dan telt elke minuut. Door al in het ziekenhuis te zijn, schakelt het medische team de reistijd uit. Er is dan onmiddellijk een operatiekamer beschikbaar om een spoedkeizersnede uit te voeren en je baby veilig te laten landen.

Corticosteroïden voor longrijping
Omdat er een mogelijkheid is dat je baby door een onverwachte gebeurtenis nét wat vroeger geboren wordt, kan je arts uit voorzorg besluiten om je injecties met corticosteroïden te geven. Deze medicijnen helpen de longetjes van je baby om versneld te rijpen, zodat de ademhaling na de geboorte veel soepeler verloopt.

Een geplande keizersnede
Een natuurlijke, vaginale bevalling is bij een vastgestelde vasa previa niet veilig en daarom geen optie. De arts plant in overleg met jou een geplande keizersnede (electieve sectio) in. Dit gebeurt ergens in een raamwerk tussen de 34 en 37 weken zwangerschap. Patiëntenverenigingen, zoals de Vasa Previa Foundation, pleiten vaak voor een termijn tussen de 34 en 36 weken. De artsen wegen op dat moment continu de kleine nadelen van prematuriteit (het net iets te vroeg geboren worden) af tegen de kans op spontane weeën als ze de zwangerschap langer zouden laten duren. Door gepland en gecontroleerd in te grijpen in deze weken, is je baby bijna altijd volkomen veilig.

Een geruststellende afronding

De diagnose vasa previa krijgen is ongetwijfeld niet wat je in gedachten had voor je zwangerschap. Je moet je voorbereiden op een andere bevalling en mogelijk een periode van ziekenhuisopname. Neem de ruimte om dat even te laten bezinken. Echter, je kunt troost halen uit het feit dat weten wat er speelt de allergrootste overwinning is. Doordat jouw vasa previa prenataal is opgespoord, behoor jij tot de groep waarbij de overlevingskansen voor de baby schommelen tussen de 97% en vrijwel 100%. De medische richtlijnen zijn strak, de specialisten weten precies wat ze doen en jij hoeft alleen maar goed voor jezelf te zorgen, rust te nemen en de regie aan je medische team over te dragen. Laat je goed begeleiden, stel al je vragen aan je arts en weet dat je, ondanks dit medische traject, op weg bent naar een hele mooie ontmoeting met je kindje.

Bronnen

  • Landon, M. B. (Red.). (2019). Gabbe’s obstetrics essentials: Normal and problem pregnancies. Elsevier.
  • Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie. (2008). Richtlijn bloedverlies in de tweede helft zwangerschap (Versie 2.0).
  • Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie. (2023). Leidraad obstetrische parameters (incl. bijlage placentalokalisatie).
  • Vasa Previa Foundation. (z.d.). Veelgestelde vragen. Geraadpleegd van de website van de Vasa Previa Foundation.
  • Klahr, R., Fox, N. S., Zafman, K., Hill, M. B., Connolly, C. T., & Rebarber, A. (2019). Frequency of spontaneous resolution of vasa previa with advancing gestational age. American Journal of Obstetrics & Gynecology, 221(6), 644.e1-644.e5.
  • Oyelese, Y., Catanzarite, V., Prefumo, F., Lashley, S., Schachter, M., & Tovbin, Y. (2004). Vasa previa: The impact of prenatal diagnosis on outcomes. Obstetrics & Gynecology, 103(5), 937-944.
  • Ruiter, L., Kok, N., Limpens, J., Derks, J. B., de Graaf, I. M., Mol, B., & Pajkrt, E. (2016). Incidence of and risk indicators for vasa praevia: A systematic review. BJOG: An International Journal of Obstetrics & Gynaecology, 123(8), 1278-1287.
  • Schachter, M., Tovbin, Y., Arieli, S., Friedler, S., Ron-El, R., & Sherman, D. (2002). In vitro fertilization is a risk factor for vasa previa. Fertility and Sterility, 78(3), 642-643.
Renate Sal Avatar

Renate Sal

Verloskundige in opleiding

Als verloskundige in opleiding én moeder van drie kinderen combineer ik medische vakkennis met de nuchtere praktijk van het moederschap. Voor Zwangerennu.nl schrijf ik op basis van de officiële literatuur van de opleiding tot verloskundige en de meest actuele medische richtlijnen. Mijn missie? Jou als (aanstaande) moeder voorzien van betrouwbare, wetenschappelijk onderbouwde informatie met een eerlijke en realistische blik op deze bijzondere periode.

Areas of Expertise: Verloskunde
Gebaseerd op medische bronnen en de nieuwste richtlijnen

Inhoud