Wat is een velamenteuze insertie?
Normaal gesproken zit de navelstreng stevig vast in het midden (centraal) of aan de rand (marginaal) van de placenta (de moederkoek). De bloedvaten die door de navelstreng lopen, duiken dan direct de beschermende placenta in.
Bij een velamenteuze insertie is dit net even anders. De navelstreng zit niet rechtstreeks op de placenta vast, maar is verbonden met de vliezen (het amnion en chorion) die om de baby heen zitten. De bloedvaten lopen hierdoor een stukje ‘los’ door de vliezen voordat ze de placenta bereiken.
Het ontbreken van de gelei van Wharton
In een normale navelstreng worden de bloedvaten beschermd door een dikke, gelei-achtige substantie: de gelei van Wharton. Bij een velamenteuze insertie ontbreekt deze beschermlaag op het stukje waar de vaten door de vliezen lopen. Hierdoor zijn de vaten op die plek kwetsbaarder.
Hoe ontstaat het?
Het ontstaan van deze aanhechting is een natuurlijk proces tijdens de vroege ontwikkeling van de placenta. Vaak wordt dit verklaard door trophotropisme. Dit is een moeilijk woord dat eigenlijk betekent dat de placenta ‘wandelt’ naar de plek in de baarmoeder waar de doorbloeding het best is.
- De placenta groeit richting de voedingsrijke gebieden.
- Het weefsel op de oorspronkelijke plek sterft af (atrofieert).
- De bloedvaten blijven echter liggen waar ze oorspronkelijk zijn aangelegd.
- Hierdoor komen ze uiteindelijk in de vliezen terecht in plaats van direct in de placenta.
Ook de manier waarop de bevruchte eicel zich innestelt en draait in de baarmoeder kan hierbij een rol spelen.
Hoe vaak komt het voor?
Het is geen veelvoorkomende situatie, maar ook niet extreem zeldzaam. Een velamenteuze insertie komt voor bij ongeveer 1% tot 2% van alle zwangerschappen. Wel is de kans hierop iets groter als je zwanger bent van een meerling of wanneer de zwangerschap is ontstaan via een IVF-traject.
Mogelijke risico’s voor de baby
Omdat de bloedvaten in de vliezen niet beschermd worden door de gelei van Wharton, zijn er een aantal aandachtspunten waar de verloskundige of gynaecoloog extra op let.
- Compressie (dichtdrukken): Omdat de vaten minder beschermd zijn, kunnen ze makkelijker worden dichtgedrukt, bijvoorbeeld door het lichaampje van de baby. Dit kan tijdelijk zorgen voor minder zuurstoftoevoer. Daarom wordt tijdens de bevalling de hartslag van de baby nauwlettend in de gaten gehouden.
- Groei van de baby: Soms is de aanhechting van de navelstreng niet op de meest optimale plek voor de uitwisseling van voedingsstoffen. Er is een verband met een iets lager geboortegewicht of groeivertraging. Om die reden krijg je vaak extra groeiecho’s.
- Vroeggeboorte: Er is een iets hoger risico dat de bevalling eerder begint dan gepland.
Vasa Praevia: een belangrijk aandachtspunt
Het grootste risico bij een velamenteuze insertie is een situatie die Vasa Praevia wordt genoemd. Dit betekent dat de onbeschermde bloedvaten in de vliezen precies voor de uitgang van de baarmoedermond liggen.
Als de vliezen zouden breken, kunnen deze vaatjes scheuren, wat kan leiden tot ernstig bloedverlies bij de baby. Gelukkig kan dit tegenwoordig goed worden opgespoord met een echo (vaak al bij de 20-wekenecho) en Doppler-onderzoek (waarbij de bloedstroom in beeld wordt gebracht).
Wat betekent dit voor de bevalling?
De diagnose heeft invloed op het beleid rondom je bevalling, maar dit hangt sterk af van de ligging van de vaten.
1. Bij Vasa Praevia (vaten voor de uitgang)
Als blijkt dat de vaten voor de baarmoedermond liggen, zal de arts geen risico nemen. Om te voorkomen dat de vaten scheuren bij het breken van de vliezen of tijdens de geboorte, wordt de baby via een keizersnede gehaald. Dit gebeurt meestal wat eerder, tussen de 34 en 37 weken zwangerschap.
2. Geen Vasa Praevia (vaten liggen gunstig)
Liggen de vaten hoog in de baarmoeder en niet voor de uitgang? Dan is een vaginale bevalling in principe mogelijk. Wel beval je dan in het ziekenhuis onder medische begeleiding.
- Monitoring: De hartslag van de baby wordt continu geregistreerd (CTG) om er zeker van te zijn dat de navelstreng niet wordt afgekneld.
- Derde tijdperk (geboorte van de placenta): Na de geboorte van de baby moet ook de placenta geboren worden. Bij een velamenteuze insertie mag de verloskundige niet te hard aan de navelstreng trekken, omdat de vaten in de vliezen snel kunnen afscheuren. Soms komt de placenta hierdoor wat lastiger en is er extra hulp nodig om deze te verwijderen.
Na de bevalling worden de placenta en de vliezen altijd goed geïnspecteerd om de diagnose te bevestigen en te controleren of alles compleet is.
Tot slot: vertrouw op de controle
Het lezen over mogelijke complicaties kan spannend zijn, maar onthoud dat de medische wetenschap hierin enorm vooruit is gegaan. Doordat een velamenteuze insertie tegenwoordig vaak al tijdens de zwangerschap op de echo wordt gezien, kunnen artsen en verloskundigen voorzorgsmaatregelen nemen.
Wordt dit bij jou vastgesteld? Dan betekent dit vooral dat jij en je baby extra goed in de gaten worden gehouden. Heb je na het lezen van dit stuk nog zorgen of specifieke vragen over jouw situatie? Bespreek deze dan altijd met je eigen gynaecoloog of verloskundige. Zij kennen jouw dossier het beste en kunnen je verder informeren.
Bronnen
- Bakker, R., & van der Hulst, L. (2025). Praktische verloskunde (5e herz. druk). Bohn Stafleu van Loghum.
- Blackburn, S. T. (2023). Maternal, fetal, & neonatal physiology: A clinical perspective (6th ed.). Elsevier.
- De Verloskundige. (z.d.). Placenta: variaties en problemen.
- Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie. (2023). Leidraad obstetrische parameters (Versie 3.1).
- Vasa Previa Foundation. (z.d.). Veelgestelde vragen.