Hoe ontstaat die gele kleur eigenlijk?
Om te begrijpen waarom je baby geel ziet, moeten we even kijken naar de biologie van het bloed en de lever. De gele kleur wordt veroorzaakt door een stofje genaamd bilirubine. Dit is een geelkleurige afvalstof die vrijkomt wanneer rode bloedcellen worden afgebroken.
Een overschot aan rode bloedcellen
Het begint allemaal bij het bloed. Een pasgeboren baby heeft verhoudingsgewijs veel meer rode bloedcellen dan een volwassene. Daarnaast leven deze bloedcellen bij een baby korter. Bij een voldragen baby gaan ze ongeveer 80 tot 100 dagen mee, en bij te vroeg geboren kindjes (prematuren) zelfs maar 35 tot 50 dagen. Omdat er veel cellen zijn die snel ‘op’ raken, worden er in korte tijd veel cellen afgebroken. Hierbij komt een grote hoeveelheid bilirubine vrij.
De lever moet nog opstarten
Normaal gesproken ruimt de lever deze bilirubine op. De lever zorgt ervoor dat de bilirubine ‘geconjugeerd’ wordt. Dat is een moeilijk woord om te zeggen dat de lever de stof wateroplosbaar maakt. Zodra het wateroplosbaar is, kan het lichaam het netjes uitscheiden via de gal (in de poep) en een klein beetje via de urine.
Tijdens de zwangerschap deed de placenta (de moederkoek) dit werk voor de baby. Maar zodra de navelstreng is doorgeknipt, moet de lever van je baby dit plotseling zelf overnemen. En daar zit de crux: de lever van een pasgeborene is nog onrijp. Je kunt het zien als een fabriekje dat net is opgestart en nog niet op volle toeren draait. De lever kan de grote stroom aan afvalstoffen in de eerste dagen vaak nog niet helemaal bijbenen. Het gevolg? De bilirubine hoopt zich op in het bloed en trekt vervolgens in de huid en slijmvliezen, wat die typische gele kleur geeft.
De rol van de darmen
Er is nog een derde factor: de darmen. Soms wordt de bilirubine die al netjes door de lever was verwerkt, in de darmen toch weer omgezet naar de ‘oude’ vorm en opnieuw opgenomen in het bloed. Dit noemen we de enterohepatische kringloop. Dit gebeurt vooral als de darmpassage traag is, bijvoorbeeld als de baby in het begin nog weinig voeding binnenkrijgt en daardoor minder poept.
Verschillende vormen van geelzucht
Niet elke gele baby is hetzelfde. In de medische wereld maken we onderscheid tussen normale (fysiologische) geelzucht, geelzucht die extra aandacht nodig heeft (pathologisch) en geelzucht die te maken heeft met borstvoeding.
1. Fysiologische geelzucht (Het normale proces)
Dit is de vorm die we bij de meeste baby’s zien. Het is eigenlijk gewoon het teken dat het lichaam van je baby hard aan het werk is om zich aan te passen aan het leven buiten de baarmoeder.
- Wanneer: Het begint meestal op de tweede of derde dag na de geboorte.
- Piek: De gele kleur is vaak op zijn felst rond dag drie tot vijf.
- Verloop: Daarna neemt het vanzelf weer af en verdwijnt het. De lever is ‘ingewerkt’ en kan de afvalstoffen prima verwerken.
2. Pathologische geelzucht (Wanneer er meer aan de hand is)
Soms verloopt het proces niet volgens het boekje. We spreken van pathologische (afwijkende) geelzucht als de waarden te hoog worden of het patroon anders is. Dit is een reden voor de verloskundige of arts om extra alert te zijn.
Signalen hiervan zijn:
- Te snel: Je baby ziet al binnen 24 uur na de geboorte geel.
- Te hoog: Het bilirubinegehalte in het bloed stijgt te snel (meer dan 50 µmol/l per 6 uur) of komt boven de veilige grens uit.
- Te lang: De geelzucht houdt langer aan dan twee weken (bij flesvoeding) of drie weken (bij borstvoeding).
- Verkeerde kleur ontlasting: Als de poep van je baby heel bleek is (de kleur van stopverf of wit-grijs) en de urine juist donker (als thee), kan dat wijzen op een probleem met de galwegen of de lever.
3. Borstvoedingsgeelzucht
Hoewel borstvoeding de allerbeste start is voor je kindje, kan het op twee manieren invloed hebben op de gele kleur. Allereerst zien we soms een vroege vorm, die eigenlijk veroorzaakt wordt door een tekort aan voeding in de eerste dagen; als de borstvoeding nog op gang moet komen en de baby weinig drinkt, poept hij ook minder, waardoor de bilirubine in de darmen blijft hangen en weer wordt opgenomen in het bloed. De oplossing is hier vaak simpelweg vaker aanleggen om de darmen te stimuleren.
Daarnaast bestaat er de late vorm, ook wel borstmelkicterus genoemd, die pas later ontstaat en vaak pas na twee weken op zijn piek is. Dit komt doordat bepaalde stoffen in moedermelk de afbraak van bilirubine in de lever een klein beetje remmen, maar dit is meestal volkomen onschuldig en zeker geen reden om te stoppen met het geven van borstvoeding.
Risicofactoren: Wanneer is de kans groter?
Hoewel elke baby geel kan worden, houden zorgverleners sommige kindjes extra goed in de gaten. Er zijn namelijk factoren die de kans op ernstige geelzucht vergroten.
Te vroeg geboren (Prematuriteit)
Baby’s die geboren zijn voor een zwangerschapsduur van 38 weken hebben vaker last van geelzucht. Hun lever is nog onrijper dan die van voldragen baby’s, waardoor het opruimen van de afvalstoffen nog trager gaat.
Bloedgroepverschillen (Bloedgroepantagonisme)
Soms matchen de bloedgroepen van moeder en kind niet. Denk aan een Rhesus– of AB0-incompatibiliteit. Het lichaam van de moeder maakt dan antistoffen aan tegen het bloed van de baby. Dit zorgt ervoor dat de rode bloedcellen van de baby sneller worden afgebroken (hemolyse), waardoor er in hoog tempo veel bilirubine vrijkomt.
Blauwe plekken en trauma
Heeft je baby een zware bevalling gehad en daarbij blauwe plekken opgelopen, of is er sprake van een bult op het hoofd door een vacuümpomp (cefaal hematoom)? In die blauwe plekken zit bloed dat door het lichaam moet worden opgeruimd. Ook dit zorgt voor extra aanbod van bilirubine.
Voeding en gewicht
Zoals eerder genoemd speelt voeding een rol. Als de borstvoeding moeizaam start en je baby verliest meer dan 8 tot 10% van het geboortegewicht, is de kans op geelzucht groter door de vertraagde darmwerking.
Afkomst en genetica
Erfelijkheid speelt ook mee. Baby’s van Oost-Aziatische afkomst hebben statistisch gezien vaker geelzucht. Ook bepaalde erfelijke aandoeningen, zoals G6PD-deficiëntie (wat vaker voorkomt bij mensen van Mediterrane, Afrikaanse of Aziatische afkomst) of sferocytose, kunnen zorgen voor een versnelde afbraak van bloedcellen.
Overige factoren
Infecties (zoals een urineweginfectie) of baby’s die erg groot zijn (macrosomie) omdat de moeder diabetes heeft, vormen ook risicogroepen.
Hoe wordt het gecontroleerd? (diagnostiek)
In de kraamweek kijken de kraamverzorgende en de verloskundige dagelijks naar de kleur van je kindje. Dit lijkt simpel, maar vereist wel deskundigheid. Geelzucht trekt meestal van boven naar beneden. Het begint bij het gezichtje en trekt dan langzaam via de borst naar de buik, benen en voeten. Hoe lager het geel zichtbaar is, hoe hoger de waarde in het bloed vaak is.
Let op: Gewoon ‘kijken’ is niet altijd betrouwbaar, zeker niet bij kunstlicht. Bij baby’s met een donkere huidskleur is de gele tint op de huid lastig te zien. Daarom wordt bij hen specifiek gekeken naar het oogwit, het tandvlees of de handpalmen en voetzolen.
Twijfelt de verloskundige? Dan wordt er gemeten.
- De huidmeter (TcB): Vaak wordt eerst een transcutane bilirubinemeter gebruikt. Dit is een apparaatje dat zachtjes op het voorhoofd of de borst wordt gedrukt en door de huid heen meet. Het doet geen pijn en geeft direct een indicatie.
- Bloedonderzoek (TSB): Is de waarde van de huidmeter hoog? Dan wordt er via een hielprikje wat bloed afgenomen. Dit wordt in het laboratorium onderzocht op het Totaal Serum Bilirubine (TSB). Dit is de ‘gouden standaard’. De uitslag wordt in een grafiek (de bilicurve) gezet, die rekening houdt met hoe oud de baby is (in uren) en de zwangerschapsduur. Zo wordt bepaald of de waarde veilig is of te hoog.
Welke bilirubine waardes zijn normaal?
De grens voor behandeling verschuift per dag. Wat op dag 1 te hoog is, kan op dag 4 prima zijn. Om je een indicatie te geven voor een gezonde, voldragen baby na 3 tot 4 dagen:
- Onder de 200 µmol/l: Meestal een veilige waarde, geen actie nodig.
- Boven de 340-360 µmol/l: Vaak de grens waarbij fototherapie (de lamp) wordt overwogen om schade te voorkomen.
- Boven de 430-450 µmol/l: Een ernstige waarde waarbij soms een wisseltransfusie nodig is.
Let op: Bij te vroeg geboren kindjes of zieke baby’s liggen deze grenzen een stuk lager.
Waarom zijn we er zo alert op? (complicaties)
Misschien vraag je je af: als het zo normaal is, waarom wordt er dan zo vaak gecontroleerd? Dat komt omdat we een zeldzame, maar ernstige complicatie willen voorkomen: kernicterus. Bilirubine is in zijn ongeconjugeerde (niet-wateroplosbare) vorm giftig voor de hersenen. Normaal gesproken beschermen de hersenen zich hiertegen met een soort filter (de bloed-hersenbarrière). Maar als het gehalte in het bloed extreem hoog wordt, kan de bilirubine door dit filter heen breken en in de hersenen terechtkomen.
Als dit gebeurt, zie je dat de baby verandert. De baby wordt suf (lethargisch), drinkt heel slecht, voelt slap aan (hypotonie), kan zich gaan overstrekken en laat soms een heel hoog, indringend huilen horen. Dit noemen we acute bilirubine-encefalopathie. Als hier niet op tijd wordt ingegrepen, kan het leiden tot kernicterus. Dit is chronische schade aan de hersenen die niet meer herstelt. Gevolgen kunnen zijn: gehoorverlies (doofheid), cerebrale parese (spasticiteit) en een ontwikkelingsachterstand. Gelukkig komt dit in Nederland, dankzij de goede controles door verloskundigen en kraamzorg, nog maar heel zelden voor.
Behandeling: wat kunnen we doen?
Is de waarde te hoog? Dan is behandeling nodig om de bilirubine snel te laten dalen.
Voeding: poepen is de eerste behandeling
De eerste stap, en iets wat je zelf kunt doen, is zorgen voor voldoende voeding. Hoe vaker je baby drinkt, hoe actiever de darmen worden. Het advies is vaak om minimaal 8 tot 12 keer per dag te voeden. Dit zorgt ervoor dat de meconium (de eerste zwarte ontlasting) snel het lichaam verlaat, waardoor de bilirubine mee naar buiten gaat en niet opnieuw in het bloed kan worden opgenomen.
Fototherapie (Onder de lamp)
Als voeden alleen niet genoeg helpt, wordt er vaak gekozen voor fototherapie. Je baby wordt dan in het ziekenhuis, of in sommige gevallen thuis, onder een speciale lamp of op een lichtmatras gelegd. Dit apparaat straalt speciaal blauw licht uit met een specifieke golflengte, wat iets bijzonders doet met de bilirubine in de huid. Het licht verandert de structuur van de afvalstof namelijk in een wateroplosbare vorm, zodat je baby het makkelijk kan uitplassen en uitpoepen zonder dat de lever hiervoor hard aan het werk hoeft. Omdat het licht vrij fel is, krijgt je kleintje tijdens de behandeling een zacht brilletje op om de ogen goed te beschermen.
Wisseltransfusie
In zeer ernstige gevallen, bijvoorbeeld als er sprake is van een heftige reactie tussen de bloedgroepen van moeder en kind en het bilirubinegehalte extreem snel stijgt, kan een wisseltransfusie nodig zijn. Hierbij wordt het bloed van de baby beetje bij beetje gewisseld met donorbloed. Hiermee worden zowel de bilirubine als de eventuele antistoffen uit het lichaam verwijderd. Dit is gelukkig zeldzaam.
Zonlicht? Liever niet
Vroeger werd wel eens gezegd: “Leg de wieg maar in het zonlicht voor het raam.” Hoewel licht inderdaad helpt, wordt dit tegenwoordig afgeraden. Het risico dat je baby oververhit raakt of verbrandt door de UV-straling is te groot, en het effect is veel minder gecontroleerd dan bij medische lampen.
Tot slot: vertrouw op je gevoel en de professionals
Het zien van een geel kleurtje bij je baby hoort er in de meeste gevallen gewoon bij. Het is een teken dat het lichaam van je kindje hard aan het werk is om zelfstandig te functioneren. De kans is groot dat het na een paar dagen vanzelf weer wegtrekt en je weer dat roze babyhuidje ziet verschijnen.
Toch is het goed om alert te blijven. Vind je je baby erg geel worden? Drinkt hij of zij slecht, is je kindje erg suf of twijfel je over de kleur van de plas of poep? Trek dan altijd aan de bel bij je verloskundige of huisarts. Zij nemen je zorgen serieus en kunnen snel checken of alles nog binnen de veilige marges valt. Zo kunnen jullie snel weer onbezorgd genieten van de kraamtijd.
Bronnen:
- Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde. (z.d.). Richtlijn hyperbilirubinemie. Baby Ziet Geel. https://www.babyzietgeel.nl
- Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. (2025). Draaiboek PSIE: Erytrocytenimmunisatie. https://www.rivm.nl/draaiboek-psie
- Stichting Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO. (2008). Richtlijn hyperbilirubinemie.
- Stichting Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO, & Vereniging Kind & Ziekenhuis. (z.d.). Patiëntenversie richtlijn hyperbilirubinemie (Baby ziet geel).
- Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde. (z.d.). Kwaliteitsindicatoren hyperbilirubinemie.
- Widmaier, E. P., Raff, H., & Strang, K. T. (2023). Vander’s human physiology: The mechanisms of body function (16th international student ed., eBook). McGraw-Hill Education.
- Bakker, R., & van der Hulst, L. (2025). Praktische verloskunde (5e herz. druk). Bohn Stafleu van Loghum.
- Blackburn, S. T. (2023). Maternal, fetal, & neonatal physiology: A clinical perspective (6th ed.). Elsevier.
- Mayes, L. L. (2020). Mayes’ midwifery (16th ed.). Elsevier.