Skip to content
Menu
Zwangere buik

Dit artikel is geschreven door:

Minder dan 1 minuut Leesduur minuten

Placenta praevia; een laagliggende placenta

Tijdens de zwangerschap is de placenta (ook wel moederkoek genoemd) de levenslijn tussen jou en je kindje. Meestal nestelt deze zich bovenin of aan de zijkant van de baarmoeder, waar hij alle ruimte heeft om te groeien. Soms krijgt een vrouw echter te horen dat er sprake is van een placenta praevia. Dit is de medische term voor een laagliggende placenta die zich deels of helemaal over de baarmoedermond bevindt. Hoewel dit nieuws voor onzekerheid kan zorgen, is het belangrijk om te weten dat moderne verloskunde hier heel goed op is ingespeeld. In dit artikel leggen we rustig uit wat er precies gebeurt, hoe dit de ligging van je baby beïnvloedt en wat je kunt verwachten van het verdere verloop van je zwangerschap.

Wat is placenta praevia precies?

De placenta is het orgaan dat zorgt voor de aanvoer van voedingsstoffen en zuurstof naar je baby. Normaal gesproken zit de placenta hoog in de baarmoeder, ver weg van de ‘uitgang’ (de baarmoedermond). Bij een placenta praevia ligt de placenta echter onderin. We onderscheiden hierbij verschillende gradaties:

  • Placenta praevia totalis: De placenta bedekt de baarmoedermond volledig.
  • Placenta praevia partialis: De placenta bedekt de opening voor een deel.
  • Placenta praevia marginalis: De placenta ligt vlak tegen de rand van de baarmoedermond aan.
  • Laagliggende placenta: De placenta ligt in het onderste deel van de baarmoeder, maar raakt de opening net niet aan.

Placenta Praevia

Diagnose van een placenta praevia

De eerste aanwijzing voor een laagliggende placenta komt tegenwoordig bijna altijd aan het licht tijdens de 20-wekenecho. De echoscopist brengt hierbij de afstand tussen de rand van de placenta en de binnenmond van de baarmoeder (de ostium internum) nauwkeurig in kaart. Als deze afstand kleiner is dan 20 mm, wordt er gesproken van een verhoogd risico op een placenta praevia.

Belangrijk om te weten is dat de baarmoeder zich in het tweede en derde trimester nog enorm uitrekt. Hierdoor ‘migreert’ de placenta in ongeveer 90% van de gevallen alsnog weg van de baarmoedermond. Om te bepalen of dit bij jou ook het geval is, vindt er rond de 32e week een herhalingsecho plaats. Vaak wordt er bij deze controle gekozen voor een vaginale echo (transvaginaal). Hoewel sommige vrouwen dit spannend vinden, is het de meest betrouwbare methode: de echokop komt dichter bij de baarmoedermond, waardoor de gynaecoloog op de millimeter nauwkeurig kan zien of de weg vrij is voor een natuurlijke bevalling.

Pas wanneer bij deze late echo de afstand nog steeds minder dan 2 cm bedraagt, of wanneer de placenta de uitgang volledig blokkeert, wordt de diagnose officieel vastgesteld. Op basis van deze specifieke metingen wordt je bevalplan definitief aangepast; bij een volledige blokkade wordt er bijvoorbeeld direct gesproken over een geplande keizersnede om risico’s tijdens de ontsluiting te vermijden.

Wie loopt er een verhoogd risico op een placenta praevia?

Hoewel een placenta praevia bij elke zwangerschap kan voorkomen, zijn er specifieke factoren die de kans vergroten dat de placenta zich laag in de baarmoeder nestelt. Dit heeft meestal te maken met de conditie en de doorbloeding van het baarmoederslijmvlies (het endometrium). Een bevruchte eicel zoekt bij de innesteling namelijk intuïtief de meest gezonde en best doorbloede plek op om zich aan te hechten.

Een belangrijke risicofactor is de aanwezigheid van littekenweefsel in de baarmoeder. Als de bovenkant van de baarmoederwand littekens bevat door een eerdere keizersnede, een curettage of een andere gynaecologische operatie (zoals het verwijderen van vleesbomen), kan de eicel daar minder goed hechten. De placenta wijkt dan noodgedwongen uit naar de ‘onbeschadigde’ onderkant van de baarmoeder, dicht bij de baarmoedermond.

Daarnaast zien we vaker een placenta praevia bij de volgende situaties:

  • Meerlingzwangerschappen: Bij een tweeling is de placenta simpelweg groter, of zijn er twee placenta’s aanwezig. De kans dat een deel van dat grote oppervlak over de baarmoedermond komt te liggen, is daardoor statistisch groter.
  • Eerdere zwangerschappen: Vrouwen die al vaker bevallen zijn (multipara), hebben een iets hoger risico omdat het baarmoederslijmvlies door eerdere innestelingen is veranderd.
  • Leeftijd en leefstijl: Een leeftijd boven de 35 jaar en roken tijdens de zwangerschap beïnvloeden de doorbloeding van de baarmoeder, wat de keuze voor de innestelingsplek kan beïnvloeden.

Het is belangrijk om te onthouden: een laagliggende placenta is een puur biologisch en anatomisch proces. Het is nooit jouw schuld of het resultaat van iets wat je wel of niet hebt gedaan; het is simpelweg hoe de natuur in dit specifieke geval de weg van de minste weerstand heeft gekozen bij de start van je zwangerschap.

Wat zijn de risico’s van een placenta praevia?

Het meest kenmerkende risico van een laagliggende placenta is vaginaal bloedverlies, vooral in het derde trimester. Dit ontstaat doordat de onderkant van de baarmoeder (het ondersegment) zich aan het einde van de zwangerschap begint uit te rekken en dunner wordt ter voorbereiding op de bevalling. De placenta zelf is echter een stug, niet-rekbaar orgaan dat vol zit met bloedvaten. Wanneer de baarmoederwand beweegt of uitrekt, kunnen de verbindingen tussen de placenta en de baarmoederwand onder spanning komen te staan, waardoor er scheurtjes en bloedingen ontstaan.

Dit bloedverlies kan variëren van een kleine hoeveelheid ‘spotting’ (druppelsgewijs verlies) tot een plotselinge, hevige bloeding. Omdat de placenta de directe bloedtoevoer van de moeder bevat, kan een zware bloeding leiden tot anemie (bloedarmoede tijdens de zwangerschap) of in ernstige gevallen tot een shocktoestand bij de moeder. Daarom wordt bloedverlies bij een placenta praevia altijd uiterst serieus genomen en volgt er vaak een directe ziekenhuisopname voor observatie.

Voor je baby zijn de risico’s indirecter, maar zeker aanwezig:

  • Vroeggeboorte: Als een bloeding niet stopt of te hevig is voor jouw gezondheid, moeten artsen soms besluiten om de baby eerder te halen met een keizersnede, zelfs als de uitgerekende datum nog niet in zicht is.
  • Ligging en indaling: Zoals eerder besproken, verhindert de placenta dat de baby goed in het bekken zakt, wat de kans op een stuit- of dwarsligging vergroot.
  • Bloedtoevoer: Gelukkig wordt de groei van de baby meestal niet direct belemmerd door de lage ligging; de placenta blijft in de meeste gevallen gewoon zijn werk doen en zorgt voor een optimale toevoer van voedingsstoffen en zuurstof via de navelstreng.

Hoewel deze risico’s spannend kunnen klinken, is het goed om te weten dat door de vroege diagnose de risico’s heel beheersbaar zijn. Je staat onder streng toezicht van een gynaecoloog die precies weet wanneer er ingegrepen moet worden om zowel jou als je kindje veilig door de zwangerschap te loodsen.

De invloed op de ligging van je baby

Naast het risico op bloedverlies heeft een placenta praevia ook een grote mechanische impact op de ruimte in je baarmoeder. De placenta is een flink orgaan en wanneer deze onderin de baarmoeder ligt, vormt het een fysieke belemmering bij de ‘ingang’ van het bekken. Voor je kindje betekent dit dat de gebruikelijke weg naar beneden letterlijk versperd is, wat twee belangrijke gevolgen heeft voor de houding in je buik:

1. Verhoogde kans op liggingsafwijkingen

In een normale situatie is de bekkeningang de meest stabiele plek voor het zware hoofdje van de baby om in te rusten. Wanneer de placenta echter precies op die plek ligt, verliest de baby die natuurlijke ‘ankerplaats’. Er is simpelweg geen ruimte voor het hoofdje om laag in het bekken te zakken. Hierdoor moet je baby op zoek naar een andere positie die wel past binnen de beschikbare ruimte boven de placenta.

Dit is de reden dat baby’s bij een placenta praevia zich veel vaker presenteren in een afwijkende ligging. We zien dan vaker een stuitligging (met de billetjes naar beneden) of zelfs een dwarsligging, waarbij de baby horizontaal over de placenta heen ligt. De baby dwingt zichzelf als het ware in een houding die anatomisch nog wel mogelijk is, ondanks de blokkade onderin.

2. Het niet indalen van de baby

Zelfs als je kindje wel met het hoofdje naar beneden ligt, zorgt de laagliggende placenta voor een barrière die het indalen van de baby bemoeilijkt of zelfs onmogelijk maakt. In de medische wereld spreken we dan van een hoogstaand voorliggend deel. Dit betekent dat het hoofdje (of de stuit) niet vast in het bekken zakt, maar beweeglijk boven de bekkeningang blijft ‘zweven’.

Tijdens je controles zal de gynaecoloog of verloskundige dit via palpatie (het voelen aan de buik) en het meten van de fundushoogte nauwgezet volgen. Omdat het kindje niet indaalt, kan de baarmoeder soms hoger aanvoelen dan je op basis van de zwangerschapsduur zou verwachten. Dit ‘zweven’ is een duidelijk signaal dat de placenta de weg naar het geboortekanaal obstrueert, wat ook invloed heeft op de uiteindelijke keuze voor de wijze van bevallen.

Behandelingsmogelijkheden placenta praevia

De behandeling van Placenta Praevia is vooral gericht op het voorkomen van complicaties en het veilig voldragen van de zwangerschap. De aanpak hangt sterk af van of je bloedverlies hebt en hoe ver je bent in de zwangerschap.

Behandeling bij (nog) geen bloedverlies

Als de placenta laag ligt maar je hebt geen bloedverlies, dan is het advies vooral preventief. Je krijgt vaak het advies om ‘bekkenrust’ te houden. Dit betekent: geen zwaar tilwerk en soms ook geen geslachtsgemeenschap. Je blijft onder controle in het ziekenhuis voor onderzoeken zoals een bloedonderzoek om je ijzergehalte te checken.

Behandeling bij (licht) bloedverlies

Zodra er sprake is van bloedverlies, word je meestal direct opgenomen in het ziekenhuis. Rust is hier het sleutelwoord. Artsen monitoren de baby met een hartfilmpje om de hartslag van je baby te volgen. Als het bloedverlies stopt en de situatie stabiel is, mag je soms weer naar huis met strikte bedrust. Blijft het bloedverlies aanhouden, dan blijf je in het ziekenhuis tot de bevalling.

Symptomen en signalen: waar moet je op letten bij een placenta praevia?

Het meest kenmerkende signaal van een laagliggende placenta is vaginaal bloedverlies dat vaak plotseling en zonder pijn optreedt. Dit helderrode bloedverlies is wezenlijk anders dan de innestelingsbloeding die je wellicht in het prille begin van je zwangerschap hebt ervaren. Terwijl die vroege bloeding vaak gepaard gaat met lichte krampjes en een roze of bruine kleur, is het bloedverlies bij een placenta praevia meestal helder en treedt het vaak pas op in het tweede of derde trimester.

De oorzaak van dit verschijnsel ligt in de anatomische veranderingen van je groeiende buik. Naarmate de bevalling dichterbij komt, begint het onderste deel van de baarmoeder zich uit te rekken en dunner te worden om plaats te maken voor het indalen van de baby. De placenta is echter een vrij stug en sponsachtig orgaan dat niet de flexibiliteit heeft om mee te rekken met deze uitdijende baarmoederwand. Hierdoor kunnen er op het grensvlak waar de placenta aan de baarmoeder vastzit kleine scheurtjes ontstaan in de kwetsbare bloedvaten. Dit resulteert in bloedverlies dat soms spontaan weer stopt, maar ook weer kan terugkeren wanneer de baarmoeder verder groeit of wanneer er lichte samentrekkingen zoals harde buiken optreden.

Hoewel het zien van bloed tijdens de zwangerschap altijd schrikken is, kan het een geruststelling zijn dat dit bloed vrijwel altijd afkomstig is uit jouw eigen vaten en niet uit de bloedsomloop van je kindje. De baby merkt er in eerste instantie vaak weinig van, tenzij de bloeding zo hevig is dat jouw eigen bloeddruk daalt. Toch blijft elk signaal van bloedverlies tijdens de zwangerschap een reden om direct contact op te nemen met je verloskundige of gynaecoloog. In de meeste gevallen is volledige rust het eerste en belangrijkste advies. Door lichamelijke inspanning te vermijden en de baarmoeder zo kalm mogelijk te houden, krijgt het weefsel de kans om te herstellen en wordt de druk op de laagliggende placenta geminimaliseerd.

Wat betekent een placenta praevia voor de bevalling?

De uiteindelijke positie van de placenta is de doorslaggevende factor voor de manier waarop jouw kindje ter wereld komt. Wanneer de diagnose placenta praevia totalis wordt gesteld, waarbij de moederkoek de baarmoedermond als een sluitzegel volledig blokkeert, is een natuurlijke bevalling fysiek simpelweg niet mogelijk. De baby kan de baarmoeder niet verlaten zonder de placenta te beschadigen, wat zou leiden tot levensgevaarlijke bloedingen voor zowel jou als je kindje. In dit scenario is een geplande keizersnede de enige veilige weg. Deze ingreep wordt meestal rond de 37e of 38e week ingepland om te voorkomen dat de natuurlijke bevalling spontaan begint.

In situaties waarbij de placenta slechts een stukje over de rand ligt (partialis) of de rand van de baarmoedermond net aanraakt (marginalis), ontstaat er een medisch keuzemoment. De gynaecoloog beoordeelt dan per individu of een vaginale bevalling verantwoord is. Hierbij speelt de exacte afstand tussen de placentarand en de baarmoedermond een grote rol; vaak wordt een afstand van meer dan 20 millimeter als grens gehanteerd voor een veilige start. Als je samen met je arts besluit om een natuurlijke bevalling te proberen, gebeurt dit altijd onder strikte medische begeleiding in het ziekenhuis. Tijdens het verstrijken van de baarmoedermond en de daaropvolgende ontsluiting wordt er extra scherp gelet op de hoeveelheid bloedverlies. Mocht het bloedverlies tijdens de weeën te hevig worden, dan kan de arts alsnog besluiten om direct over te gaan op een spoedkeizersnede om de veiligheid te waarborgen.

Daarnaast heeft de aanwezigheid van een laagliggende placenta invloed op de periode direct na de geboorte, het zogenoemde derde tijdperk van de bevalling. Omdat de placenta in het onderste deel van de baarmoeder zit, waar de spieren minder krachtig samentrekken dan bovenin, kan het soms langer duren voordat de placenta vanzelf loslaat. Dit verhoogt de kans op een nabloeding of een achtergebleven placentarest. Hoewel dit spannend kan klinken, is het medisch team hierop voorbereid en staan er vaak preventief medicijnen klaar om de baarmoeder te helpen krachtig samen te trekken direct nadat je kindje is geboren.

Samenvatting: rust en deskundige begeleiding

Een laagliggende placenta vraagt om aanpassingen en extra controles, maar het doel blijft een gezonde geboorte. Of de placenta nu nog mee omhoog groeit of dat er uiteindelijk een keizersnede nodig is: je wordt nauwlettend gevolgd. Vertrouw op je medisch team en luister goed naar de signalen van je lichaam. 

Bronnen:

Renate Sal Avatar

Renate Sal

Verloskundige in opleiding

Als verloskundige in opleiding én moeder van drie kinderen combineer ik medische vakkennis met de nuchtere praktijk van het moederschap. Voor Zwangerennu.nl schrijf ik op basis van de officiële literatuur van de opleiding tot verloskundige en de meest actuele medische richtlijnen. Mijn missie? Jou als (aanstaande) moeder voorzien van betrouwbare, wetenschappelijk onderbouwde informatie met een eerlijke en realistische blik op deze bijzondere periode.

Areas of Expertise: Verloskunde
Gebaseerd op medische bronnen en de nieuwste richtlijnen

Our Fact Checking Process

Onze kwaliteitsbelofte

Wij hechten veel waarde aan de nauwkeurigheid en integriteit van onze content. Om deze hoge standaard te waarborgen, werken we volgens de volgende principes:

  • Expert Review: Alle artikelen worden zorgvuldig gecontroleerd door experts binnen het vakgebied.

  • Betrouwbare Bronnen: Onze informatie is gebaseerd op geloofwaardige en actuele medische bronnen. Hierbij maken we primair gebruik van de geadviseerde literatuur voor de opleiding tot verloskundige, aangevuld met de meest recente medische richtlijnen.

  • Transparantie: We hanteren een heldere bronvermelding en zijn open over eventuele belangenverstrengelingen.

Inhoud