Skip to content
Menu
Spermacellen en eicel

De wonderlijke reis van de eicel: inzicht in je eigen vruchtbaarheid

Wanneer jullie besluiten dat jullie klaar zijn voor een kindje, hoop je natuurlijk dat het snel lukt. Je leest overal over de bekende roze wolk en hoe mooi de weg naar een zwangerschap kan zijn. Maar de realiteit is soms een stuk weerbarstiger. Soms duurt het langer dan verwacht en komen er onzekerheden om de hoek kijken. Misschien vraag je je af of het aan jou ligt, of misschien maken jullie je zorgen over de gezondheid van je partner.

Wereldwijd is er de afgelopen decennia veel onderzoek gedaan naar de vruchtbaarheid van koppels. Daaruit blijkt dat wanneer een zwangerschap uitblijft, de oorzaak in ongeveer de helft van de gevallen (mede) bij de man ligt. Verminderde vruchtbaarheid en zaadkwaliteit bij de man is een onderwerp waar we niet altijd even makkelijk over praten, maar het is ontzettend belangrijk om er wel de juiste feiten over te kennen.

In dit artikel leg ik je rustig en stap voor stap uit hoe mannelijke vruchtbaarheid werkt, welke factoren invloed hebben op het sperma en wat dit concreet betekent voor jou, jullie relatie en jullie toekomstige baby.

Dit artikel is geschreven door:

Minder dan 1 minuut Leesduur minuten

Het ontstaan van jouw voorraad eicellen

De ontwikkeling van jouw eicellen begint al ver voordat je zelf werd geboren. Toen jij nog als foetus in de buik van je moeder groeide, vermenigvuldigden de primitieve kiemcellen in jouw zich ontwikkelende eierstokken zich in een enorm hoog tempo. Rond de zevende maand van die zwangerschap stopte deze snelle celdeling. Men neemt in de wetenschap aan dat je vanaf dat moment nooit meer nieuwe eicellen aanmaakt.

Je werd waarschijnlijk geboren met een voorraad van naar schatting 1 tot 4 miljoen onrijpe eicellen. Dat klinkt als ontzettend veel, maar het is een volkomen natuurlijk proces dat dit aantal gedurende je leven afneemt door een geprogrammeerde celafbraak, ook wel apoptose genoemd. Tegen de tijd dat je in de puberteit komt, zijn er nog zo’n 40.000 tot 400.000 eicellen over. Uiteindelijk zullen er gedurende je hele vruchtbare leven ongeveer 400 tot 500 eicellen volledig rijpen en bij een eisprong vrijkomen. Hoewel deze afname misschien groot klinkt, is dit precies hoe het vrouwelijk lichaam is ontworpen om de beste eicellen te selecteren. Het is dan ook absoluut geen reden tot zorg.

De lange winterslaap van de eicel

Een bijzonder en mooi feit is dat de eicellen in je eierstokken in een soort pauzestand liggen. Ze beginnen al voor je geboorte aan hun celdeling (meiose), maar pauzeren dit proces totdat ze de kans krijgen om te rijpen. Dit kan soms decennia duren.

Dit langdurige wachten betekent dat een eicel die vrijkomt als je bijvoorbeeld 35 jaar bent, ook daadwerkelijk al 35 jaar in je eierstokken veilig lag opgeborgen. Omdat de eicellen met je meeverouderen, neemt de kans op kleine foutjes bij het uiteindelijke delen van de chromosomen iets toe naarmate je ouder wordt. Dit is de reden waarom zorgverleners soms spreken over een verhoogde kans op chromosomale aandoeningen, zoals het downsyndroom (trisomie 21), bij een zwangerschap op wat latere leeftijd. Het is goed om je hiervan bewust te zijn, zonder dat het je direct angstig hoeft te maken. Het vrouwelijk lichaam beschermt zichzelf doorgaans goed; zwangerschappen die genetisch niet kloppen, worden vaak van nature al heel vroeg afgebroken in de vorm van een miskraam.

Hoe de eicel rijpt tijdens je menstruatiecyclus

Tijdens je vruchtbare jaren liggen de eicellen in kleine blaasjes in de eierstokken: de follikels. Elke maand begint een klein groepje van deze follikels te groeien onder invloed van sturende hormonen vanuit je hersenen, zoals het follikelstimulerend hormoon (FSH). Terwijl deze follikels groeien, produceren ze het hormoon oestrogeen. Dit hormoon zorgt ervoor dat het slijmvlies in je baarmoeder wat dikker wordt, als een zacht en voedzaam bedje voor een eventuele bevruchte eicel.

rijping eicellen

Wat je hier zelf van kunt merken, is dat door deze hoge oestrogeenspiegels het slijm in je baarmoederhals (cervixslijm) helder en elastisch wordt. Dit maakt de weg vrij voor zaadcellen om makkelijker naar binnen te zwemmen. Uiteindelijk wordt er in een natuurlijke cyclus meestal maar één follikel de dominante, ook wel de Graafse follikel genoemd. Deze follikel kan wel 1,5 tot 2 centimeter groot worden. De eicel binnenin de follikel wordt beschermd door de zona pellucida, een transparant schilletje van eiwitten en suikers dat later een grote rol speelt bij de bevruchting. Het vocht om de eicel heen voorziet haar van de voedingsstoffen die ze hard nodig heeft voor haar ontwikkeling.

De eisprong en de veilige haven in de eileider

Halverwege je cyclus piekt de hoeveelheid oestrogeen, wat leidt tot een korte, krachtige afgifte van het luteïniserend hormoon (LH) in je hersenen. Deze LH-piek is het startsein voor de eisprong, oftewel de ovulatie. De grote follikel barst open en de eicel stroomt, samen met haar beschermende cellen, naar buiten. Vingervormige uitsteeksels van de eileider vangen de eicel zachtjes op en begeleiden haar naar binnen.

Vlak voor deze eisprong doet de eicel nog iets fascinerends. Ze voltooit haar eerste celdeling, maar verdeelt haar inhoud extreem oneerlijk. Eén helft krijgt nagenoeg al het vocht en de voedingsstoffen (dit wordt de rijpe eicel), en de andere helft is een piepklein, niet-functioneel celletje dat we het eerste poollichaampje noemen, dat later vergaat. De eicel behoudt zo al haar energie, want ze is groot, zwaar en kan in tegenstelling tot een zaadcel niet zelf zwemmen. De trilhaartjes in de eileider masseren haar rustig naar de plek waar de bevruchting kan plaatsvinden.

De unieke erfenis van de eicel: mitochondriaal DNA

Als je in de dagen rondom de eisprong gemeenschap hebt, kunnen zaadcellen de eicel in de eileider bereiken. Zodra één zaadcel zich door de beschermende zona pellucida weet te dringen en versmelt met de eicel, vindt er direct een razendsnelle chemische reactie plaats. Deze reactie maakt de schil onmiddellijk ondoordringbaar voor álle andere zaadcellen. Dit zorgt ervoor dat een eicel niet te veel chromosomen krijgt.

Hier ontstaat een prachtig samenspel. De eicel bevat 23 chromosomen, en de zaadcel brengt er ook 23 mee. Samen vormen ze een uniek nieuw genetisch pakketje van 46 chromosomen, met eigenschappen van jullie allebei. Vanaf dat moment spreken we over een bevruchte eicel of zygoot, het allereerste begin van jullie kindje.

Daarnaast heeft de eicel nog een hele bijzondere, exclusieve gift voor je baby. Omdat de zaadcel vrijwel geen celvloeistof heeft en de eicel wel, levert jouw eicel álle celorganellen en het zogenoemde mitochondriale DNA aan het embryo. Mitochondriën zijn de energiefabriekjes van de cellen. Dit betekent dat dit specifieke, krachtige stukje DNA uitsluitend via de moederlijn – dus van jou aan je kind – wordt doorgegeven. Het vormt een letterlijke, fundamentele verbinding tussen jou en je baby.

Mocht er geen zaadcel zijn, of vindt er geen bevruchting plaats, dan lost de eicel na ongeveer 24 uur rustig op. De hormoonspiegels in je bloed dalen, waarna het opgebouwde baarmoederslijmvlies wordt afgestoten en je menstruatie begint.

De invloed van anticonceptie op de eicelrijping

Misschien vraag je je af: wat gebeurt er met mijn eicellen als ik anticonceptie gebruik? Dat hangt helemaal af van de methode die je kiest. Bij hormonale anticonceptie, zoals de combinatiepil, de vaginale ring of het implantatiestaafje, wordt de aansturing vanuit je hersenen tijdelijk op pauze gezet. Je hersenen maken dan geen hormonen aan om de follikels te laten groeien (zoals het follikelstimulerend hormoon), waardoor je eicellen veilig in hun onrijpe slaapstand blijven liggen. Omdat er geen eicel rijpt, vindt er ook geen eisprong plaats. Kies je echter voor een spiraaltje, dan werkt dit heel anders. Een koperspiraal is volledig hormoonvrij, waardoor je natuurlijke cyclus niet wordt beïnvloed en er elke maand gewoon een eicel uitrijpt en vrijkomt. Ook bij een hormoonspiraal blijft de eicelrijping en de eisprong in de meeste gevallen gewoon intact, omdat deze vooral lokaal in de baarmoeder werkt. Het is een rustgevende gedachte dat, zodra je stopt met een methode die de rijping tijdelijk pauzeert, je lichaam dit natuurlijke proces vaak direct weer oppakt.

Een complex systeem

Je voortplantingssysteem is een complex maar tegelijkertijd ontzettend logisch en sterk geheel. Van de miljoenen oercellen die je voor je geboorte al bij je droeg, tot dat ene perfecte moment waarop hormonen, follikelgroei en celdeling samenwerken om nieuw leven mogelijk te maken.

We hopen dat deze blik achter de schermen van je eigen lichaam je meer vertrouwen geeft in hoe alles van binnen werkt. Er gebeurt veel in je buik waar je je misschien niet altijd bewust van bent, maar de natuur heeft dit proces tot in de puntjes geregeld. Weten hoe een eicel zich ontwikkelt en vrijkomt, helpt je om je eigen cyclus en vruchtbaarheid beter te begrijpen en geeft je een betrouwbare basis als je beslissingen wilt nemen over je eigen lichaam.

Bronnen:

  • Blackburn, S. T. (2018). Maternal, fetal & neonatal physiology: A clinical perspective (5th ed.). Elsevier.
    De Jonge, A., Verhoeven, C., Feijen-de Jong, E., Van Dillen, J., & Bakker, P. (2025). Praktische verloskunde (15e herz. dr.). BSL Media & Learning / Springer Nature.
  • Moore, K. L., Persaud, T. V. N., & Torchia, M. G. (2015). The developing human: Clinically oriented embryology (10th ed.). Saunders.
  • Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG). (2023). NHG-Standaard Anticonceptie.
Renate Sal Avatar

Renate Sal

Verloskundige in opleiding

Als verloskundige in opleiding én moeder van drie kinderen combineer ik medische vakkennis met de nuchtere praktijk van het moederschap. Voor Zwangerennu.nl schrijf ik op basis van de officiële literatuur van de opleiding tot verloskundige en de meest actuele medische richtlijnen. Mijn missie? Jou als (aanstaande) moeder voorzien van betrouwbare, wetenschappelijk onderbouwde informatie met een eerlijke en realistische blik op deze bijzondere periode.

Areas of Expertise: Verloskunde
Gebaseerd op medische bronnen en de nieuwste richtlijnen

Inhoud