Waarom is anticonceptie met borstvoeding een apart onderwerp?
Als je borstvoeding geeft, gebeurt er hormonaal gezien van alles in je lichaam. Telkens wanneer je baby aan de borst zuigt, maakt je lichaam veel prolactine aan. Dit is het hormoon dat de melkproductie stimuleert en in stand houdt. Tegelijkertijd wil je natuurlijk een betrouwbare methode om niet direct weer zwanger te raken, zeker omdat het medisch gezien wordt aangeraden om je lichaam de tijd te geven om te herstellen voor een eventuele volgende zwangerschap.
Het is belangrijk om een vorm van anticonceptie te kiezen die betrouwbaar is, je melkproductie niet negatief beïnvloedt en geen nadelige effecten heeft op de groei en gezondheid van je baby. Gelukkig is de hoeveelheid hormonen die via moedermelk bij je baby terechtkomt bij de meeste methoden heel klein en vormt dit geen enkel risico. Toch maken we in de medische wereld een heel duidelijk onderscheid tussen middelen met en zonder het hormoon oestrogeen. Oestrogeen kan namelijk je melkproductie flink laten teruglopen, wat je natuurlijk liever voorkomt als je borstvoeding wilt blijven geven.
Borstvoeding als natuurlijke anticonceptie (de LAM-methode)
Wist je dat volledige borstvoeding op zichzelf kan werken als een natuurlijke vorm van anticonceptie? Dit wordt de lactatie-amenorroemethode (LAM) genoemd. Het woord ‘amenorroe’ is een medische term voor het uitblijven van je menstruatie. Omdat je baby heel regelmatig aan je borst zuigt, wordt de afgifte van bepaalde hormonen in je hersenen geremd, waardoor je eisprong (ovulatie) tijdelijk wordt onderdrukt.
Deze methode is voor 98% tot 99,5% betrouwbaar, wat vergelijkbaar is met veel andere voorbehoedsmiddelen. Maar let op: deze hoge betrouwbaarheid geldt alléén als je heel precies aan de volgende vier voorwaarden voldoet:
- Je geeft je baby uitsluitend en volledig borstvoeding op verzoek, zowel overdag als ’s nachts.
- De tijd tussen twee voedingen is nooit langer dan 6 uur en je geeft je baby geen andere voeding, afgekolfde melk of vloeistoffen erbij (minimale hoeveelheden zoals vitaminedruppels mogen wel).
- Je hebt sinds je bevalling nog geen menstruatie of vaginaal bloedverlies gehad (eventueel bloedverlies in de eerste acht weken na de bevalling telt hierbij niet mee).
- Je baby is jonger dan 6 maanden.
Zodra je baby doorslaapt, je start met vaste hapjes (bijvoeding) of als je weer ongesteld wordt, is de LAM-methode onbetrouwbaar geworden. Vanaf dat moment is het nodig om direct over te stappen op een andere vorm van anticonceptie om een nieuwe zwangerschap te voorkomen.
Hormonale anticonceptie met borstvoeding: wat kan wel en wat liever niet?
Als je voor hormonale anticonceptie kiest, is het goed om te weten dat er twee hoofdgroepen zijn: middelen met uitsluitend het hormoon progestageen en zogenoemde combinatiepreparaten (die zowel progestageen als oestrogeen bevatten).
Veilig voor je melkproductie: methoden met alleen progestageen
Methoden die uitsluitend progestageen bevatten, hebben waarschijnlijk geen enkele nadelige invloed op de hoeveelheid moedermelk of op de groei van je kindje. Ze vormen daarom een zeer geschikte en veilige keuze tijdens de borstvoedingsperiode. Onder deze categorie vallen:
- De minipil (bijvoorbeeld Cerazette of desogestrel): Dit is een pil die je elke dag slikt, zonder dat je een stopweek inlast. Je kunt hier in de regel vanaf 3 weken na je bevalling al mee starten. Het is een betrouwbare methode die de lactatie niet in de weg staat.
- Het implantatiestaafje (bijvoorbeeld Implanon): Dit is een klein, flexibel staafje dat door een arts of verloskundige onder de huid van je bovenarm wordt geplaatst en drie jaar lang hormonen afgeeft. Ook hiermee kun je vanaf drie tot vier weken na de bevalling veilig beginnen.
- De hormoonspiraal (zoals Mirena of Kyleena): Een spiraaltje wordt in de baarmoeder geplaatst en geeft lokaal hormonen af. Het algemene advies is om hier minimaal 6 weken na de bevalling mee te wachten. In de eerste weken na de bevalling is je baarmoeder nog aan het krimpen en is de wand weker, zeker als je borstvoeding geeft. Hierdoor is er een iets grotere kans dat het spiraaltje per ongeluk door de baarmoederwand prikt (een perforatie). Na zes weken is je baarmoeder weer steviger, waardoor dit risico sterk is afgenomen (van 6 op de 1000 naar 1 op de 1000 inserties).
- De prikpil: Dit is een injectie met hormonen die je elke 12 weken krijgt. Omdat de dosis hormonen die je in één keer binnenkrijgt wat hoger is, wordt meestal aangeraden om ook hiermee te wachten tot 6 weken na de bevalling.
Oppassen met oestrogeen: de combinatiepil, pleister en ring
Middelen zoals de bekende combinatiepil, de anticonceptiepleister en de vaginale ring bevatten naast progestageen ook het hormoon oestrogeen. Oestrogeen heeft de fysiologische eigenschap dat het de aanmaak van prolactine remt. Hierdoor bestaat er een reële kans dat je melkproductie terugloopt als je deze middelen gaat gebruiken.
Daarnaast is er vlak na een bevalling een van nature verhoogd risico op trombose (het ontstaan van bloedpropjes in de aderen), en het gebruik van oestrogeen verhoogt dit risico nog verder. Om deze beide redenen luidt het dringende advies om in de eerste 6 weken na de bevalling geen combinatiepreparaat te gebruiken. Mocht je na 6 weken toch heel graag de combinatiepil willen slikken terwijl je nog borstvoeding geeft, wees dan extra alert op de signalen van je lichaam. Mocht je voeding iets teruglopen, dan is het advies om je baby tijdelijk wat vaker op verzoek aan te leggen (bijvoorbeeld door regeldagen in te lassen) om de productie weer op te krikken.
Anticonceptie zonder hormonen tijdens de borstvoedingsperiode
Wil je na de bevalling liever helemaal geen hormonen meer gebruiken? Dan zijn er gelukkig ook uitstekende hormoonvrije opties. Omdat deze methoden je natuurlijke hormoonhuishouding niet beïnvloeden, hebben ze logischerwijs ook geen enkel effect op je borstvoeding of op je baby.
- Mannen- of vrouwencondooms: Dit is een hele veilige methode die je direct na de bevalling al kunt inzetten. Condooms beschermen je bovendien als enige middel tegen seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s).
- Het koperspiraaltje: Dit spiraaltje geeft heel geleidelijk een klein beetje koper af in de baarmoeder, wat zaadcellen inactief maakt zonder dat er hormonen aan te pas komen. Net als bij de hormoonspiraal geldt het advies om de plaatsing pas vanaf minimaal 6 weken na de bevalling in te plannen, in verband met het tijdelijk verhoogde risico op een baarmoederperforatie door de wekere baarmoederwand in de lactatieperiode.
- Pessarium of FemCap: Dit is een klein siliconen kapje dat je zelf inbrengt voor het vrijen, altijd in combinatie met een speciale zaaddodende pasta. Het kapje sluit je baarmoedermond af. Omdat je baarmoedermond en vagina door een vaginale bevalling veranderd zijn, kan een pessarium pas na 6 weken veilig door een zorgverlener worden aangemeten.
- Sterilisatie: Mocht jullie gezin na de komst van deze baby helemaal compleet zijn, dan is een sterilisatie (bij de man of de vrouw) een definitieve optie. Dit heeft geen enkele invloed op je borstvoeding, maar bedenk wel dat dit een permanente beslissing is die jullie samen goed moeten overwegen.
Seksualiteit en intimiteit na de bevalling: neem de tijd
Als we het hebben over anticonceptie, is het ook belangrijk om stil te staan bij intimiteit en seksualiteit. Na een bevalling verandert er ontzettend veel in je leven en in je lichaam. Het is dan ook heel normaal als je hoofd voorlopig nog helemaal niet naar vrijen staat. Vermoeidheid, gebroken nachten, de zorg voor je baby en eventueel herstel van hechtingen spelen allemaal een grote rol.
Daarnaast is er nog een belangrijke lichamelijke verandering als je borstvoeding geeft: door de hoge prolactinespiegels zijn je oestrogeen- en testosteronspiegels heel laag. Testosteron zorgt normaal gesproken mede voor je libido, waardoor de zin in seks tijdelijk flink kan afnemen. Het tekort aan oestrogeen zorgt er bovendien voor dat de slijmvliezen van je vagina dunner en droger zijn dan je gewend bent. Dit is een heel natuurlijk verschijnsel (vergelijkbaar met de overgang), maar het kan ervoor zorgen dat vrijen in het begin wat ongemakkelijk of zelfs pijnlijk aanvoelt. Een hele simpele en doeltreffende tip hierbij is om ruim de tijd te nemen voor elkaar en niet te aarzelen om een mild glijmiddel op waterbasis te gebruiken. Praat hier open over met je partner, wees lief voor jezelf en forceer niets.
Jouw lichaam, jouw keuze
De periode na de bevalling is vaak al intensief genoeg. Je lichaam heeft negen maanden de tijd nodig gehad om je baby te laten groeien, en het heeft nu ook weer tijd nodig om te herstellen. Het verzorgen van je kindje en het geven van borstvoeding vraagt veel van je. Het kiezen van de juiste anticonceptie met borstvoeding is waardevol om over na te denken, maar je hoeft dit niet overhaast te beslissen.
Als we alles rustig op een rijtje zetten, gaat de voorkeur tijdens het geven van borstvoeding sterk uit naar methoden zonder hormonen (zoals condooms of de koperspiraal) óf hormonale methoden met uitsluitend het hormoon progestageen (zoals de minipil of het implantatiestaafje). Deze middelen beïnvloeden je zorgvuldig opgebouwde melkproductie niet en zijn bewezen veilig voor de groei van je baby.
Geef jezelf alle ruimte om te ontdekken wat op dit moment het beste bij jouw wensen, je herstellende lichaam en je relatie past. Ben je er na het lezen van deze informatie nog niet helemaal uit of voel je je ergens onzeker over? Bespreek je gedachten dan gerust met je eigen verloskundige, de huisarts of de gynaecoloog. Zij luisteren graag naar je en kunnen gericht met je meedenken. Zo zorg je ervoor dat je goed geïnformeerd en met een gerust hart een beslissing neemt die voor jou helemaal goed voelt.
Bronnen
- Barnhoorn, P. C., Bruinsma, A. C. A., Bouma, M., Damen, Z., De Swart, S. M., Koetsier, M. J. E., Kurver, M. J., Van der Sande, R., Van der Wijden, C. L., & Van Groeningen, C. O. M. (2023). NHG-Standaard Anticonceptie (M02) (Versie 2.4). Nederlands Huisartsen Genootschap
- De Jonge, A., Verhoeven, C., Feijen-de Jong, E., Van Dillen, J., & Bakker, P. (2025). Praktische verloskunde (15e herz. dr.). BSL Media & Learning / Springer Nature
- Prins, M., & Van Roosmalen, J. J. M. (2019). Praktische verloskunde (14e dr.). Bohn Stafleu van Loghum