Skip to content
Menu
Zwanger gekruiste benen

Indalingsweeën

De laatste weken van je zwangerschap kunnen fysiek en mentaal behoorlijk veeleisend zijn. Misschien merk je dat de welbekende ‘roze wolk’ af en toe plaatsmaakt voor ongeduld, vermoeidheid en fysiek ongemak. Een van de meest voorkomende verschijnselen in deze laatste fase zijn indalingsweeën. Hoewel je er vast weleens van hebt gehoord, roept de term vaak veel vragen op. Wat gebeurt er nu precies in je lichaam? Hoe weet je of het geen echte weeën zijn? En wat merkt je baby hiervan?

In dit uitgebreide artikel leggen we je rustig en gedetailleerd uit wat indalingsweeën zijn, waarom ze plaatsvinden en hoe je om kunt gaan met de ongemakken die ze met zich meebrengen.

Dit artikel is geschreven door:

Minder dan 1 minuut Leesduur minuten

Wat zijn indalingsweeën precies?

Om te begrijpen wat indalingsweeën zijn, is het goed om te weten hoe je baarmoeder (de uterus) werkt. Je baarmoeder is een grote spier die zich tijdens de zwangerschap voortdurend voorbereidt op de bevalling. Vanaf ongeveer 20 weken zwangerschap kun je al af en toe zogenaamde braxton-hickscontracties ervaren, in de volksmond beter bekend als ‘harde buiken‘.

In de laatste weken van je zwangerschap kunnen deze samentrekkingen krachtiger, frequenter en soms ook pijnlijker worden. Wanneer deze weeën ervoor zorgen dat het hoofdje (of in sommige gevallen de billetjes) van je baby dieper in je bekken zakt, spreken we van indalingsweeën. Je lichaam is als het ware aan het oefenen. Een belangrijk kenmerk van deze voorweeën is dat ze er wel voor kunnen zorgen dat je baarmoedermond weker en korter wordt (dit noemen we verstrijken), maar ze leiden nog niet tot daadwerkelijke ontsluiting.

Indalen baby

Het verschil tussen indalingsweeën en echte weeën

Het is een van de meest gestelde vragen door vrouwen in de laatste weken van hun zwangerschap: “Hoe weet ik of dit indalingsweeën zijn, of dat mijn bevalling echt is begonnen?” Het is heel begrijpelijk dat je hier onzeker over bent, want een vroege start van de baring lijkt qua gevoel sterk op indalingsweeën. Toch zijn er een paar duidelijke medische verschillen om een ‘valse start’ te onderscheiden van het echte werk:

  • Regelmaat en frequentie: Indalingsweeën of voorweeën komen onregelmatig. Er zitten vaak lange pauzes tussen en de frequentie neemt niet structureel toe. Echte ontsluitingsweeën komen steeds sneller achter elkaar.
  • Duur van de wee: Een indalingswee is vaak relatief kort en duurt zo’n 30 tot 40 seconden. Echte weeën houden langer aan, vaak tussen de 40 en 60 seconden.
  • De pijnbeleving: Bij een indalingswee blijft de pijn meestal op hetzelfde niveau. Het is vervelend, maar het wordt na verloop van tijd niet erger. Bij ontsluitingsweeën neemt de intensiteit van de pijn duidelijk toe.
  • Locatie van de pijn: De pijn van indalingsweeën concentreert zich voornamelijk in de onderbuik en straalt soms uit naar de liezen. Echte weeën voel je vaak niet alleen in je onderbuik, maar ze stralen ook nadrukkelijk uit naar je (onder)rug en soms zelfs naar je bovenbenen.
  • Voelbaarheid van de baby: Een heel praktisch verschil is dat de foetus tijdens een indalingswee uitwendig door je buikwand heen vaak nog goed te voelen is. Zodra je krachtige ontsluitingsweeën hebt, spant de baarmoeder zich zo sterk aan dat je de baby tijdens de contractie minder goed of helemaal niet meer kunt voelen.

In de nachten voorafgaand aan de bevalling slapen veel vrouwen slecht door onregelmatige, pijnlijke contracties die na urenlange regelmaat toch weer afzakken. Dit is normaal en betekent simpelweg dat je lichaam zich aan het voorbereiden is.

Wanneer begint de indaling? Eerste versus volgende zwangerschappen

Het moment waarop de baby indaalt in het bekken, verschilt sterk per vrouw. Een van de grootste factoren hierin is of dit je eerste kindje is, of dat je al eerder bent bevallen.

Bij je eerste kindje (nullipara)
Wanneer je voor het eerst zwanger bent, zijn je baarmoederwand en je buikspieren nog heel stevig en strak. Deze hoge spierspanning duwt je baby als het ware vanzelf naar beneden richting de bekkeningang. Bij de meeste vrouwen van Europese afkomst die hun eerste kindje verwachten, zie je dan ook dat het hoofdje in de laatste weken van de zwangerschap (vaak vanaf 36 weken of zelfs al eerder) al voor een deel indaalt in het bekken.

Uitzondering: Bij sommige vrouwen, in de medische literatuur specifiek genoemd bij vrouwen van niet-Europese afkomst, zien we dat de baby minder snel indaalt. Dit heeft vaak te maken met een sterkere holle kromming van de onderrug (een lordose).

Bij een volgend kindje (multipara)
Verwacht je je tweede, derde of volgende kindje? Dan is de kans heel groot dat je pas indalingsweeën krijgt tijdens de daadwerkelijke bevalling (dit heet medisch durante partu). Omdat je buikwand en baarmoeder al eens zijn opgerekt tijdens een eerdere zwangerschap, zijn deze weefsels wat slapper geworden. De baby heeft hierdoor simpelweg meer bewegingsruimte en wordt niet direct door de buikwand het nauwe bekken in gedwongen. Het is dus heel normaal dat het hoofdje van een tweede kindje tot aan de bevalling nog los en beweeglijk boven de bekkeningang ligt.

Hoe controleert de verloskundige de indaling?

Tijdens je controles zal de verloskundige of gynaecoloog regelmatig voelen hoe je baby erbij ligt en of de indaling al is begonnen. Hiervoor gebruiken zij zowel uitwendige als (soms) inwendige technieken.

Uitwendig onderzoek via de buik
De verloskundige gebruikt hiervoor speciale handgrepen, de zogeheten handgrepen van Leopold. Met de ‘vierde handgreep’ plaatst de zorgverlener beide handen net boven je schaambeen (de symfyse) en tast voorzichtig richting de bekkeningang naar beneden af. Ze zal je vragen om hierbij rustig uit te ademen. Zo voelt ze of het hoofdje nog vrij kan bewegen, of dat het al stevig vastzit in de bekkeningang.

Als het hoofdje nog niet is ingedaald, kan de verloskundige de ‘handgreep van Osborne’ toepassen. Hiermee meet ze of en hoeveel het hoofdje over het schaambeen uitsteekt (de prominentie).

Inwendig onderzoek
Soms, vooral tijdens de bevalling, controleert de verloskundige de indaling ook inwendig via een vaginaal toucher. Ze voelt dan hoever het diepste, benige deel van het schedeltje in jouw baringskanaal is gezakt. Dit wordt medisch uitgedrukt in de denkbeeldige Vlakken van Hodge (H1 tot en met H4):

  • Hodge 1: Het hoofdje ligt bij de bekkeningang en is niet ingedaald.
  • Hodge 2: Het hoofdje is voor ongeveer een derde ingedaald.
  • Hodge 3: Het hoofdje is voor de helft ingedaald en passeert een paar belangrijke botpunten (de spinae ischiadicae) in je bekken.
  • Hodge 4: Het hoofdje is volledig ingedaald en ligt op de bekkenbodem.

Soms lijkt een baby bij inwendig onderzoek dieper te liggen dan hij daadwerkelijk is. Dit komt dan doordat er tijdens het indalen een vochtophoping op het hoofdje ontstaat (een caput succedaneum). Dit is volkomen normaal en trekt na de bevalling vanzelf weer weg.

Anatomie: Wat doen indalingsweeën met je baby?

Het bekken is een complexe, benige trechter waar je baby doorheen moet. Om dit te laten passen, moet het schedeltje zich fysiek aanpassen aan jouw baringskanaal. Wanneer het hoofdje weerstand ontmoet tijdens het indalen, gebeuren er twee wonderlijke dingen:

  1. Flexie (buiging): Door de tegendruk van je bekken en de excentrische aanhechting van het nekje, zal de baby zijn kin strak tegen de eigen borst drukken. Door deze diepe buiging (flexie) presenteert de baby zich met de kleinst mogelijke schedelomtrek aan de bekkeningang, wat de afdaling veel soepeler maakt.
  2. Moulage: De schedel van je baby bestaat nog niet uit één hard geheel, maar uit losse botplaten met zachte naden en fontanellen daartussen. Door de druk van de indalingsweeën kunnen deze botplaten iets over elkaar heen schuiven (mouleren). Dit klinkt misschien intens, maar het is een extreem veilig, fysiologisch proces dat ervoor zorgt dat het hoofdje iets smaller wordt en veilig door het bekken past.

Indalingsbradycardie: een veilige daling van de hartslag
Wanneer de baby dieper in het bekken zakt, ervaart het hoofdje compressie (druk). Dit leidt tot een milde intracraniële drukverhoging bij de foetus. Het lichaam van de baby reageert hierop met een prachtig, natuurlijk beschermingsmechanisme. In de nek van de baby zitten druksensoren (baroreceptoren) die worden geprikkeld. Zij sturen een signaal naar de hersenen via de nervus vagus (een belangrijke zenuw), wat ervoor zorgt dat de hartslag van de baby tijdelijk vertraagt.

Dit noemen we indalingsbradycardie. De hartslag kan hierbij direct dalen naar 80 tot 100 slagen per minuut. Weet dat dit normaal is. Zodra de receptoren gewend zijn aan de nieuwe positie, herstelt de hartslag zich na uiterlijk 10 minuten vanzelf naar het normale ritme. Het berust dus niet op zuurstoftekort en is voor een gezonde baby niet schadelijk.

Wat doet de indaling met jouw lichaam?

Het indalen heeft ook een direct fysiek effect op jou. Vaak merk je een duidelijke verschuiving in je ongemakken. Omdat de baby naar beneden zakt, ontstaat er bovenin je buik opeens meer ruimte. Veel vrouwen merken dat de scherpe druk tegen hun maag en ribbenboog afneemt, waardoor ze weer vrijer adem kunnen halen. Ook klachten van maagzuur kunnen hierdoor ineens afnemen.

Tegelijkertijd komt al dat gewicht nu lager in je lichaam te liggen. Het anatomische gevolg hiervan is dat je blaas minder ruimte krijgt. Het resultaat? Je moet nóg vaker plassen en je kunt last krijgen van stressincontinentie (ongewenst urineverlies bij hoesten of niezen). Daarnaast kun je de druk op je bekkenbodem en in je liezen scherper gaan voelen. Het voelt soms alsof je letterlijk ‘zwaar’ loopt.

Wat als je baby nog niet indaalt?

Als je in de allerlaatste weken van je eerste zwangerschap bent en je baby is nog niet ingedaald, spreekt de verloskundige van een ‘hoogstaande schedel’ of een ‘niet-ingedaald caput’. Zoals we eerder bespraken, is dit bij een tweede of derde kindje heel gewoon, maar bij een eerste kindje zal de verloskundige hier iets alerter op zijn.

Oorzaken van een hoogstaande schedel
Er zijn verschillende redenen waarom een baby nog even ‘blijft zweven’ boven het bekken:

  • Factoren bij jou: Soms neemt een heel volle blaas net te veel ruimte in. Ook kan er een fysieke blokkade zijn, zoals een voorliggende placenta (placenta praevia), myomen (vleesbomen), of extreem veel vruchtwater (polyhydramnion).
  • Factoren bij de baby: De baby kan bovengemiddeld groot en zwaar zijn (macrosomie), of net even in een verkeerde hoek liggen, zoals met zijn gezichtje of voorhoofd naar beneden.
  • Wanverhouding: In zeldzame gevallen kan het een eerste aanwijzing zijn dat er sprake is van cefalopelviene disproportie: het hoofdje van de baby is relatief te groot voor de specifieke vorm van jouw bekkeningang.

Waar je op moet letten: de navelstreng
Zolang je vliezen niet gebroken zijn, is een hoogstaande schedel volstrekt ongevaarlijk. Het echte risico ontstaat pas als je vliezen spontaan breken. Omdat het hoofdje de bekkeningang nog niet afsluit als een stevige kurk op een fles, kan het gebeuren dat de navelstreng met de stroom vruchtwater mee naar buiten spoelt en in het baringskanaal zakt. Dit heet een navelstrengprolaps (of uitgezakte navelstreng).

Wanneer je vliezen breken en je baby is nog niet ingedaald, is het advies dan ook altijd duidelijk: bel direct je verloskundige. Vaak wordt geadviseerd om direct te gaan liggen en te wachten op instructies. De verloskundige zal snel langskomen om te controleren of de navelstreng niet is uitgezakt en of het hartritme van je baby nog goed is.

Laat je hier echter niet te veel door afschrikken. Tijdens de daadwerkelijke bevalling zorgen krachtige weeën er bij heel veel vrouwen alsnog voor dat het hoofdje zich aanpast (moulage) en veilig indaalt.

Praktische tips om de pijn van indalingsweeën te verzachten

Hoewel indalingsweeën een fantastisch doel dienen, kunnen ze behoorlijk vervelend zijn. Vooral als ze je uit je slaap houden. Gelukkig kun je dezelfde, natuurlijke pijnbestrijdingstechnieken toepassen die ook bij een echte bevalling helpen:

  1. Gebruik de kracht van warmte Warmte is een van de best werkende natuurlijke pijnstillers. Het ontspant gespannen spieren en geeft een gevoel van comfort. Ga lekker onder een warme douche staan of neem een bad. Niet alleen verzacht dit de pijn, maar als het ‘slechts’ voorweeën zijn, zie je vaak dat ze door een warm bad rustig weer wegebben. Ook een warme kruik tegen je onderbuik of liezen kan heerlijk verlichtend werken.
  2. Kies voor rust en stimuleer je endorfines Wanneer je ontspannen bent, maakt je lichaam endorfines aan: je eigen, natuurlijke pijnstillers. Heb je angst of stress? Dan remt adrenaline de aanmaak van endorfines, waardoor je de pijnprikkel juist sterker voelt. Zorg voor een fijne, geborgen omgeving. Dim de lichten, doe wat kaarsjes aan, luister naar ontspannende muziek of gebruik aromatherapie (zoals lavendel).
  3. Blijf in beweging Je hoeft de weeën niet liggend op je rug op te vangen. Blijf zachtjes bewegen. Kantel je bekken, wieg heen en weer op een skippybal of zoek een houding (zoals leunend over het aanrecht of zittend op handen en knieën) waarin de druk op je liezen het minst pijnlijk voelt. Door te bewegen open je je bekken en help je de baby tegelijkertijd met het vinden van de juiste indalingspositie.
  4. Massage en aanraking Laat je partner je onderrug masseren. Door de lichte druk op je huid worden andere zenuwbanen geactiveerd, wat de pijnprikkel richting je hersenen als het ware ‘blokkeert’ (dit heet medisch de poorttheorie).
  5. Let op je ademhaling Probeer tijdens een nijdige indalingswee je kaken niet op elkaar te klemmen. Adem rustig in richting je buik en blaas de lucht in zo’n 4 seconden langzaam en hoorbaar uit.

Over medicatie: Mocht de pijn nachtenlang aanhouden en put het je uit, dan is het gebruik van paracetamol toegestaan en veilig om de scherpe randjes eraf te halen. Let op: gebruik absoluut geen NSAID’s (zoals ibuprofen of diclofenac) tijdens de zwangerschap, omdat dit schadelijk is voor de nieren en het hartje van de baby.

Tot slot

Indalingsweeën kunnen je soms behoorlijk overvallen en onzeker maken. Toch zijn ze een prachtig bewijs van de intelligentie van je lichaam. Je baarmoeder traint haar spieren, de schedel van je baby bereidt zich voor op de passage en je bekken maakt letterlijk ruimte voor het nieuwe leven. Mocht je je toch zorgen maken, de pijn niet vertrouwen of voel je je baby minder goed bewegen? Bel dan altijd even met je verloskundige. Zij is er om je gerust te stellen, even met je mee te kijken en samen met jou uit te kijken naar het moment waarop je je kindje eindelijk in je armen mag sluiten.

Bronnen:

Renate Sal Avatar

Renate Sal

Verloskundige in opleiding

Als verloskundige in opleiding én moeder van drie kinderen combineer ik medische vakkennis met de nuchtere praktijk van het moederschap. Voor Zwangerennu.nl schrijf ik op basis van de officiële literatuur van de opleiding tot verloskundige en de meest actuele medische richtlijnen. Mijn missie? Jou als (aanstaande) moeder voorzien van betrouwbare, wetenschappelijk onderbouwde informatie met een eerlijke en realistische blik op deze bijzondere periode.

Areas of Expertise: Verloskunde
Gebaseerd op medische bronnen en de nieuwste richtlijnen

Inhoud