Een biologische toevalstreffer
Het ontstaan van een eeneiige tweeling is eigenlijk een wonderlijk “ongelukje” van de natuur. Het begint allemaal met één eicel en één zaadcel die samen een zygoot (een bevruchte eicel) vormen. Normaal gesproken groeit deze uit tot één kindje, maar bij een eeneiige tweeling splitst deze celmassa zich na de bevruchting in twee afzonderlijke delen.
Omdat ze uit exact dezelfde bouwstenen voortkomen, zijn deze baby’s genetisch identiek. Ze hebben altijd hetzelfde geslacht en dezelfde bloedgroep. Waarom die splitsing precies plaatsvindt, weten wetenschappers nog niet volledig. Het wordt vaak gezien als een toevalstreffer die wereldwijd bij ongeveer 3,5 tot 4 op de 1000 geboorten voorkomt.
Er zijn aanwijzingen dat factoren zoals een vertraagde innesteling of een kleine beschadiging aan de zona pellucida (het harde eiwitkapsel rond de eicel) een rol kunnen spelen. Dit laatste ziet men vaker bij vruchtbaarheidsbehandelingen, waardoor de kans op een eeneiige tweeling daar net iets hoger ligt.
Welk type eeneiige tweelingen zijn er?
Welk type eeneiige tweeling er precies ontstaat, is afhankelijk van het moment waarop de eicel zich splitst. Hoe later de deling plaatsvindt, hoe meer structuren de baby’s samen moeten delen.
Dichoriaal-diamniotisch (DCDA)
Dit type ontstaat bij een vroege splitsing (dag 1 tot 3). Omdat de deling zo snel optreedt, hebben beide embryo’s de tijd om zich volledig onafhankelijk te ontwikkelen. Elk kind heeft een eigen placenta, een eigen buitenste vruchtvlies (chorion) en een eigen binnenste vruchtzak (amnion). Ongeveer 30% van de eeneiige tweelingen valt in deze categorie.
Monochoriaal-diamniotisch (MCDA)
Dit is met 70% tot 75% het meest voorkomende type. De splitsing vindt plaats tussen dag 4 en dag 9. De baby’s delen samen één placenta en één buitenste vruchtvlies, maar zitten wel elk in hun eigen binnenste vruchtzak. Door de gedeelde placenta zijn er vaak vaatverbindingen tussen de bloedsomlopen van beide baby’s. Dit vraagt om extra controles om complicaties tijdig te signaleren.
Monochoriaal-monoamniotisch (MCMA)
Bij een splitsing na dag 9 delen de baby’s alles: één placenta én exact dezelfde vruchtzak. Er is geen tussenschot aanwezig. Dit type is zeer zeldzaam (ca. 1%) en wordt intensief medisch begeleid omdat de navelstrengen door de bewegingen van de baby’s met elkaar in de knoop kunnen raken.
Siamese tweeling (Conjoined twins)
Wanneer de embryonale schijf zich extreem laat (na dag 13) splitst of de splitsing onvolledig is, blijven de foetussen fysiek aan elkaar verbonden. Dit is een uiterst zeldzaam fenomeen waarbij vitale organen gedeeld kunnen worden.
Kan een echo direct aantonen of een tweeling eeneiig is?
Een echo kan niet altijd met 100% zekerheid direct aantonen of een tweeling eeneiig of twee-eiig (de zygotie) is. Men kijkt namelijk naar anatomische structuren en niet direct naar het DNA. Toch geeft de echo vaak een sterke aanwijzing:
- Zeker eeneiig: Als de baby’s één gezamenlijke placenta en één buitenste vruchtvlies delen (monochoriaal), is de tweeling altijd eeneiig.
- Zeker twee-eiig: Als op de echo zichtbaar is dat de baby’s een verschillend geslacht hebben, is het met absolute zekerheid een twee-eiige tweeling.
- Het grijze gebied: Als beide baby’s een eigen placenta hebben én hetzelfde geslacht, geeft de echo geen uitsluitsel. In dat geval kan pas ná de geboorte met DNA-onderzoek definitief worden vastgesteld of ze eeneiig zijn.
Voor artsen is de genetische vraag tijdens de zwangerschap vaak minder urgent dan de vraag of ze een placenta delen, vanwege de medische risico’s die dat met zich meebrengt.
Zijn eeneiige tweelingen écht 100% identiek?
Hoewel we spreken van identieke tweelingen, vertonen ze op cel- en DNA-niveau soms subtiele verschillen door kleine genetische mutaties na de splitsing. Ook zie je bij 10% tot 15% het fenomeen van spiegelbeeld-tweelingen. Hierbij komen fysieke kenmerken precies in spiegelbeeld voor, zoals een kruin die de andere kant op draait. Dit ontstaat waarschijnlijk doordat de links-rechtsoriëntatie van het embryo tijdens de splitsing werd onderbroken.
Wat is het verschil tussen een eeneiige en twee-eiige tweeling?
Het fundamentele verschil zit in de bevruchting. Een twee-eiige (dizygote) tweeling ontstaat wanneer er tijdens de cyclus twee eicellen vrijkomen die door twee verschillende zaadcellen worden bevrucht. Genetisch gezien zijn zij gewone broers of zussen die toevallig tegelijkertijd in de baarmoeder groeien; ze delen gemiddeld 50% van hun genen.
Bij een eeneiige tweeling is er sprake van slechts één eicel en één zaadcel. De genetische blauwdruk is dus voor beide baby’s exact hetzelfde. Terwijl de kans op een twee-eiige tweeling wordt beïnvloed door erfelijkheid, leeftijd en etniciteit, is een eeneiige tweeling bijna altijd een kwestie van puur geluk. Heb je het vermoeden dat je er twee draagt? Lees dan meer over de symptomen van een tweelingzwangerschap.
Goed om te weten
Het krijgen van een eeneiige tweeling is een bijzonder natuurverschijnsel dat grotendeels op toeval berust. Hoewel een gedeelde placenta wat extra medische aandacht vraagt, zorgt de moderne zorg ervoor dat risico’s goed in de gaten worden gehouden.
Bronnen:
-
Blackburn, S. T. (2018). Maternal, fetal and neonatal physiology: A clinical perspective (5th ed.). Elsevier.
-
De Jonge, A., Verhoeven, C., Feijen-de Jong, E., Van Dillen, J., & Bakker, P. (2025). Praktische verloskunde (15e herziene druk). BSL Media & Learning.
-
Divall, B. (2019). Multiple pregnancy and birth: Implications for midwives, women, and their families. In S. Macdonald (Ed.), Mayes’ midwifery (16th ed.). Elsevier.
-
Moore, K. L., Persaud, T. V. N., & Torchia, M. G. (2013). The developing human: Clinically oriented embryology. Saunders/Elsevier.
-
Newman, R. B., & Ramsey Unal, E. (z.d.). Multiple gestations. In S. G. Gabbe et al. (Eds.), Gabbe’s obstetrics: Normal and problem pregnancies (Hoofdstuk 32). Elsevier.
-
Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie. (2025). Protocol datering van de zwangerschap (Versie 3.0). NVOG.