Wat is een sterrenkijker precies?
Om te begrijpen wat deze ligging inhoudt, moeten we even kijken naar de ‘ideale’ startpositie. Meestal ligt een baby klaar voor de geboorte met het kinnetje op de borst en het achterhoofd naar jouw buik gekeerd. Het kindje kijkt dan als het ware naar beneden, richting jouw ruggengraat. Dit is de meest gunstige ligging omdat het hoofdje zich dan zo klein mogelijk maakt.
Bij een sterrenkijker is dit omgedraaid. Je baby ligt wel netjes met het hoofd naar beneden, maar kijkt naar voren, richting jouw buik. Het harde achterhoofd ligt dus tegen jouw onderrug aan. Omdat het kindje bij de geboorte met het gezichtje naar boven (naar de hemel of de sterren) kijkt, noemen we dit een sterrenkijker. De medische term is iets technischer: een achterhoofdsligging met het achterhoofd achter.
Gunstigste ligging: Achterhoofdligging achterhoofd voor
Sterrenkijker
Geen zorgen: de meeste baby’s draaien nog
Het is heel belangrijk om te weten dat dit geen statisch plaatje is. Een bevalling is beweging. Aan het begin van de bevalling daalt maar liefst 20 tot 40% van de kindjes in als sterrenkijker. Dat is dus heel normaal. Baby’s zijn gelukkig slimme draaiers. Tijdens de reis door het geboortekanaal maakt het overgrote deel van de kinderen alsnog de beroemde ‘spildraai’ naar de gunstige positie. Uiteindelijk wordt slechts 2 tot 5% van de baby’s daadwerkelijk als sterrenkijker geboren. De kans is dus heel groot dat jouw kleintje zich tijdens de weeën nog bedenkt en goed draait.
Waarom ligt een baby zo?
Vaak vragen moeders zich af: “Heb ik iets verkeerd gedaan? Had ik anders moeten zitten?” Het antwoord is nee. Het is vaak een samenloop van omstandigheden waar je geen invloed op hebt. Soms heeft het te maken met de vorm van je bekken; bij de ene vrouw is er achterin net wat meer ruimte dan voorin. Ook kan het zijn dat je bekkenbodemspieren heel soepel zijn (bijvoorbeeld bij een tweede kindje), waardoor de baby weinig weerstand voelt om die draai te maken. Andersom kan bij een wat groter kindje de ruimte soms net te krap zijn om de bocht te maken. Het is puur de natuur die zijn weg zoekt.
Wat merk je hiervan tijdens de bevalling?
Een bevalling van een kindje dat ‘naar de sterren kijkt’, vraagt vaak net wat meer van jou als barende vrouw. Je kunt het herkennen aan een paar specifieke signalen:
- Meer rugpijn (rugweeën): Dit is het meest gehoorde verschil. Omdat het hardste deel van het hoofdje (het achterhoofd) tegen jouw wervelkolom en heiligbeen drukt, voel je de weeën vaak scherper in je onderrug.
- Vroege persdrang: Doordat het hoofdje anders ligt, drukt het sneller en harder tegen je endeldarm. Hierdoor kun je al heel vroeg het gevoel hebben dat je moet meepersen, terwijl je misschien nog geen volledige ontsluiting hebt. Dat vraagt veel geduld en focus om die drang nog even weg te zuchten.
- Het duurt soms wat langer: De route door het geboortekanaal is in deze ligging iets complexer. Het hoofdje stuitert als het ware wat vaker tegen de randen voordat het de juiste weg vindt. Hierdoor kan de ontsluiting of de uitdrijving wat trager verlopen of tijdelijk stagneren.
De geboorte: de “Face to Pubes” route
Als de baby besluit niet te draaien en als sterrenkijker geboren te worden, noemen we dit een “face to pubes” geboorte. Dit heeft gevolgen voor de ruimte die nodig is. Bij een normale ligging maakt de baby zich klein (kin op de borst). Bij een sterrenkijker staat het hoofdje vaak wat rechterop, in een soort ‘militaire houding’. Hierdoor is de omtrek van het hoofdje dat naar buiten moet net wat groter (ongeveer 11,5 cm in plaats van 9,5 cm).
Omdat het achterhoofd de “buitenbocht” van het geboortekanaal moet nemen, komt er meer druk op je perineum te staan. Wees je ervan bewust dat de kans op inscheuren (rupturen) hierdoor iets groter is dan gemiddeld. Je verloskundige zal je hier extra goed bij begeleiden om de schade zo veel mogelijk te beperken.
Wat kun je zelf doen? De kracht van houding
Je bent tijdens de bevalling zeker niet machteloos. Sterker nog: jij kunt je baby helpen draaien door gebruik te maken van de zwaartekracht en ruimte in je bekken. Er is veel onderzoek gedaan naar houdingen en één springt er echt uit: de gemodificeerde Sims-houding. Dit klinkt ingewikkeld, maar is heel simpel:
- Ga op je zij liggen, op de kant waar de rug van de baby ligt (je verloskundige kan je vertellen welke kant dat is).
- Leg je onderste been gestrekt neer.
- Leg je bovenste been gebogen op een stapel kussens of in een beensteun, zodat je knie wat over je heen hangt.
Waarom werkt dit? In deze houding is je heiligbeen vrij en wordt je bekken tijdelijk wat ruimer. Uit onderzoek blijkt dat als je dit 40 minuten volhoudt, ongeveer de helft van de sterrenkijkers alsnog draait naar de goede positie. Dat is aanzienlijk meer dan wanneer je dit niet doet. Het kan zelfs een keizersnede voorkomen!
Naast de zijligging is beweging in het algemeen goed. Een houding op handen en knieën (all-fours) kan heel prettig zijn om de rugpijn te verlichten, omdat de baby dan even ‘van je rug af’ hangt.
Als het je zelf niet meer lukt
Soms is de wil er wel, maar lukt het gewoon niet. De bevalling vordert niet, of jij raakt uitgeput. Weet dat je er dan niet alleen voor staat. De verloskundige of gynaecoloog kan een handje helpen:
- Manuele rotatie: Als je volledige ontsluiting hebt, kan de zorgverlener proberen om tijdens een wee met de vingers het hoofdje heel voorzichtig in de goede richting te sturen. Soms is dat kleine zetje genoeg.
- Een beetje hulp van de pomp: Als de baby diep genoeg zit maar het laatste stukje zwaar is, kan een vacuümpomp worden gebruikt. De arts trekt niet zomaar aan je baby, maar begeleidt het hoofdje. Door de tractie wordt de baby gestimuleerd om alsnog zelf die draai naar voren te maken.
- De keizersnede: Blijft de baby steken of is er sprake van een wanverhouding (het past echt niet)? Dan is de keizersnede de veiligste route. Dit is geen falen, maar een moedige manier om je kindje gezond ter wereld te brengen.
Tot slot: vertrouw op je lijf
Horen dat je kindje een sterrenkijker is, kan best even spannend zijn. Het vraagt vaak om wat meer doorzettingsvermogen en geduld van jou als moeder. Maar vergeet niet: verreweg de meeste ‘sterrenkijkertjes’ draaien nog voor de finish. En zo niet? Dan staat er een heel team klaar om jou en je baby veilig te begeleiden. Adem rustig door, probeer verschillende houdingen en vertrouw op de kracht van je lichaam.
Bronnen
- Bakker, R., & van der Hulst, L. (2025). Praktische verloskunde (5e herz. druk). Bohn Stafleu van Loghum.
- Blackburn, S. T. (2023). Maternal, fetal, & neonatal physiology: A clinical perspective (6th ed.). Elsevier.
- World Health Organization. (2018). Intrapartum care for a positive childbirth experience. WHO Press.
- Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV). (2021). Richtlijn: Fysiologische baring. KNOV.
- College Perinatale Zorg (CPZ). (2016). Zorgstandaard Integrale Geboortezorg. CPZ.